Rijden in tunnels
Het is belangrijk om te weten wat je moet doen en vooral niet moet doen als je in een tunnel rijdt. Helemaal als je met pech stil komt te staan in de tunnel, of als er een ongeval plaatsvindt.
Verlichting
In tunnels is het verplicht om je dimlicht aan te zetten. Heb je het dimlicht niet standaard aan staan, zet dit dan ruim voordat je de tunnel inrijdt aan. Gebruik nooit je mistlicht aan de achterzijde of groot licht in een tunnel, omdat dit ander verkeer kan verblinden.
Houd er bij het uitrijden van een tunnel rekening mee dat de omgeving ineens weer lichter is. Dit kan ervoor zorgen dat je even wat minder ziet omdat je ogen moeten wennen aan het licht.

Ook in verlichte tunnels ben je verplicht dimlicht te voeren.

Dit bord geeft aan hoe lang de tunnel is die je nadert.
Gedrag
In een tunnel zijn weinig uitwijkmogelijkheden. Moet je voor het inhalen over de weghelft van het tegemoetkomende verkeer, haal dan niet in. Rijd extra defensief in tunnels en neem geen risico’s. Agressief en asociaal rijgedrag is nooit goed, maar in tunnels geeft dit onnodig veel risico op (dodelijke) ongevallen.
Pech
Krijg je pech met je motorfiets in een tunnel, probeer dan allereerst de tunnel alsnog uit te rijden. Zet, als je hierbij een obstakel of gevaar vormt, je waarschuwingslichten aan. Bijvoorbeeld als jouw voertuig niet meer de normale snelheid kan rijden of ieder moment kan stilvallen.
Kun je de tunnel niet meer rijdend verlaten, zet dan direct je waarschuwingslichten aan en ga zo ver mogelijk aan de rechterkant stilstaan. Zet de motorfiets in de neutraal en niet op het stuurslot. Blijf nooit vlakbij je motorfiets staan, maar loop met je eventuele passagier met de richting van het verkeer mee naar de dichtstbijzijnde hulppost of nooduitgang
Neem via de noodtelefoon in de hulppost contact op met de wegverkeersleider en volg zijn of haar instructies op. Bellen met je eigen telefoon is vaak niet mogelijk in verband met het slechte bereik in tunnels.

Vluchthaven met een noodtelefoon en een brandblusapparaat

Noodtelefoon

Brandblusapparaat
Ongeval
Bij een ongeval in een tunnel zijn een aantal zaken heel belangrijk. Ook hierbij gebruik je het ezelsbruggetje PAMAN:
- Persoonlijke veiligheid
- Andermans veiligheid
- Markeren ongevalsplek
- Alarmeren hulpdiensten
- Noodzakelijke hulp verlenen
Daarnaast moet je bij een tunnel nog aan wat andere dingen denken:
- Rook
Als er rookontwikkeling of brand in de tunnel is, is dit zeer gevaarlijk. Probeer in dat geval direct de tunnel te verlaten via de vluchtroute of de tunnelbuis. Let daarbij op het overige verkeer. Veroorzaak geen extra gevaar door bijvoorbeeld tegen het verkeer in te rijden. - Sleutel in contact
Moet je jouw voertuig in de tunnel achterlaten in verband met rookvorming of andere gevaarlijke situaties, laat dan de sleutel in het contact zitten. De hulpdiensten kunnen in dat geval jouw voertuig verplaatsen als dat nodig is. - Slechter bereik
Houd er rekening mee dat je in de tunnel vaak minder goed bereik hebt met je mobiele telefoon. Gebruik de noodtelefoon in de tunnel of loop indien nodig de tunnel uit.
Aan deze bordjes kun je zien in welke richting je het beste kunt lopen naar de dichtstbijzijnde nooduitgang. Houd er wel rekening mee dat tegen het verkeer in lopen in een tunnel altijd gevaarlijker is dan vanaf je stilstaande voertuig met het verkeer mee lopen. Achteropkomende bestuurders hebben in dat geval je motorfiets al zien staan en zijn dan alerter op voetgangers op de rijbaan.


Tunnelbrand
Om te weten wat je moet doen, maar vooral ook niet moet doen bij een tunnelbrand, heeft het kennisplatform tunnelveiligheid bovenstaand filmpje gemaakt. Ondanks dat deze met name gaat over hoe je handelt als je rijdt in een personenauto, zijn deze tips ook toepasbaar voor motorrijders.