Handelen bij pech en ongevallen

Als je je op de openbare weg bevindt, kun je te maken krijgen met pech of een ongeval. Het is belangrijk om te weten hoe je in deze gevallen moet handelen.

Uitrusting

Motorfietsen hebben van zichzelf over het algemeen weinig opbergruimte. Is je motorfiets voorzien van zijkoffers en/of een topkoffer, of ga je op pad met een motorfiets met zijspan of een trike, dan is het verstandig om een aantal spulletjes standaard bij je te hebben:

verbandtrommel

Een verbandtrommel / EHBO-doos
Niet verplicht in Nederland, maar in sommige omringende landen wel. Bij grotere verwondingen kan het levensreddend zijn als je op zijn minst een drukverband kunt aanleggen. Kun je zelf niet met een verbandtrommel overweg, dan kan een omstander dit wellicht wel. Een EHBO-cursus is overigens zeker aan te raden. Controleer daarnaast de verbandtrommel regelmatig op verloopdata en verbruikte spullen.

gevarendriehoek

Een gevarendriehoek
Soms kom je met je motorfiets stil te staan op een plek waar je een obstakel vormt. Als in dat geval je waarschuwingslichten niet werken, ben je bij een motorfiets op meer dan twee wielen verplicht om een gevarendriehoek te plaatsen. Dit geldt ook als zo’n voertuig met alleen de waarschuwingslichten aan niet op tijd te zien is. Het bij je hebben van een gevarendriehoek is niet verplicht, maar dus wel aan te raden als je met een motorfiets met zijspan of met een trike op pad gaat.

veiligheidshesje

Een fluorescerend veiligheidshesje
Met zo’n hesje val je beter op als je langs de kant van de weg moet wachten. In sommige landen is het bij je hebben van zo’n hesje en het dragen ervan bij pech of een ongeval zelfs verplicht voor alle opzittenden.

Een Europees schadeformulier
Hierop vullen de bij het ongeval betrokken partijen hun gegevens en de schade in zodat deze kan worden afgehandeld door de verzekering. Vul de voorzijde samen in, direct na het ongeval. Vergeet niet de handtekeningen. Verdeel de twee vellen (het origineel en het doordrukvel) over de beide partijen. De achterzijde vul je thuis in, waarna je het formulier naar je verzekering stuurt.

schadeformulier nl 1

Tegenwoordig zijn er steeds meer verzekeraars die het ook accepteren als je de schade invoert in een speciale schademeld-app. Ondanks dat is het toch verstandig nog een papieren versie bij je te dragen. Niet iedereen kan overweg met deze digitale versie en je zal deze moeten invullen samen met de tegenpartij.

Gebruik vluchtstrook

De vluchtstrook is bedoeld om te gebruiken bij pech en noodgevallen. Maar de vluchtstrook is geen veilige plek om (lang) te staan. Als het enigszins lukt is het verstandiger om door te rijden. Doe dit eventueel over de vluchtstrook, naar de eerstvolgende afslag, parkeerplaats of tankstation.

Kan dit niet en moet je toch op de vluchtstrook gaan staan, ga dan zo ver mogelijk van de doorgaande rijbaan afstaan. Blijf zelf nooit bij het voertuig staan maar zoek een veilige plek, bij voorkeur achter de vangrail. Bij veel autosnelwegen kan Rijkswaterstaat een rijstrook afsluiten. Je kunt dan veiliger een reparatie (laten) uitvoeren, of het voertuig kan worden weggesleept. Neem daarvoor contact op met de hulpdiensten.

snelweg strook afgesloten motor

In verband met het pechgeval op de vluchtstrook is de rijstrook direct ernaast ook dicht.

pech op vluchtstrook

Blijf niet op of dicht bij het voertuig als je met pech op de vluchtstrook stilstaat. Zoek een plek achter de vangrail.

Ongeval of pech op de snelweg

Bij een ongeval of pech op de autosnelweg moet je allereerst op je eigen veiligheid letten. Steek nooit de rijbaan van de autosnelweg over, ook niet als je door een ongeval in de middenberm bent beland. Wacht dan in de middenberm op de hulpdiensten, zover mogelijk van de rijbaan af. Haal ook nooit zelf verloren onderdelen van de rijbaan af, maar laat dit over aan de politie of medewerkers van Rijkswaterstaat. Heb je een aanrijding gehad maar kun je nog verder rijden? Rijd dan naar een veilige plek, zoals een parkeerplaats, om daar de schade af te handelen.

