Gedragsregels speciale situaties

Sommige situaties vragen voor motorrijders een andere aanpak dan voor automobilisten. Bijvoorbeeld tijdens het rijden in files of in de bergen, of bij het tegenkomen van onverwachte situaties.

Gedragsregels motorrijders in de file

Een groot voordeel voor een motorrijder is dat je in Nederland op de autosnelweg de file voorbij mag rijden. Let op, dit is in andere landen vaak niet toegestaan! Je moet je wel aan een aantal gedragsregels houden als je een file wilt inhalen.

Deze opgestelde gedragsregels gelden overigens niet alleen voor motorrijders, maar ook van automobilisten wordt verwacht dat ze hier rekening mee houden. Dit is voor motorrijders overigens geen vrijbrief, het inhalen moet wel veilig kunnen. In het algemeen moet je er rekening mee houden dat je als motorrijder slecht zichtbaar bent voor automobilisten en dat automobilisten de snelheid van een motorrijder vaak slecht inschatten.

Naderen file

Als je een file nadert, houd dan via de spiegels rekening met achteropkomend verkeer dat niet op tijd snelheid vermindert. Verminder zelf geleidelijk aan de snelheid en waarschuw achteropkomend verkeer voor je eigen veiligheid met de alarmlichten en/of het remlicht. Als je als laatste in de file staat, blijf dan de alarmlichten of het remlicht gebruiken om duidelijk aan te geven dat je met je motorfiets stilstaat. Soms merken automobilisten de file wel op, maar zien de motorrijder achter in de file over het hoofd. Houd voldoende afstand ten opzichte van je voorganger en probeer zo mogelijk tussen de wachtende auto’s door te rijden. Daar is het veiliger.

Rijden tussen de rijstroken

Om verwarring bij automobilisten te voorkomen, gebruik je geen richtingaanwijzers of alarmlichten als je eenmaal tussen de file doorrijdt. Bij autosnelwegen met meer dan twee rijstroken, mag je alleen tussen de twee meest links gelegen rijstroken (de rijstroken 1 en 2) doorrijden.

Gepaste snelheid

Als je tussen de file doorrijdt, doe dat dan rustig en met gepaste snelheid. Gepaste snelheid wil zeggen dat het snelheidsverschil tussen de jou en de auto die je passeert, niet meer mag zijn dan 10 km/u. Hoge snelheidsverschillen zijn de belangrijkste bron van ergernis en irritatie bij automobilisten en kunnen voor gevaarlijke schrikreacties zorgen.

Meerdere motorrijders

Als je met meerdere motorrijders tegelijk een file voorbij wilt rijden, blijf dan zelf verantwoordelijk en rijd rustig achter elkaar tussen de file door. Houd een onderlinge volgafstand aan van ongeveer twee auto’s en kies allemaal voor dezelfde doorgang. Houd ook in de gaten hoe automobilisten reageren op de motorrijders voor jou.

Einde file

Zodra de file weer op gang komt, voeg dan in op de rijstrook tussen de auto’s. Gebruik hierbij op tijd - dus voor het invoegen - de richtingaanwijzer.

Waar mag je niet rijden?

Het passeren van de file is in principe toegestaan. Bij het inhalen moet je er wel rekening mee houden dat je geen gebruik maakt van:

  • de vluchtstrook
    de strook uiterst rechts van de rijbaan, bedoeld voor hulpverlening.
  • de redresseerstrook
    de asfaltstrook tussen de linkerrijstrook en de linker vangrail.
  • de doelgroepstrook
    weggedeelten bedoeld voor bussen, vrachtverkeer of trams.
  • het verdrijvingsvlak
    vlak met schuine strepen (bij overgang naar minder rijstroken).
  • het puntstuk
    witte wegmarkering (ook wel ‘taartpunt’ genoemd).
  • (voorsorteer)stroken voor andere richtingen
    je bent verplicht om de richting te volgen die op de strook staat aangegeven. Je mag een file voor rechtdoor dus niet passeren via een strook voor links- of rechtsaf.

(Spook)file voorkomen

Een spookfile is een file die ontstaat doordat er te weinig afstand gehouden wordt. Gaat er één bestuurder van zijn gas af, dan moet de bestuurder daar achter vaak al remmen. Iedere volgende bestuurder hierachter moet harder remmen, waardoor bestuurders achteraan zelfs helemaal stil komen te staan.
Het voorkomen van zo’n spookfile doe je door voldoende afstand te houden zodat je met een constante snelheid kan blijven rijden. Je hoeft dan niet mee te gaan in het gas loslaten en weer gas bijgeven van de voertuigen voor jou. Hoe minder jij van je gas af hoeft, hoe minder de voertuigen achter jou hoeven te remmen.

filefilteren

Gebruik alleen de doorgang tussen rijstrook 1 en 2. Gebruik daarnaast geen alarmverlichting en rijd maximaal 10 km/u sneller dan het overige verkeer. Houd rekening met bestuurders die jou niet verwachten.

