Afstand bewaren
Hoe meer vrije ruimte rondom je voertuig, hoe kleiner de kans dat je in contact komt met andere voertuigen. Dit klinkt heel logisch. Toch hebben veel bestuurders hier moeite mee. Ook de drukte op de Nederlandse wegen helpt hier niet aan mee. Soms wordt de tussenafstand zo klein dat we spreken over ‘bumperkleven’. In dat geval heeft het achterste voertuig geen kans meer om te reageren als de voorste begint met remmen. Weinig afstand houden is één van de belangrijkste ongevalsoorzaken op de autosnelweg.
- Remvertraging
Een auto moet een wettelijk vastgelegde minimale remvertraging hebben. Deze minimale remvertraging geeft aan hoeveel langzamer een auto moet gaan rijden per seconde als je flink remt. Hoe hoger de remvertraging, hoe sneller een auto stilstaat. Remvertraging wordt aangegeven in m/s2.
Stopafstand
In het verkeer heb je regelmatig te maken met situaties waarin je, verwacht of onverwacht, moet remmen. Het is belangrijk dat je je bewust blijft van de afstand die je nodig hebt om tot stilstand te komen. Dit noemen we de stopafstand. De stopafstand is niet alleen de remafstand, maar ook de tijd die je nodig hebt, voordat je daadwerkelijk begint met remmen: de reactieafstand.

De stopafstand is de reactieafstand en de remafstand bij elkaar opgeteld.
Stopafstand = Reactieafstand + Remafstand
Reactieafstand
Als er voor je iets onverwachts gebeurt, moet je daar eerst nog op reageren. Dit gaat volgens een vast patroon.
- Waarnemen
Je ziet dat er iets gebeurt waarop je misschien moet reageren. - Voorspellen
Je gaat voorspellen wat dit voor jou betekent en welke mogelijkheden je hebt. - Evalueren
Deze mogelijkheden vergelijk je met elkaar. - Beslissen
Je kiest welke mogelijkheid de beste is. - Handelen
Je voert de handelingen die bij deze beslissing horen, uit.
Hoe snel je bent in de cyclus van waarnemen, voorspellen, evalueren, beslissen en handelen, bepaalt je reactietijd. Ben je gezond, alert en ervaren, dan is deze reactietijd ongeveer 1 seconde. Het duurt dan dus 1 seconde vanaf het moment dat je iets ziet waarvoor je moet remmen, totdat je daadwerkelijk het rempedaal intrapt.
Tijdens deze seconde rijd je nog steeds met dezelfde snelheid door. Deze afstand is de reactieafstand. Je kan deze bij benadering uitrekenen met de formule hieronder.
(Gereden snelheid : 4) + 10% = Reactieafstand in meters1
Voorbeeld: (60 km/u : 4) + 10% = 15 + 1,5 = 16,5 meter
Remafstand
Zodra je de rem aanraakt, sta je nog niet direct stil. Dit is afhankelijk van hoe goed je voertuig remt en hoe snel je rijdt. De afstand die je in die tijd aflegt, is de remafstand. Deze afstand neemt kwadratisch toe naarmate je snelheid hoger ligt. Dit betekent dat de remafstand vier keer zo lang wordt als de snelheid twee keer zo hoog is. Ook de staat van het wegdek en de weersomstandigheden zijn van invloed op de remafstand. Je kan deze bij benadering uitrekenen met de formule hieronder.
(Gereden snelheid : 10) x (Gereden snelheid : 10) : 2 = Remafstand in meters1
Voorbeeld: (60 km/u : 10) x (60 km/u : 10) : 2 = 6 x 6 : 2 = 18 meter
| Reactieafstand | Remafstand | Stopafstand | |
|---|---|---|---|
| 60 km/u | 16,5 meter | 18 meter | 34,5 meter |
| 80 km/u | 22 meter | 32 meter | 54 meter |
| 130 km/u | 35,75 meter | 84,5 meter | 120,25 meter |
Volgafstand
De afstand tussen de neus van jouw auto en de achterkant van het voertuig voor je is de volgafstand. Het niet houden van voldoende volgafstand is strafbaar. Een veilige volgafstand kan je bepalen met de ‘twee-seconden-regel’. Dit betekent dat als het voertuig voor jou een paaltje passeert, het 2 seconden moet duren, voordat jij bij dat paaltje bent. Je kan deze bij benadering uitrekenen met de formule hieronder.
1 Deze formules staan er puur om je een idee te geven van afstanden. Je hoeft niet te rekenen tijdens het CBR-examen.
(Gereden snelheid : 2) + 10% = Volgafstand in meters1
Voorbeeld: (60 km/u : 2) + 10% = 30 + 3 = 33 meter

Slechtere omstandigheden
De volgafstand volgens de ‘twee-seconden-regel’ is een minimale volgafstand. Deze is gebaseerd op goede weg- en weersomstandigheden, een alerte bestuurder en een goede wegligging.
Is je auto in een slechte staat, dan wordt de remweg langer. Ditzelfde geldt als je te maken krijgt met slechte weg- en weersomstandigheden. De weg kan daardoor minder grip geven en dus gladder zijn. In dat geval moet je meer volgafstand aanhouden.
Ben je minder alert of is het zicht slecht door mist, sneeuw- of regenval, dan kan je minder goed waarnemen en minder vlot reageren. Daardoor wordt juist je reactieafstand langer. Ook in dat geval moet je meer volgafstand aanhouden.
Het inschatten van de minimale volgafstand in dit soort situaties vergt inzicht en ervaring. Maar als leidraad kan je 3 of 4 seconden volgafstand aanhouden.
Om te weten of je te maken hebt met een slechter wegdek en daarmee een slechtere wegligging, kan je kijken naar:
- Soort wegdek en de staat ervan
Een nat wegdek geeft minder grip, net als een wegdek met gaten of los grind of zand. Daarnaast geeft bijvoorbeeld een klinkerweg minder grip dan een asfaltweg. - Wegverkanting
In bochten worden wegen meestal iets schuin gelegd waarbij de binnenbocht iets lager wordt gelegd dan de buitenbocht (positieve wegverkanting). Dit zorgt voor meer grip in de bochten. Is door omstandigheden de buitenbocht lager dan de binnenbocht (negatieve wegverkanting), dan heb je juist minder grip in de bochten.

Positieve wegverkanting. De binnenbocht ligt lager.

Negatieve wegverkanting. De binnenbocht ligt hoger.

- Nieuw wegdek
Bij een nieuw wegdek zou je verwachten dat de grip meteen goed is. Maar dit is niet het geval. Een weg moet eerst ‘ingereden’ worden, voordat deze stroef genoeg is. Een nieuw wegdek is in het begin dus juist gladder.