Bijzondere wegen
Tijdens het rijden op de openbare weg kom je verschillende wegen tegen. Sommige zijn breder en andere juist smaller. Daarnaast kan en mag je op de ene weg veel sneller rijden dan op de andere weg. Op een aantal wegen gelden aangepaste regels.
De belangrijkste bijzondere wegen met aangepaste regels zijn:

Autosnelweg

Autoweg

Erf
Autosnelweg en autoweg
De maximaal toegestane snelheid op een autosnelweg is 130 km/u. Op een autoweg is dit 100 km/u. Deze snelheden gelden alleen als er geen andere snelheid is aangegeven. Op deze wegen is het gevaarlijk om veel langzamer te rijden dan het overige verkeer. Daarom mogen niet alle voertuigen op deze wegen rijden:
- Alleen motorvoertuigen die minimaal 50 km/u kunnen en mogen rijden, mogen gebruik maken van de autoweg.
- Alleen motorvoertuigen die minimaal 60 km/u kunnen en mogen rijden, mogen gebruik maken van de autosnelweg.
Je mag dus niet met een bromfiets op een autoweg of autosnelweg rijden. Ook niet als deze opgevoerd is en daarom 50 of 60 km/u kan. Want met een bromfiets mag je maar maximaal 45 km/u rijden. Ook als een motorfiets door technische problemen niet sneller kan dan 40 km/u, mag deze de autoweg en autosnelweg niet op. Ook al mag de motorfiets wel sneller dan 60 km/u rijden.
Op de autoweg en autosnelweg gelden de wettelijke maximumsnelheden van respectievelijk 100 km/u en 130 km/u. Deze gelden tenzij er een lagere snelheid aangegeven is.
Dit betekent dat als er borden langs de weg staan die een lagere snelheid aangeven, deze lagere snelheid geldt. Dit is momenteel het geval op de meeste autosnelwegen, hier geldt overdag (tussen 6:00 en 19:00 uur) een lagere snelheid van 100 km/u. Dit staat dus altijd door middel van borden aangegeven.

Veel autowegen zijn te herkennen aan de groene asstreep, de streep op het midden van de weg.

Autosnelwegen bestaan uit meerdere rijstroken en hebben (bijna) altijd een vluchtstrook.
Er geldt dus geen minimale snelheid op een autoweg of autosnelweg zelf. De snelheid die je hoort te rijden op een autosnelweg of autoweg hangt vooral af van de drukte en de snelheid van de rest van het verkeer.
Op een rustige autosnelweg rijdt iedereen normaal tussen de 80 en 130 km/u. Ga je daar met je motorfiets tussen rijden met een snelheid van 60 km/u, dan ben je een gevaar op de weg. Door artikel 5 van de Wegenverkeerswet is dit niet toegestaan.
Er zijn ook een aantal andere regels gemaakt om het veilig te houden op de autosnelweg en autoweg. Zo mag je niet:
- keren of achteruitrijden;
- stilstaan op de rijbaan (stoppen in verband met file mag natuurlijk wel);
- rijden of stilstaan op de vluchtstrook, een vluchthaven of in de berm, behalve in noodgevallen.

Keren is op een autoweg niet toegestaan en daarnaast levensgevaarlijk.

Stoppen op de vluchtstrook mag alleen in geval van nood. Stilstaan om de wegenkaart te lezen of je navigatie in te stellen is hier niet toegestaan.
Voor bestuurders van grotere voertuigen of voertuigen met aanhangwagens (combinaties) geldt nog een andere regel. Zij mogen alleen rijden op de twee meest rechts gelegen rijstroken. Behalve als ze een andere rijstrook moeten gebruiken om te kunnen voorsorteren. Deze regel geldt voor combinaties langer dan 7 meter en vrachtauto’s. Motorfietsen met aanhangwagens zijn nooit langer dan 7 meter en vallen dus niet onder deze regel.
Spitsstroken
Op de autosnelweg krijg je regelmatig te maken met spitsstroken. Dit kan een extra strook zijn aan de linkerkant van de rijbaan, maar het kan ook zijn dat de vluchtstrook in gebruik is als extra rijstrook. Aan borden naast de weg en matrixborden boven de rijstroken is te zien of deze spitsstrook wel of niet geopend is. Zie je een rood kruis boven een rijstrook? Dan mag je niet over deze strook rijden. Let ook op de maximumsnelheid. Deze kan wijzigen zodra de spitsstrook geopend is.

Spitsstrook open

Spitsstrook vrijmaken

Einde spitsstrook
Erf
Vaak wordt gedacht dat op een erf de voetgangers altijd voor mogen. Dit is niet het geval. Binnen een erf gelden dezelfde voorrangsregels als op normale wegen. Bij een erf worden de in- en uitgangen meestal vormgegeven als een inrit- of uitritconstructie. Bij het inrijden van een inritconstructie en bij het uitrijden van een uitritconstructie moeten bestuurders al het andere verkeer (dus ook voetgangers) voor laten gaan.

G-5
Erf

G-6
Einde erf
Binnen een erf zijn er wel een paar andere regels:
- Voetgangers mogen de weg over de hele breedte gebruiken. Zij hoeven dus niet aan de kant te lopen. Dit is omdat er binnen een erf geen trottoirs (stoepen) zijn.
- De maximumsnelheid voor bestuurders is 15 km/u.
- Bestuurders van een motorvoertuig mogen alleen parkeren op plekken die als parkeerplaats zijn aangegeven. Dat is meestal door een bord met een P, of door een P op het wegdek. Buiten de vakken parkeren mag dus niet.

Op een erf mogen voetgangers de weg over de volledige breedte gebruiken.

De meeste erven rijd je in en uit via een inrit- of uitritconstructie.