Rijden in de bergen

Veel motorrijders vinden het heerlijk om toertochten te maken in bergachtig gebied. Door de vaak bochtige wegen komt de motorfiets hier extra tot zijn recht. Maar het rijden in de bergen vergt wel een iets andere rijstijl dan het rijden op de Nederlandse (autosnel)wegen.

Zorg er altijd voor dat je motorfiets in topconditie is voordat je langere toertochten maakt, helemaal als je in de bergen gaat rijden. Dit vergt toch iets meer van de motorfiets dan op vlakke stukken rijden. Controleer je remmen extra en vervang de remblokken als deze te veel afgesleten zijn.

Rem niet meer dan nodig. Dit doe je door tijdens het afdalen een lagere versnelling te kiezen dan je op basis van de snelheid zou verwachten. Als vuistregel kun je aanhouden dat je dezelfde versnelling kiest als bij het omhoog rijden van ditzelfde stuk. Dit zorgt ervoor dat de motorfiets meer op de motor afremt en je daardoor minder hoeft bij te remmen. Hele lange afdalingen waarbij je continu moet bijremmen, kunnen zorgen voor oververhitting. Hierdoor remt de motorfiets minder goed en slijten je remblokken veel meer.

Houd daarnaast extra rekening met het overige verkeer. Vooral in scherpere bochten valt het soms tegen hoeveel ruimte het andere verkeer en jij nodig hebben om die bocht te maken. In de bergen geldt daarnaast de regel dat als je niet tegelijk door een situatie kunt rijden, het stijgende verkeer voor mag op het dalende verkeer. Dit voorkomt dat bestuurders onverwacht stil komen te staan op een opgaande helling. Stilstaan en weer wegrijden op een afdaling is een stuk minder lastig dan op een opgaande helling. Kijk daarom goed door de bochten heen en controleer of er voldoende ruimte is om de bocht helemaal door te rijden. Houd voldoende afstand en voorkom dat je in de bocht zelf moet stoppen. Stoppen in de bocht vergroot het risico op omvallen.

rijden in de bergen

Veel motorrijders genieten van het rijden in de bergen. Zorg wel dat je weet waar je extra op moet letten.

Reageren op onverwachte situaties

Dat je als motorrijder kwetsbaar bent, dat is inmiddels wel bekend. Maar hoe ga je als motorrijder om met onverwachte situaties? Om dit te leren is er voor motorrijders een apart examen voertuigbeheersing (AVB). Een goede controle over de motorfiets is namelijk de eerste stap. Maar met de juiste instelling op de motorfiets stappen, is net zo belangrijk. Kort gezegd komt veilig rijden hier op neer:

  • Onderhoud je motorfiets goed en stap uitgerust op.
  • Wees je bewust van de risico’s en zoek deze risico’s niet onnodig op.
  • Leer te voorspellen wat anderen gaan doen, maar houd ruimte voor als het anders loopt. Laat je niet verrassen.
  • Rijd zichtbaar en voorspelbaar, vermijd het rijden in dode hoeken.
overstekende herten

Uitwijken

Ook als je al deze punten goed opvolgt, kunnen er onverwachte situaties ontstaan. Reageer hier altijd defensief op, je gelijk halen is minder belangrijk dan heelhuids thuiskomen. Moet je uitwijken, probeer dit dan met een zo laag mogelijke snelheid te doen. Heb je dus ruimte om eerst te remmen, doe dit dan. Als je door het remmen helemaal niet hoeft uit te wijken, heeft dit de voorkeur, maar een noodstop maken is niet zonder gevaar. Zorg daarnaast altijd dat je de rem weer los hebt zodra je gaat uitwijken.

Hoe je reageert op onverwachte situaties komt terug in een aantal oefeningen van het onderdeel AVB, namelijk in de remoefeningen, de vertragingsoefening en de uitwijkoefening.

Let op, automatisch vertalen staat aan in jouw browser. Dit kan ongewenste vertalingen geven op deze site. Wij zijn niet verantwoordelijk voor fouten die hierdoor ontstaan in ons lesmateriaal.