Fietsstroken

Een fietsstrook is een, voor fietsers gereserveerd, gedeelte van de rijbaan. De fietsstrook is herkenbaar aan de fietssymbolen. Vaak is het asfalt van een fietsstrook roodgekleurd. Als er een doorgetrokken streep langs de fietsstrook loopt, dan mogen andere bestuurders niet op de fietsstrook rijden. Loopt er een onderbroken streep, dan mogen andere bestuurders om bijvoorbeeld voor te sorteren er wel op rijden, echter alleen als daarmee geen fietsers, snorfietsers of bestuurders van gehandicaptenvoertuigen worden gehinderd.




Obstakels op het wegdek

Een obstakel is een voorwerp dat in de weg staat om een bepaalde handeling uit te voeren. Bestuurders zijn dan snel geneigd om uit te wijken. We noemen enkele eventuele obstakels: verkeersborden, bomen, lichtmasten, trottoirbanden en geparkeerde auto’s. Zodra er tegenliggers naderen, kunnen er problemen ontstaan. In de regel geldt, hoe hoger de snelheid hoe meer afstand een bestuurder houdt van het obstakel. Nadert u een obstakel aan uw zijde van de weg, moet u het tegemoetkomende verkeer voor laten gaan. Indien de weg breed genoeg is om samen voorbij het obstakel te rijden, mag u gewoon doorrijden, mits daarbij geen hinder of overlast wordt veroorzaakt.




Tijdig naar rechts gaan onnodig links rijden

Wanneer u op de linkerrijstrook rijdt en er op de rechterrijstrook voldoende ruimte is om met dezelfde snelheid door te rijden, ga dan terug naar de rechterrijstrook. Rijd niet onnodig links, want daardoor stagneert de verkeersdoorstroming.




Rijden op een rotonde

Rotondes hebben tot doel te zorgen voor een vlotte doorstroming van het verkeer. Wanneer er op rotondes pijlen zijn aangebracht op de rijbanen, of op de toeleidende weg naar de rotonde, bent u verplicht deze pijlen te volgen. Op een rotonde zijn tegenliggers uitgesloten.


Terug naar de website