Plaats op de weg
Iedereen wil graag zo veilig mogelijk aan het verkeer deelnemen. Daarom is er voor iedere categorie weggebruikers een aparte plaats op de weg.
- Rijbaan
Elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden en de fiets-/bromfietspaden. Fietsstroken horen wel bij de rijbaan! Een rijbaan is dus het gedeelte tussen twee trottoirs (stoepen) of bermen.
- Rijstrook
Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan. Deze moet wel zo breed zijn dat er een personenauto overheen kan rijden. Dit betekent dat een fietsstrook géén aparte rijstrook is.

- Kantstreep
Streep op de buitenste rand van het wegdek.
- Deelstreep
Streep die de rijbaan of weghelft voor één richting verdeelt in rijstroken.
- Asstreep
Streep in het midden op de rijbaan. Deze verdeelt de rijbaan in een linker- en rechterweghelft, één voor iedere rijrichting.
- Verdrijvingsvlak
Deel van de weg dat gemarkeerd is met diagonale strepen. Bestuurders mogen hier geen gebruik van maken.
- Puntstuk
Driehoekig vlak op het wegdek bij onder andere het begin van invoegstroken en het eind van uitrijstroken. Bestuurders mogen hier geen gebruik van maken.
- Doelgroepstrook
Strook die bedoeld is voor een bepaalde doelgroep, zoals een busstrook. Dit wordt aangegeven met een bord of het woord ‘BUS’ of ‘LIJNBUS’ op het wegdek.
- Invoegstrook
Rijstrook die bestemd is voor bestuurders die de doorgaande rijbaan op willen rijden. Deze strook hoort niet bij de doorgaande rijbaan. Tussen de doorgaande rijbaan en de invoegstrook ligt blokmarkering.
- Uitrijstrook
Rijstrook die bestemd is voor bestuurders die de doorgaande rijbaan willen verlaten. Deze strook hoort niet bij de doorgaande rijbaan. Tussen de doorgaande rijbaan en de uitrijstrook ligt blokmarkering.
- Vluchthaven
Verhard weggedeelte naast de rijbaan dat bedoeld is voor noodgevallen of pech. Op andere momenten mag je hier geen gebruik van maken.

Zoveel mogelijk rechts
Voor bestuurders is de basisregel dat iedereen zoveel mogelijk rechts houdt. Dit betekent niet dat je altijd helemaal rechts rijdt. Soms is er een goede reden om verder naar links te rijden. Maar als deze reden er niet is, rijd je zoveel mogelijk rechts.
Op een weg zonder rijstroken betekent dit dat je rechts van het midden rijdt als de rijbaan hier breed genoeg voor is. Op een weg met rijstroken rijd je in het midden op de rijstrook. Rijd je op een tweewielig voertuig, dan kan het handig zijn iets links van het midden te rijden. Zijn er meerdere rijstroken waaruit je kan kiezen, dan neem je in eerste instantie de meest rechts gelegen rijstrook.
Als er aan de rechterzijde van de rijbaan geparkeerde personenauto’s staan, is het zonder tegemoetkomend verkeer niet noodzakelijk tussen de geparkeerde personenauto’s elke keer naar rechts op te schuiven. Hierdoor zou je te veel gaan zigzaggen zonder dat dit nut heeft. Blijf zoveel mogelijk in een vloeiende lijn rijden.
Houd daarnaast voldoende ruimte (ongeveer een portierbreedte) tussen de geparkeerde auto’s en jouw voertuig. Dit voorkomt dat je een deur raakt als iemand deze ineens opendoet.

Probeer niet te gaan zigzaggen, maar rijd waar dit kan in een vloeiende rechte lijn.
Daarnaast hoef je op een rotonde en in een file niet zoveel mogelijk rechts te rijden. Je mag in dat geval de positie kiezen die jij denkt dat het best is.
Plaats op de weg voor voetgangers
Voor voetgangers is de plaats op de weg het trottoir of voetpad. Als dit ontbreekt, gebruiken zij het fietspad of fiets-/bromfietspad. Als dit ook ontbreekt, gebruiken zij de berm of uiterste zijde van de rijbaan.
Een uitzondering op deze regel vormen de voetgangers die zich voortbewegen door middel van voorwerpen, zoals skates, skeelers, een skateboard of een step. Zij mogen zelf bepalen wat voor hen de veiligste plek is en mogen hierbij kiezen uit het trottoir of voetpad of het fietspad of fiets-/bromfietspad. Pas als dit allemaal ontbreekt, mogen ze gebruikmaken van de rijbaan.
- Fietsstrook
Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht.
- Fietsstroken met onderbroken strepen mogen gebruikt worden door andere bestuurders dan fietsers en snorfietsers om voor te sorteren of uit te wijken. Hierbij mogen fietsers en snorfietsers niet gehinderd worden.
- Fietsstroken met een doorgetrokken streep mogen alleen gebruikt worden door fietsers, snorfietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen. Hier mag je als bromfietser niet op rijden, ook niet om voor te sorteren.

Een rijbaan met een fietsstrook, te herkennen aan de afbeeldingen van fietsen op het wegdek.

Een rijbaan met een suggestie(fiets)strook. De afbeeldingen van de fietsen ontbreken hier waardoor de strook geen wettelijke betekenis heeft.
- Bijzondere bromfiets
-

BSO-bus
Onder deze groep vallen voertuigen, zoals de segway en de BSO-bus. Bestuurders van deze voertuigen moeten dezelfde plaats op de weg en maximumsnelheid aanhouden als snorfietsers.
Plaats op de weg voor fietsers en snorfietsers
Fietsers en snorfietsers moeten het verplichte fietspad of het verplichte fiets-/bromfietspad gebruiken. Als dit ontbreekt, gebruiken zij de rijbaan. Ligt er een fietsstrook op die rijbaan, dan moet je hier als fietser of snorfietser gebruik van maken.
Fietsers mogen daarnaast kiezen om het onverplichte fietspad te gebruiken. Voor snorfietsers is dit pad verboden terrein, tenzij ze hun verbrandingsmotor uitgeschakeld hebben of voorzien zijn van een elektromotor.

