Verkeerstekens
Onder verkeerstekens vallen:
- verkeersborden;
- verkeerstekens op het wegdek (zoals strepen en haaientanden);
- verkeerslichten.
Alle weggebruikers moeten zich houden aan de verkeerstekens die een gebod (verplicht iets doen) of verbod (verboden iets te doen) inhouden.

Gebodsborden zijn vaak blauw
(je moet hier rechtsaf)

Verbodsborden zijn vaak rood of hebben een rode rand
(je mag hier niet inrijden)
De verkeerstekens gaan boven de verkeersregels, voor zover deze tekens en regels over dezelfde situatie gaan.

Situatie 1, geen verkeerstekens.
De fietser gaat eerst, dan de motorrijder en als laatste de bestuurder van de rode auto.

Situatie 2, wel verkeerstekens.
De bestuurder van de rode auto gaat eerst, daarna de fietser en als laatste de motorrijder.
Ben jij de motorrijder, dan heb je in situatie 1 te maken met twee verkeersregels:
- Bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van rechts.
De bestuurder van de rode auto verleent voorrang aan jou en de fietser. - Rechtdoorgaand verkeer gaat voor op afslaand verkeer op dezelfde weg.
Jij laat de rechtdoorgaande fietser voorgaan.
In situatie 2 heb je te maken met verkeersbord B-6 en haaientanden, die aangeven dat je voorrang moet verlenen aan kruisende bestuurders.
- De regel ‘bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van rechts’ vervalt.
De bestuurder van de rode auto hoeft jou en de fietser geen voorrang te verlenen. - Rechtdoorgaand verkeer gaat wél nog steeds voor op afslaand verkeer.
Jij moet nog steeds de rechtdoorgaande fietser voor laten gaan.
Tijdelijke tekens
Soms worden er tijdelijke tekens, markeringen of borden geplaatst. Bijvoorbeeld bij wegwerkzaamheden. Daar kun je op het wegdek zowel witte (permanente) strepen als gele (tijdelijke) strepen tegenkomen. Ook kunnen er gele verkeersborden staan. In dat geval gelden de gele verkeerstekens en niet de normale.
Bij wegwerkzaamheden waarbij gele strepen op het wegdek zijn aangebracht, kunnen de rijstroken smaller zijn en is de maximumsnelheid daarom vaak lager. Zijn er meerdere rijstroken, dan is meestal de linkerrijstrook smaller dan de rechter.

De gele strepen geven aan dat de stroken verlegd zijn. De maximumsnelheid wordt vaak verlaagd en de rijstroken (vooral de linkerrijstrook) kunnen smaller zijn.

De weg rechtdoor naar Woerden is afgesloten. Voor Woerden moet je nu (tijdelijk) rechtsaf.
Elektronische signaleringsborden (Matrixborden)
Ook elektronische signaleringsborden vallen onder de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden. Deze kunnen een maximumsnelheid weergeven, maar bijvoorbeeld ook een verbod om gebruik te maken van de rijstrook, of juist aangeven dat de spitsstrook geopend is.
Als er een andere snelheid vermeld staat op de elektronische signaleringsborden, dan op de borden langs de weg, dan geldt de laagst aangegeven snelheid. Meestal is dat de snelheid op de elektronische signaleringsborden. Wat er op een elektronisch signaleringsbord boven een rijstrook wordt weergegeven, geldt alleen voor die rijstrook.

Alle stroken zijn geopend. Dit is te zien aan de groene pijlen boven de rijstroken en het bord naast de weg.

In dit geval is de vluchtstrook dicht omdat er een voertuig met pech op stilstaat. Op de rijstrook ernaast geldt in verband met de veiligheid een lagere maximumsnelheid dan op de andere twee rijstroken.
Verkeerslichten, voorrangsborden en tekens
Als er werkende verkeerslichten aanwezig zijn, dan gaan deze verkeerslichten boven de andere verkeerstekens. Voorrangsborden en -tekens gelden dan niet meer. Pas als de verkeerslichten buiten werking zijn, gelden de verkeersborden en -tekens die de voorrang regelen weer.
Let op! Er zijn soms verkeersregels die blijven gelden, ook bij verkeerslichten:
- Rechtdoorgaand verkeer gaat voor afslaand verkeer op dezelfde weg.
- Korte bocht gaat voor lange bocht.
Komen twee bestuurders elkaar tegemoet en willen ze beiden dezelfde weg inrijden, dan gaat de bestuurder die rechts afslaat voor op de bestuurder die links afslaat.
Als je af wilt slaan bij een verkeerslicht met een ronde lamp in plaats van een pijl, kun je te maken krijgen met verkeer dat jou tegemoet komt of rechts naast je rijdt dat tegelijk groen heeft. Dit kunnen rechtdoorgaande of afslaande bestuurders zijn, maar ook rechtdoorgaande voetgangers. In dat geval moet je het rechtdoorgaande verkeer voor laten gaan.
Sla je linksaf, dan moet je ook de bestuurders die jou tegemoetkomen en rechts afslaan of rechtdoor rijden voor laten gaan.

De motorrijder en de voetganger hebben tegelijk groen. De motorrijder moet in dat geval wachten op de voetganger.

De motorrijder slaat links af bij een rond verkeerslicht en moet wachten op de tegemoetkomende bestuurder die rechts afslaat.
Rangorde aanwijzingen, verkeerstekens en -regels
Soms zul je zien dat de regels, borden of aanwijzingen tegenstrijdig zijn met elkaar. In die gevallen moet je je houden aan een bepaalde rangorde. De regels zijn de basis. Zodra er verkeersborden zijn die hiermee in strijd zijn, gaan deze boven de regels. Zodra er verkeerslichten zijn, gelden de aanwezige voorrangsborden niet meer. En zodra er een bevoegd persoon aanwijzingen geeft, gaat deze boven alle regels, borden en verkeerslichten.
