Communicatie in het verkeer
Om andere weggebruikers te laten weten wat je van plan bent, is het belangrijk dat je communiceert. Dit kan je ook doen om andere weggebruikers te waarschuwen voor dreigend gevaar. Afhankelijk van de situatie doe je dit met lichtsignalen, geluid of gebaren. Het is belangrijk te weten dat je deze middelen niet zomaar mag gebruiken. Er moet wel een goede reden voor zijn.
Asociale handgebaren, onnodig geknipper met je lichten of onnodig toeteren is niet toegestaan.
Net als met de claxon (toeter) mag er ook op andere manieren geen onnodig geluid worden gemaakt. Denk hierbij aan een kapotte of niet-originele uitlaat of het onnodig gas geven tijdens stilstand of in tunnels.

Extra gas geven in tunnels klinkt voor jou misschien mooi, maar kan zorgen voor overlast en schrikreacties.

Reageer jezelf niet af op andere weggebruikers en maak geen gefrustreerde gebaren.
Handgebaren
Soms kan het nodig zijn om iemand erop te wijzen dat je ze hebt gezien en dat je voor ze stopt. Of dat je afziet van jouw recht op voorrang, bijvoorbeeld omdat dat in die situatie handiger is.
Voetgangers durven vaak niet zomaar over te steken bij een voetgangersoversteekplaats, meestal uit angst dat ze niet gezien worden. In dat geval kan je met een vriendelijk handgebaar aangeven dat ze rustig kunnen oversteken.
Je kan ook tegenkomen dat bestuurders van grotere voertuigen een handgebaar richting jou geven om te laten weten dat ze op je wachten. Dat gebeurt bijvoorbeeld, omdat ze de weg, waar jij uit komt, pas in kunnen rijden als jij weg bent.
Reageer jezelf nooit af door middel van handgebaren. Tel tot tien en los de situatie zo veilig mogelijk op. Dit voorkomt agressie en dus gevaar in het verkeer.
Claxon

Jouw voertuig moet een goedwerkende bel of claxon (toeter) hebben. Als deze het niet doet of ontbreekt, mag je niet gaan rijden. Je mag ze alleen gebruiken voor het afwenden van dreigend gevaar. Even claxonneren naar een bekende of als groet als je wegrijdt, mag niet.
Claxonneren is ook niet toegestaan als je dit puur doet, omdat je boos of gefrustreerd bent. Wel mag je claxonneren als je bijna wordt aangereden, omdat iemand je niet gezien heeft.

Alarmverlichting mag nooit zomaar gebruikt worden. Dat mag alleen bij nood.

Ook de claxon mag alleen gebruikt worden om gevaar af te wenden.
Alarmverlichting

Op jouw voertuig kan alarmverlichting (ook wel waarschuwingslichten genoemd) aanwezig zijn. Je mag deze verlichting alleen gebruiken om dreigend gevaar af te wenden. Als je ergens staat met pech, kan het zijn dat je zonder alarmverlichting niet op tijd te zien bent. Dan is het gebruik van alarmverlichting zeer verstandig.
Alarmverlichting is niet bedoeld als verlichting tijdens laden en/of lossen. Stilstaan en parkeren of plaatsen mag alleen op een plek waar dit geen gevaar oplevert. Het gebruik van alarmverlichting is niet toegestaan als er geen gevaar is.
Richtingaanwijzers

Richting aangeven is verplicht voor en tijdens het afslaan en bij de volgende bijzondere manoeuvres: wegrijden, inhalen, invoegen, uitvoegen, rijstrook wisselen en belangrijke zijdelingse verplaatsingen. Meestal doe je dit met je richtingaanwijzers. Maar als jouw voertuig deze niet heeft, mag je dit ook met je arm doen.
Zorg dat je op de juiste momenten richting aangeeft. Geef je te vroeg aan dat je wil afslaan, dan kan dit verwarring geven bij andere weggebruikers. Maar geef je helemaal niet aan dat je wil afslaan, dan kan dit ook gevaar opleveren. Verkeerd gebruik of geen gebruik van richtingaanwijzers als dit wel moet, is strafbaar.
Knippersignaal met groot licht

Een andere manier van waarschuwen is door middel van een knippersignaal met groot licht als je dit hebt op jouw voertuig. Ook dit mag je alleen gebruiken als je er dreigend gevaar mee kan afwenden.
Zo mag je een tegemoetkomende bestuurder waarschuwen als deze zijn groot licht aan heeft staan en jou verblindt.
Het is niet toegestaan te knipperen met groot licht om tegemoetkomend verkeer te waarschuwen voor een politiecontrole. En ook niet om je frustratie te uiten.
Gebruik van de remlichten
Een remlicht is verplicht op bromfietsen en speedpedelecs met meer dan 0,5 kW vermogen. Op een brommobiel moeten zelfs twee remlichten aanwezig zijn. Zodra je het rempedaal of de remhendel gebruikt, gaat het remlicht branden. Het onnodig gebruik van de rem is slecht voor het energieverbruik van je voertuig en zorgt voor extra slijtage van de remmen. Daarnaast is het ook behoorlijk irritant voor verkeer achter jou en kan het zorgen voor schrikreacties.
Je kan het remlicht wel als voorwaarschuwing gebruiken. Dit doe je door de rem even kort en licht in te knijpen of aan te tikken, voordat je daadwerkelijk gaat remmen. Het verkeer achter jou is dan vast gewaarschuwd dat ze snelheid moeten verminderen. Maar doe dit alleen als je echt moet remmen.