Parkeren en plaatsen

Sta je stil zonder verkeersnoodzaak, maar ben je ook niet aan het laden of lossen of een passagier aan het laten op- of afstappen, dan valt dit onder parkeren. Sta je bijvoorbeeld te wachten op een passagier, dan ben je aan het parkeren, totdat deze passagier ook daadwerkelijk aan het opstappen is. Sta je langs de kant van de weg om even te telefoneren, de kaart te controleren, de weg te vragen of even een berichtje te lezen, dan valt dit allemaal onder parkeren.

Parkeerhaven of parkeerstrook

Langs de rijbaan gelegen verharding die is bestemd voor stilstaande of geparkeerde voertuigen.

Parkeren

Het laten stilstaan van een voertuig voor iets anders dan het onmiddellijk laten op- of afstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen.

Op alle plekken waar je niet mag stilstaan, mag je ook niet parkeren. Daarnaast is parkeren ook niet toegestaan op deze plekken:

  • Binnen vijf meter van een kruispunt.
  • Voor een inrit of een uitrit, ook niet als dit jouw eigen uitrit is.
  • Buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg, in de berm mag dus wel.
  • Naast een onderbroken gele streep, meestal te vinden op stoepranden.
  • Naast een ander geparkeerd voertuig waardoor je dubbel geparkeerd staat.
  • Op een door borden met een P aangegeven parkeerplaats buiten de parkeervakken, als deze vakken er zijn.
  • Binnen een erf buiten de parkeervakken.
e04

Parkeerplaatsen met aangegeven parkeervakken worden meestal aangegeven met het bord E-4. Als dit zo is, dan is het alleen toegestaan om binnen deze parkeervakken te parkeren. Buiten de vakken parkeren is verboden.

onderbroken gele streep

Naast een gele onderbroken streep mag je niet parkeren. Stilstaan mag hier wel.

parkeren voor inrit

Parkeren voor een uitrit is niet toegestaan. Stilstaan mag hier wel.

Daarnaast kan parkeren ook alleen toegestaan zijn onder bepaalde voorwaarden. Zo kan er een vergunning noodzakelijk zijn, of mag je alleen parkeren met een bepaald voertuig of op een bepaald tijdstip.

e 9 zone groot

E-9
Alleen bestuurders met een vergunning mogen hier parkeren.

e 8 vrachtauto groot

E-8
Alleen bestuurders van vrachtauto’s mogen hier parkeren.

e 4 tijden groot

E-4
Parkeren mag hier alleen binnen de aangegeven tijdstippen.

Bord E-1 geeft een verbod aan om te parkeren aan die zijde van de rijbaan, of als dit bord is uitgevoerd als een zone bord, binnen de hele zone aan beide zijden op de rijbaan. Parkeren is in dat geval wel toegestaan op plekken die daarvoor bedoeld zijn, zoals parkeervakken, -stroken en -havens, of de berm.

e 1 groot

E-1
Verboden te parkeren aan de zijde van de rijbaan waar het bord geplaatst is

e 1 zone groot

E-1 zonebord
Verboden te parkeren aan beide zijden van de rijbaan binnen de hele zone.

Let op!
Stilstaan of parkeren op plekken waar dit gevaar of onnodige hinder veroorzaakt, is altijd verboden.

Parkeerschijfzone

Via borden kan er ook een parkeerschijfzone worden aangegeven. Dit is een zone waarin je alleen mag parkeren op aangegeven parkeerplaatsen. Deze zijn te herkennen aan het bord met een P. Ook mag je parkeren op plaatsen voorzien van een blauwe streep.

Sta je met een motorvoertuig op meer dan twee wielen naast zo’n blauwe streep geparkeerd, dan ben je verplicht om een parkeerschijf te plaatsen. Deze moet goed zichtbaar zijn.

Op de parkeerschijf geef je aan op welk tijdstip je bent begonnen met parkeren. Dit tijdstip mag je afronden naar boven op het eerstvolgende hele of halve uur. Je mag niet op een later tijdstip de parkeerschijf opnieuw instellen. Als de aangegeven maximale parkeerduur is verstreken, is langer parkeren niet meer toegestaan.

blauwe streep

Met een tweewielige motorfiets mag je hier parkeren zonder parkeerschijf. Met een motorfiets met zijspan of een trike is een parkeerschijf wel verplicht.

parkeerschijfzone

Links de parkeerschijf, rechts het bord dat aangeeft dat je een parkeerschijfzone inrijdt. De parkeerlimiet is hier 2 uur (2h).

