Weersomstandigheden

Je moet altijd je volgafstand aanpassen aan de weersomstandigheden. Weer heeft een grote invloed op het verkeer. Regenval zorgt niet alleen voor een langere remweg, maar geeft ook slechter zicht en kans op aquaplaning. Sommige omstandigheden zijn duidelijk aanwezig, maar in andere gevallen kan je verrast worden. Vooral als je nog weinig ervaring hebt.

Spoorvorming

Geulen die in de lengte in het wegdek ontstaan door grote belasting van het wegdek, bijvoorbeeld door zwaar vrachtverkeer. Daardoor komt spoorvorming op autosnelwegen vooral voor op de rechterrijstrook.

Aquaplaning

Een waterlaagje tussen het loopvlak van de band en het wegdek waardoor de banden geen grip meer hebben. De groeven (het profiel) van de band kunnen in dat geval de grote hoeveelheid water niet aan. Dit komt vooral voor in de sporen bij spoorvorming. Het risico is daarom het grootst op de rechterrijstrook. Maar het kan ook op een wegdek zonder spoorvorming voorkomen.

Regen

Het wegdek wordt altijd wel iets gladder van regen, maar het kan plotseling spiegelglad worden als het na een lange periode van droogte ineens flink gaat regenen. Rubberresten, olie en vuil vermengen zich met het water en vormen een gladde laag over de weg. Maar ook afgevallen bladeren in de herfst worden bij regen verraderlijk glad.

Houd bij flinke regenval altijd rekening met aquaplaning, vooral als er veel spoorvorming is. Aquaplaning voorkom je vooral door voor een goed profiel op de banden te zorgen en een lagere snelheid aan te houden.

Aquaplaning kan voorkomen worden door een juiste bandenspanning, een goede profieldiepte en een lagere snelheid. Ook loopt een lichte auto met een brede band een groter risico op aquaplaning dan een zwaardere met een smallere band.

Ontstaat er toch aquaplaning? Laat dan rustig het gas los en trap de koppeling in. Wacht tot het voertuig weer grip krijgt. Ga niet remmen of sturen! Kijk in de richting waar je heen wil.

Bij aquaplaning zorgt het intrappen van de koppeling ervoor dat de wielen direct weer in de juiste snelheid kunnen meedraaien, zodra ze weer grip krijgen.

Gladheid door vorst

Natte weggedeelten kunnen vooral in winterse omstandigheden opvriezen en zeer glad worden. Vooral weggedeelten die in de schaduw liggen, worden sneller glad en blijven langer glad, omdat ze minder worden verwarmd door de zon. Maar ook op bruggen en viaducten moet je rekening houden met plotselinge gladheid bij vorst, omdat deze wegen ook van onderaf opvriezen.

Ook als de temperatuur van de lucht niet onder het nulpunt is, kan je te maken krijgen met gladheid, omdat de grond kouder kan zijn. Dit wordt ook wel grondvorst genoemd.
Gladheid is verraderlijk, omdat je het niet altijd van tevoren ziet. Houd daarom bij temperaturen onder de 4°C rekening met gladheid door je snelheid voor bochten en kruispunten aan te passen en voldoende afstand te houden.

Niet alleen bij gladheid door vorst moet je jouw rijstijl aanpassen. Maar doe dit ook bij gladheid door modder op de weg of als je moet uitwijken in een minder goede (zachte) berm. Je moet dan op een paar dingen letten:

  • Doe niets abrupt!
    Dus niet ineens remmen of sturen.
  • Laat je gas los.
    Zorg dat je snelheid lager wordt.
  • Trap het koppelingspedaal niet in, tenzij echt nodig.
    Een ingetrapte koppeling zorgt ervoor dat de auto met meer snelheid door blijft rollen en je minder controle hebt.
  • Wacht tot je een lagere snelheid hebt.
    Stuur pas bij lagere snelheid terug de rijbaan op als dat nodig is. Controleer of je grip hebt en stuur niet verder door als jouw auto hier niet op reageert!

Ben je weer op de goede positie en is de gladheid geweken, dan kan je jouw snelheid weer iets verhogen. Houd rekening met nieuwe gladde stukken. Al het bovenstaande is erg moeilijk om te doen als je hier nog nooit mee te maken hebt gehad. Vooral de eerste reflex om te remmen is moeilijk te onderdrukken. Een slipcursus kan hierbij helpen.

Vorstschade

j01

J-1
Slecht wegdek

Een ander probleem van vorst is de schade die het toebrengt aan het wegdek. Het water in het asfalt bevriest en zet daarbij uit. Daardoor worden steentjes losgewrikt en ontstaan zwakke plekken en uiteindelijk gaten in de toplaag van het wegdek. De remweg neemt op wegen met vorstschade behoorlijk toe.

Winterse neerslag

j36

J-36
IJzel of sneeuw

Naast vorst veroorzaken sneeuw, ijzel (opvriezende regen) en hagel ook gladheid en dus gevaar voor het verkeer. Daarnaast vermindert het zicht bij winterse neerslag. Vooral bij sneeuwval is het moeilijker je te concentreren op het zicht in de verte, omdat je blik naar de sneeuwvlokken dichterbij getrokken wordt. Rijden tijdens sneeuwval is daarom extra vermoeiend.

Strepen op de weg en borden kunnen in de winter niet meer te zien zijn. Een aantal voorrangsborden kan je herkennen aan hun vorm. Maak hier gebruik van als je in de sneeuw rijdt. Houd daarnaast extra afstand en rijd defensief. Kijk ver vooruit, laat op tijd je gas los en rem nooit abrupt. Gebruik eventueel je voorste mistlicht bij een zicht van minder dan 200 meter.

Mist

j35

J-35
Slecht zicht door sneeuw, regen of mist

Mist bestaat uit kleine regendruppeltjes die blijven hangen. Het zicht kan hierdoor in meer of mindere mate worden belemmerd. Veel bestuurders schrikken als ze ineens een mistbank inrijden en gaan uit reflex remmen. Dit is juist door de mist voor achteropkomend verkeer slecht te zien.
Houd daarom bij mist extra veel afstand en rem niet onnodig. Laat liever alleen je gas los en laat je snelheid rustig terugzakken.

Zet bij minder dan 200 meter zicht eventueel je mistlicht aan de voorzijde aan. Bij minder dan 50 meter zicht doe je het mistlicht aan de achterzijde aan.

Mist: halveer je snelheid en verdubbel je afstand.

auto in mist

Halveer je snelheid en verdubbel je afstand bij dichte mist.

istock 468595360

Vooral hoge voertuigen hebben last van zijwind.

Zijwind

j31

J-31
Zijwind

Op plekken met extra grote kans op zijwind zijn vaak windzakken geplaatst. Hoe meer een windzak horizontaal staat, hoe harder het waait. Daarnaast geeft de windzak ook de windrichting aan.

Vooral wanneer de wind dwars op de weg staat, moet je rekening houden met windvlagen die de stabiliteit van het voertuig kunnen beïnvloeden.

Hoe hoger het voertuig en hoe lichter, hoe meer gevaar de wind oplevert. Rijd je met een aanhangwagen, dan kan deze door de wind gaan slingeren. Pas je snelheid aan de windkracht aan en zorg voor voldoende ruimte rondom het voertuig.

Let op, automatisch vertalen staat aan in jouw browser. Dit kan ongewenste vertalingen geven op deze site. Wij zijn niet verantwoordelijk voor fouten die hierdoor ontstaan in ons lesmateriaal.