Gedrag bij afslaan

Wil je niet rechtdoor rijden op een kruispunt, maar links of rechts afslaan, dan heb je met nog een aantal verkeersregels te maken. Je moet in dat geval veel meer andere weggebruikers voor laten gaan dan bij gewoon rechtdoor rijden. Houd hierbij ook rekening met weggebruikers in de dode hoek.

Dode hoek

Het gebied naast en schuin achter het voertuig dat je niet via de spiegels kunt overzien. Dit gebied is alleen (en soms maar deels) te overzien door je hoofd te draaien en goed naast en schuin achter je te kijken. Bij grotere voertuigen zijn de dode hoeken ook groter en komen hier meer dode hoeken bij, zoals recht achter en vlak voor het voertuig.

bovenaanzicht motor dodehoek

Het gekleurde gedeelte is te overzien met de spiegels. Buiten het gekleurde gedeelte is niet te overzien via de spiegels, maar moet je zien door je hoofd te draaien.

Voor laten gaan

Eenmaal op het kruispunt gelden de volgende regels:

  • Je moet rechtdoorgaand verkeer dat jou tegemoetkomt op dezelfde weg voor laten gaan. Dus ook voetgangers!
voetganger motor

De motorrijder moet de voetganger voor laten gaan. Het trottoir hoort immers ook bij de weg.

linksaf fietser

De motorrijder moet de fietser voor laten gaan. Deze bevindt zich, ook op een losliggend fietspad, op dezelfde weg als de motorrijder.

  • Je moet rechtdoorgaand verkeer dat zich naast jou of vlak achter jou bevindt voor laten gaan. Dus ook voetgangers!
fietser rechtdoor zelfde weg

De fietser naast de motorrijder gaat rechtdoor en mag voor op de motorrijder. Probeer dit soort situaties te voorkomen door op tijd je snelheid aan te passen.

lange bocht voetganger

De voetganger gaat rechtdoor op dezelfde weg als de motorrijder en de fietser. De voetganger mag daarom voor op beide bestuurders.

  • Willen tegemoetkomende bestuurders dezelfde weg inrijden als jij, dan gaat de bestuurder die rechts afslaat voor de bestuurder die links afslaat. Dit wordt ook wel omschreven als ‘korte bocht gaat voor lange bocht’.
korte bocht

De motorrijder heeft de korte bocht. De bestuurder van de blauwe auto moet de motorrijder voor laten gaan.

lange bocht vrachtauto

De bestuurder van de vrachtauto mag voor op de motorrijder. De vrachtauto heeft de korte bocht.

  • Een afslaande tram mag voor op al het verkeer dat de trambestuurder van voren nadert of naast of schuin achter de tram rijdt.
tram afslaan 1

Een afslaande tram mag altijd voor. De motorrijder moet in dit geval wachten.

tram afslaan 2

Het maakt daarbij niet uit of de tram van voren of van achteren nadert. Ook hier mag de tram eerst.

Afbuigende voorrangsweg

Sommige voorrangswegen lopen niet rechtdoor, maar buigen af. Deze afbuigende voorrangswegen moeten gezien worden als de doorgaande weg. Als je van deze weg af gaat, is er sprake van afslaan. Pas dan komen de regels ‘rechtdoorgaand verkeer gaat voor afslaand’ en ‘korte bocht gaat voor lange bocht’ om de hoek kijken.

Dit kan verwarrend zijn, omdat er wel een bocht in de weg zit. Probeer in je hoofd de hele voorrangsweg te zien als een rechte weg, met een (of meerdere) zijwegen. De bestuurders op de afbuigende voorrangsweg zijn vanaf de zijweg gezien, kruisende bestuurders. Zij hebben daarom voorrang op de bestuurders uit de zijweg.

afbuigende voorrangsweg 2

Als je een afbuigende voorrangsweg tegenkomt, probeer deze dan in je hoofd ‘recht te trekken’ en pas daarna de voorrangsregels toe. De afbuigende weg moet gezien worden als de doorgaande weg. Bij deze twee situaties is de voorrang gelijk, de motorrijder moet wachten op de auto omdat de auto op de voorrangsweg rijdt.

afbuigende voorrangsweg 1

Ook in deze twee situaties zijn de regels voor voor laten gaan gelijk. De fietser mag in beide situaties voor. De fietser is hier het ‘rechtdoorgaande verkeer’ ondanks dat het lijkt alsof deze in de eerste situatie juist afslaat. Maar de fietser blijft de voorrangsweg volgen, net als in de tweede situatie. De motorrijder slaat in beide situaties af.

Binnen de voorrangsregels valt het niet onder afslaan als je op de afbuigende voorrangsweg blijft rijden. Maar er wordt wel van je verwacht dat je in dat geval richting aangeeft. Het is voor de andere weggebruikers dan duidelijk dat je op deze weg blijft rijden.

Afbuigende voorrangswegen worden meestal aangegeven met onderborden onder het bord ‘voorrangsweg’ of ‘voorrangskruispunt’. Op deze borden staat de dikke streep voor de afbuigende voorrangsweg en de dunne streep of strepen voor de zijwegen die voorrang moeten verlenen.

afbuigende voorrang bordb 1

B-1 met onderbord
Afbuigende voorrangsweg naar links met twee zijstraten

afbuigende voorrang bordb 4

B-4 met onderbord
Afbuigend voorrangskruispunt naar rechts met één zijstraat

Let op, automatisch vertalen staat aan in jouw browser. Dit kan ongewenste vertalingen geven op deze site. Wij zijn niet verantwoordelijk voor fouten die hierdoor ontstaan in ons lesmateriaal.