Gehandicaptenparkeerplaats

Gehandicaptenparkeerplaatsen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat personen die slecht ter been zijn, dichtbij bepaalde locaties kunnen parkeren. Hier mag daarom ook alleen geparkeerd worden als dit parkeren verband houdt met het vervoer van een gehandicapte.

Met de volgende voertuigen mag je parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats:

  • Een gehandicaptenvoertuig.
  • Een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht.
  • Een voertuig waarvoor deze gehandicaptenparkeerplaats gereserveerd is. Dit gebeurt meestal door middel van een onderbord met het kenteken van het voertuig erop.
e 6 middel

E-6
Gehandicapten-parkeerplaats

e 6 nummerplaat groot

E-6 met kenteken op onderbord
Gehandicapten-parkeerplaats alleen voor genoemd voertuig

Er kan ook een maximale parkeerduur op het bord of onderbord aangegeven zijn. Er hoeft geen blauwe streep te liggen. Het gebruik van een ingestelde parkeerschijf is dan verplicht.

Bestuurders van gehandicaptenvoertuigen, of met een geldige gehandicaptenparkeerkaart, mogen op meer plekken parkeren dan andere bestuurders.

  • Binnen een parkeerschijfzone mogen ze overal parkeren en hoeven ze geen parkeerschijf te gebruiken.
  • Langs een gele onderbroken streep, binnen een erf buiten de vakken en bij bord E-1 mogen ze maximaal 3 uur parkeren. In dit geval moet er wel een parkeerschijf ingesteld worden.

Parkeren op het trottoir

Het is volgens de landelijke wetgeving niet toegestaan om je motorfiets te parkeren op het trottoir. In sommige gemeenten wordt dit echter gedoogd, of is dit zelfs toegestaan in de algemene plaatselijke verordering (APV). Je mag hierbij overigens nooit hinder veroorzaken.

Let op: bij het theorie-examen wordt alleen de landelijke wetgeving bevraagd.

Parkeren in de berm

Parkeren in de berm is, behalve langs autowegen en autosnelwegen, op de meeste plekken toegestaan. Het nadeel van het parkeren in de berm is dat de motorfiets makkelijker omvalt.

Zet de motorfiets bij een zachte of minder vlakke ondergrond liever niet op de middenstandaard. Dit vergroot de kans op omvallen. Bij de middenstandaard steunt de motorfiets op twee dicht bij elkaar gelegen punten, waarbij het licht wegzakken van één van die punten of het net niet recht staan al snel zorgt voor onbalans. Bij de zijstandaard liggen de steunpunten meer in een driehoek, verder uit elkaar. Zelfs als de zijstandaard een klein beetje zou wegzakken, blijft de motorfiets over het algemeen nog staan.

Sommige motorrijders hebben standaard een opzetvoetje voor de zijstandaard in hun uitrusting zitten. Dit voetje zorgt ervoor dat de zijstandaard minder snel wegzakt in de berm. Een simpel op maat gezaagd plankje kan hierbij ook uitkomst bieden.

Plaatsen van fietsen, speedpedelecs, snor- en bromfietsen

Bij deze groep spreken we niet over parkeren. Als je deze voertuigen ergens neerzet, hebben we het over ‘plaatsen’. De regels en borden die gaan over parkeren zeggen niks over het plaatsen.

Voor het plaatsen van deze voertuigen mag je gebruik maken van het trottoir, voetpad of de berm. Daarnaast mag je ook gebruik maken van plaatsen die duidelijk bedoeld zijn voor het plaatsen van fietsen, speedpedelecs, snor- en bromfietsen.

Omdat brommobielen de verkeersregels moeten volgen van motorvoertuigen, gelden de regels voor het parkeren wel voor brommobielen.

e 3 groot

E-3
Verboden fietsen, speedpedelecs, brom- en snorfietsen te plaatsen aan deze kant van de weg.

e 3 zone groot

E-3 zonebord
Verboden fietsen, speedpedelecs, brom- en snorfietsen te plaatsen binnen deze zone.

Let op, automatisch vertalen staat aan in jouw browser. Dit kan ongewenste vertalingen geven op deze site. Wij zijn niet verantwoordelijk voor fouten die hierdoor ontstaan in ons lesmateriaal.