Regels bij pech

  • Parkeer het voertuig zo veilig mogelijk op een parkeerplaats, vluchthaven of vluchtstrook, of in de berm als deze ontbreken.
  • Denk aan je eigen veiligheid en dat van je eventuele passagier, draag bij voorkeur een veiligheidshesje. Ga samen met je passagier op een veilige plek staan, zover mogelijk weg bij de rijbaan.
  • Plaats indien noodzakelijk een gevarendriehoek en zet je waarschuwingslichten aan als je deze hebt. Zet in het donker of bij slecht zicht ook je stadslicht en achterlicht (of parkeerlichten) aan.
  • Verhelp het probleem als je dit veilig kunt doen, of neem contact op met de hulpdiensten of pechdienst. Het repareren van een voertuig op de vluchtstrook is wel toegestaan, maar niet aan te raden.
  • Ga tijdens het wachten niet bij het voertuig staan maar wacht op een veilige afstand, bijvoorbeeld achter de vangrail.

Regels bij ongeval

Bij een ongeval is het belangrijk volgens een vaste volgorde te handelen. Hiervoor gebruik je het ezelsbruggetje PAMAN, dat staat voor:

  • Persoonlijke veiligheid: Denk altijd eerst aan je eigen veiligheid! Als jij ook gewond raakt kun je geen hulp meer bieden.
  • Andermans veiligheid: Controleer hoe de slachtoffers eraan toe zijn en zorg dat anderen ook geen onnodige risico’s lopen.
  • Markeren ongevalsplek: Zorg dat het voor ander verkeer duidelijk is dat er iets aan de hand is, zodat ze hun snelheid kunnen aanpassen en er geen extra ongelukken gebeuren.
  • Alarmeren hulpdiensten: Meld het ongeluk aan de juiste hulpdiensten en geef aan welke hulp er nodig is.
  • Noodzakelijke hulp verlenen: Verleen indien nodig eerste hulp, laat dit altijd doen door de persoon die hier het meest verstand van heeft.

Extra zaken om op te letten zijn:

  • Je bent verplicht te helpen indien nodig, ook als je niet direct betrokken was maar het ongeval alleen zag gebeuren.
  • Probeer een overdaad aan ‘helpers’ te voorkomen door toeschouwers op afstand te houden en blijf zelf ook op afstand als er genoeg hulp ter plaatse is.
  • Luister naar de hulpverleners, volg hun aanwijzingen op en loop ze niet in de weg!

Hulpdiensten

Bel in het geval van (mogelijke) gewonden altijd de hulpdiensten via het alarmnummer 112. Noem bij het bellen de plaats waar je bent en de hulpdienst die nodig is. Noem daarnaast altijd de straatnaam, het hectometerbordje langs de auto(snel)weg of een andere locatie-aanduiding waar je je bevindt. Voer eventuele handelingen uit die je gevraagd worden. Blijf aan de lijn zolang de telefonist(e) dit aangeeft.

hectometerbordje

Als je moet doorgeven op welke rijstrook van de autosnelweg een ongeval is gebeurd, let er dan op dat je de rijstroken telt vanaf de middenberm. De linkerrijstrook is de 1e rijstrook. Bij een weg met drie rijstroken is de rechterrijstrook dus rijstrook 3. Het maakt hierbij niet uit of een rijstrook in gebruik is of niet.

Is er geen levensbedreigende situatie, maar moet er wel politie komen, of heb je een vraag aan de politie, dan kun je ook bellen met het landelijke politienummer 0900-8844.

Belangrijke telefoonnummers:

  • Spoed: 112
  • Geen spoed, wel politie: 0900-8844
  • Dierenpolitie: 144

Eerste hulp verlenen

Zijn er gewonden, verplaats deze dan nooit zonder dat dit dringend noodzakelijk is. Met dringend noodzakelijk wordt bedoeld dat het niet verplaatsen van het slachtoffer meer risico met zich meebrengt dan het wel verplaatsen van het slachtoffer. Bijvoorbeeld als een slachtoffer op een treinrails ligt of in een auto zit waarbij brandgevaar dreigt. Wanneer een slachtoffer een helm draagt, geldt hiervoor hetzelfde. Deze mag je niet verwijderen, tenzij het laten zitten van de helm meer risico met zich meebrengt. Bijvoorbeeld omdat het slachtoffer moet overgeven en daardoor geen adem meer kan halen.