G-11
Verplicht fietspad

G-12a
Verplicht fiets-/bromfietspad

G-13
Onverplicht fietspad
Bestuurders van fietsen op meer dan twee wielen of fietsen met een aanhangwagen, die met inbegrip van lading breder zijn dan 0,75 meter, mogen er altijd voor kiezen de rijbaan te gebruiken. Dit zijn bijvoorbeeld brede bakfietsen of fietstaxi’s.
Het is voor snorfietsers in sommige gemeentes niet toegestaan gebruik te maken van het verplichte fietspad. Dit moet dan wel aangegeven zijn met een onderbord.

Fietsers mogen met zijn tweeën naast elkaar fietsen.

Een snorfietser mag niet naast een fietser rijden.

Twee snorfietsers mogen ook niet naast elkaar rijden.
In de meeste gevallen moeten snorfietsers de regels volgen van fietsers. Hierin zijn een paar belangrijke uitzonderingen. Ze mogen geen gebruik maken van het onverplichte fietspad als hun verbrandingsmotor aan staat. Ook mogen ze niet, zoals fietsers, met zijn tweeën naast elkaar of naast een fietser rijden.
OFOS (Opgeblazen FietsOpstelStrook)
Soms wordt er bij verkeerslichten gekozen voor een extra voorsorteervak voor fietsers en snorfietsers, vóór het voorsorteervak van de snellere voertuigen. Deze lijkt op een breed stuk fietsstrook, met een rood wegdek en een fietssymbool. Alleen fietsers, snorfietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen mogen hier gebruik van maken. Omdat zij vooraan opgesteld staan, vallen ze meer op en worden de voertuigen erachter gedwongen om erachter te blijven rijden op het kruispunt.

Alleen de snorfietser mag op de OFOS voorsorteren. De bestuurders van de brommobiel, bromfiets en speedpedelec moeten achter de OFOS gaan staan.
- Brombakfiets
Bromfiets met twee wielen aan de voorkant en eentje aan de achterkant. Deze is alleen bedoeld voor het vervoer van de bestuurder en van goederen. Eventueel kan er achter de bestuurder nog een passagier zitten.
Plaats op de weg voor bromfietsers (en bestuurders van speedpedelecs)
Bromfietsers moeten het verplichte fiets-/bromfietspad gebruiken. Als dit ontbreekt, gebruiken zij de rijbaan. Omdat bestuurders van speedpedelecs dezelfde regels moeten volgen, geldt dit ook voor hen.
Bestuurders van bromfietsen op meer dan twee wielen of bromfietsen met een aanhangwagen, die met inbegrip van lading breder zijn dan 0,75 meter, moeten de rijbaan te gebruiken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een brombakfiets.
Op veel plekken binnen de bebouwde kom is het door het ontbreken van verplichte fiets-/bromfietspaden voor bromfietsers verplicht om gebruik te maken van de rijbaan. Dit wordt vaak met de borden D-103 en D-104 aangegeven.

D-103
Bromfietsers moeten het bord aan de rechterzijde voorbijrijden. Deze staat meestal op de plek waar de bromfietser het fiets-/bromfietspad op moet.

D-104
Bromfietsers moeten het bord aan de linkerzijde voorbijrijden. Deze staat meestal op de plek waar de bromfietser de rijbaan op moet.
Plaats op de weg van gehandicaptenvoertuigen
Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig mogen zelf bepalen waar zij het veiligst kunnen rijden. Dit mag het trottoir of voetpad zijn, maar ook het fietspad, het fiets-/bromfietspad of de rijbaan. Ze mogen ook de fietsstrook op de rijbaan gebruiken.
Als ze op het voetpad of trottoir rijden of oversteken van het ene voetpad of trottoir naar het andere, vallen ze onder de regels van de voetgangers. Ze mogen dan maximaal 6 km/u. Rijden ze op een fietspad, op een fiets-/bromfietspad of op de rijbaan, dan gelden de maximumsnelheden, zoals deze ook gelden voor de bestuurder van een bromfiets.
Plaats op de weg van ruiters
Ruiters moeten verplicht het ruiterpad gebruiken. Als dit ontbreekt, mogen ze naar eigen inzicht gebruikmaken van de berm of de rijbaan. Kiezen ze voor de rijbaan, dan mogen ze niet naast elkaar rijden.
Plaats op de weg voor colonnes, optochten en uitvaartstoeten
Groepen voetgangers mogen, als zij in een grote georganiseerde groep lopen, zoals een colonne, optocht of uitvaartstoet, de rijbaan gebruiken. Dit is niet verplicht.
Plaats op de weg voor bestuurders van brommobielen en motorvoertuigen
Alle andere bestuurders (zoals de bestuurders van motorvoertuigen en brommobielen) volgen de rijbaan.
Plaats op de weg bij een brede middenberm
Rijbanen zijn soms door een (brede) middenberm gescheiden. In dat geval wordt vaak door borden aangegeven welke rijbaan je moet volgen. Is dit niet het geval, maak dan gebruik van de rechterrijbaan. Ondanks de brede middenberm is ook hier sprake van maar één weg waarbij jouw positie zoveel mogelijk rechts is.

Als rijbanen gescheiden zijn door een brede middenberm, maak je normaal gesproken gebruik van de rechterrijbaan.

Soms mogen gescheiden rijbanen in beide richtingen gebruikt worden. Dit wordt aangegeven door bord C-5.