Oprijden van kruispunten, kruisingen en overwegen
- Kruispunt
Samenkomst of splitsing van wegen. Op een kruispunt is het mogelijk om van richting te veranderen. Daarmee wordt bedoeld dat je links of rechts kan en mag afslaan. Kruispunten kunnen op allerlei verschillende manieren worden vormgegeven.
- Kruising
Samenkomst van wegen waarbij het niet mogelijk of toegestaan is om van richting te veranderen. Je mag of kan hier alleen rechtdoor rijden.
- Overweg
Kruising van een weg en een spoorweg. Een spoorvoertuig zoals een trein of metro heeft op zo’n overweg altijd voorrang.

Op een kruispunt kan en mag je van richting veranderen.

Op een kruising kan, of mag, je niet van richting veranderen.
Kruispunten, kruisingen en overwegen zijn plekken waar jij als bestuurder andere weggebruikers kunt kruisen of tegenkomen. Een belangrijke regel is dat je een kruispunt, kruising of overweg nooit mag blokkeren. Dat betekent dat je deze pas mag oprijden zodra je deze ook direct weer kunt vrijmaken. Twijfel je hieraan, wacht dan vóór het kruispunt, de kruising of overweg tot er voldoende ruimte is voorbij dit punt.

De motorrijder mag dit kruispunt nog niet oprijden. Pas als hij deze direct weer vrij kan maken mag hij doorrijden.

Om de doorstroming te bevorderen mag de motorrijder die links afslaat het kruispunt vast oprijden. Hij moet hier wel wachten op de zwarte tegemoetkomende auto.
Een uitzondering hierop is een kruispunt waarbij je je kunt opstellen tussen de verkeersstromen. Dit kan door de aanwezigheid van een brede middenberm, of ruimte tussen voetgangersoversteekplaatsen of fietspaden en de rijbaan in. Ook als je groen hebt en bij het links afslaan moet wachten op tegemoetkomend verkeer, kan het noodzakelijk zijn voor de doorstroming om vast het kruispunt op te rijden. Dit mag alleen als je hierbij geen verkeersstromen blokkeert of gevaar of hinder veroorzaakt.