Maak contact met het slachtoffer en stel deze gerust. Laat het slachtoffer zo min mogelijk bewegen en laat iemand het hoofd vasthouden bij risico op nekletsel. Is het slachtoffer bewusteloos, dan is het belangrijk om te controleren of hij/zij nog ademt. Is dit niet het geval, laat dan de persoon met de meeste medische kennis het slachtoffer reanimeren. Geef dit ook door aan de hulpdiensten. Ademt het slachtoffer wel maar is er een risico op overgeven of een andere bedreiging van de luchtwegen, leg hem/haar dan in de stabiele zijligging.

Om iemand in de praktijk goed te kunnen helpen, kun je het beste een EHBO-cursus volgen.

Eenzijdig ongeval

Bij ieder ongeval waarbij geen andere partij direct betrokken is, maar waarbij wel schade is veroorzaakt aan het eigendom van iemand anders of gemeentelijk eigendom, ben je verplicht dit te melden. Dat kan direct aan de eigenaar als je deze kunt achterhalen, of door de politie te bellen. Doorrijden zonder je gegevens achter te laten is strafbaar.

Ook bij een aanrijding waarbij dieren zijn betrokken, zoals een kat, hond, of wild dier zoals een hert, ben je verplicht de politie te waarschuwen. Voor dit laatste geval is een speciaal telefoonnummer beschikbaar van de dierenpolitie: 144. Dit is een aparte afdeling binnen de normale politie.

Gevaarlijke stoffen

adr 1

Geef de nummers op een plaat als deze altijd door aan de hulpdiensten.

Als je betrokken raakt bij een ongeval met een voertuig waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd, is het vooral voor de hulpdiensten belangrijk te weten welke stoffen er worden vervoerd en wat het gevaar is van deze stoffen. Geef daarom altijd de nummers door die op de oranje plaat op de vrachtauto vermeld staan.

Slepen van voertuigen

Als een voertuig kapot is, kun je dit voertuig wegslepen met een ander voertuig. Omdat je door het slepen wel extra gevaar kunt veroorzaken, zijn hier regels aan verbonden:

  • Met een motorvoertuig mag je maar één ander motorvoertuig slepen.
  • Je mag een tweewielig motorvoertuig niet slepen en je mag niet door een tweewielig motorvoertuig gesleept worden.
  • Je mag niet slepen als de afstand tussen de twee motorvoertuigen meer dan 5 meter bedraagt.
  • Er mogen geen personen in het gesleepte voertuig zitten, behalve de bestuurder en passagiers die niet meer in het voorste voertuig passen.
  • Het gesleepte motorvoertuig moet bestuurd worden door iemand met een rijbewijs voor dat voertuig. Dit gesleepte voertuig valt namelijk zowel onder de aanhangwagens als onder de motorvoertuigen.

Als motorrijder zal je weinig te maken gaan krijgen met slepen, tenzij je op een motorfiets met zijspan of een driewielig motorvoertuig rijdt.

Wegwerkzaamheden

Naast pech of ongevallen kun je ook te maken krijgen met wegwerkzaamheden. Hoe je in dat geval moet rijden kan aangegeven worden met gele borden of gele markeringen en strepen op het wegdek. Die gele verkeerstekens gaan in dat geval boven de normale verkeerstekens. De maximumsnelheid wordt hierbij vaak verlaagd, niet alleen voor de veiligheid van het verkeer maar ook voor de wegwerkers.

Stroken aangegeven met gele belijning kunnen smaller zijn, bij wegwerkzaamheden op de autosnelweg is dit vaak de linkerrijstrook. Ook kan de vluchtstrook ontbreken. In dat geval worden er meestal tijdelijke vluchthavens aangelegd. Houd je aan de lagere snelheid, ook als de rest van het verkeer dit niet doet.

Let op, automatisch vertalen staat aan in jouw browser. Dit kan ongewenste vertalingen geven op deze site. Wij zijn niet verantwoordelijk voor fouten die hierdoor ontstaan in ons lesmateriaal.