Advanced Driver Assistance Systems (ADAS)

Moderne auto’s zijn steeds meer voorzien van technische snufjes die het autorijden veiliger en makkelijker maken. Deze systemen worden kortweg ADAS genoemd, naar de Engelse term Advanced Driver Assistance Systems (in het Nederlands: rijtaak ondersteunende systemen). Om er goed mee om te kunnen gaan en alle voordelen te benutten, is het belangrijk dat je begrijpt wat zo’n systeem doet. Maar daarnaast moet je ook weten wat de beperkingen zijn.

Een heel groot nadeel van de aanwezigheid van ADAS is dat we ons steeds veiliger voelen op de weg. Dit kan een vals gevoel van veiligheid zijn. Zo wordt soms gedacht dat je minder afstand hoeft te houden als de personenauto een automatisch remsysteem heeft dat in werking treedt, zodra de voorganger remt. Maar de remafstand wordt niet kleiner van deze systemen en het moet niet gezien worden als een vervanging van zelf remmen.

Een tweede nadeel is dat hoe meer het voertuig taken van je overneemt, hoe minder je zelf blijft kijken en nadenken. Je gedachten dwalen af als je even niets hoeft te doen. Als je dan ineens wel moet ingrijpen, ben je in de meeste gevallen te laat.

ADAS wordt onderverdeeld in niveau 0 tot en met 5. Bij niveau 0 geeft het systeem alleen een waarschuwing en bij niveau 5 rijdt de auto volledig zelfstandig. De meeste systemen waar je tijdens rijlessen mee te maken krijgt, zijn van niveau 0 en 1. Sommige lesauto’s zullen ook systemen van niveau 2 hebben.

Niveau 0

De systemen kunnen waarschuwingen geven, bijvoorbeeld met geluidjes of lampjes in het dashboard. De bestuurder moet hierbij, als dit nodig is, zelf ingrijpen. Doe je dit niet, dan zal het systeem hooguit harder gaan piepen of de lampjes sneller laten knipperen, maar het systeem grijpt zelf niet in.

Niveau 1

Bij dit niveau kan het systeem ingrijpen of losse taken overnemen. Het kan bijvoorbeeld zelf remmen, gas geven of bijsturen. Je kan dit op elk moment tegengaan door het tegenovergestelde te doen.

Niveau 2

Bij dit niveau zijn de systemen een stuk geavanceerder en kunnen meerdere taken tegelijk van de bestuurder overnemen. De bestuurder moet hierbij wel beschikbaar blijven om direct in te grijpen als dit nodig is. Je moet dus nog steeds je handen bij het stuur houden en kan niet iets anders gaan doen.

Niveau 3

Systemen van dit niveau kunnen op bepaalde wegen en in bepaalde situaties zelfstandig rijden waarbij de bestuurder niet direct hoeft te kunnen ingrijpen, maar wel binnen een bepaalde tijd. De bestuurder moet dus beschikbaar blijven, maar hoeft niet het stuur vast te houden of continu op de weg te kijken. Deze systemen werken alleen binnen bepaalde omstandigheden. Vallen deze omstandigheden (deels) weg, dan moet de bestuurder de rijtaak binnen een bepaalde tijd kunnen overnemen.

Niveau 4

Systemen van dit niveau zijn vergelijkbaar met systemen van niveau 3, maar dan nog iets geavanceerder. Kom je met een niveau 4 systeem buiten de omstandigheden waarbinnen dit systeem werkt, dan kan het systeem zelfstandig het voertuig op een veilige plek parkeren. Vanaf daar kan je als bestuurder de rijtaak weer overnemen. Zou je dus in slaap vallen, dan geeft dit minder risico dan met een niveau 3 systeem.

Niveau 5

Dit is het allerhoogste niveau. Hieronder valt het volledig autonoom rijden, waarbij de bestuurder niet meer hoeft in te grijpen en er zelfs geen stuur of pedalen meer in de auto aanwezig hoeven te zijn.

Verschillende ADAS

Er zijn veel verschillende systemen waarbij soms meerdere namen worden gebruikt voor hetzelfde, afhankelijk van het automerk. De meest voorkomende systemen worden op de volgende pagina’s uitgelegd.

Adaptieve cruisecontrol

De gewone cruisecontrol is een systeem waarbij je de snelheid van het voertuig kan vastzetten waardoor je niet gas hoeft te blijven geven. Adaptieve cruisecontrol houdt hiernaast ook de volgafstand in de gaten en laat het voertuig afremmen, zodra deze te krap wordt. Hij past de snelheid automatisch aan het verkeer voor je aan. Ga je zelf remmen, dan gaat de cruisecontrole uit. Het gebruik van cruisecontrol wordt afgeraden bij slecht weer en gladheid, omdat dit het slipgevaar vergroot.

cruisecontrol 1

Adaptieve verlichting (adaptive light control)

Adaptieve verlichting is bijvoorbeeld het bochtlicht dat aangaat, zodra je een bocht instuurt of de koplampen die meesturen in de bocht. Hierdoor wordt de bocht beter verlicht. Ook is er bij meesturende koplampen minder risico op verblinding van tegemoetkomend verkeer in de bocht.

Afdaalssysteem (hill descent control)

Dit systeem helpt je bij het afdalen van steile hellingen en wordt vooral gebruikt op vierwiel aangedreven voertuigen die ook bedoeld zijn voor ruwer terrein. Als het voertuig versnelt zonder dat de bestuurder gas geeft, gaat het systeem gecontroleerd afremmen tot de ingestelde snelheid.

Automatische verlichting

groot licht automatisch

Automatisch groot licht

Bij automatische verlichting moet je denken aan de dagrijverlichting die automatisch overschakelt naar dimlicht als het buiten donker begint te worden. Ook bestaat er automatisch groot licht, waarbij het groot licht wordt gedimd, zodra je onder een bepaalde snelheid komt of als er tegenliggers aankomen of verkeer kort voor je rijdt.

De sensoren die dit regelen, zullen helaas lang niet altijd alles opmerken. Mist wordt vaak niet opgemerkt waardoor het dimlicht niet wordt ingeschakeld. En op rechte wegen wordt verder weg rijdend verkeer soms niet opgemerkt waardoor het groot licht niet op tijd wordt gedimd. Jij houdt de verantwoordelijkheid en moet dit dus zelf in de gaten blijven houden.

Autonoom noodremsysteem en botswaarschuwing (autonomous emergency braking, forward collision warning, et cetera)

Er zijn veel verschillende systemen die kunnen waarschuwen en ingrijpen als je als bestuurder ergens tegenaan dreigt te gaan rijden. Deze werken met camera’s, sensoren en andere detectiesystemen die ingrijpen als je zelf te laat begint met remmen.

Automatische remsystemen kunnen gekoppeld zijn aan de gordels of andere veiligheidssystemen die in werking treden om schade en letsel bij de botsing zoveel mogelijk te voorkomen.

Automatic braking is geen direct hulpmiddel om een ongeval te voorkomen, maar meer een laatste redmiddel om de gevolgen van een ongeval zo klein mogelijk te houden. Forward collision warning en rear collision warning zijn waarschuwingssystemen die vooral bedoeld zijn om de bestuurder aan te zetten tot actie. Pas als je dit niet doet, zal het systeem zelf gaan remmen.

istock 1072003004

Automatische parkeersystemen en achteruitrijcamera (assisted parking en automatic parking)

De simpelste parkeersystemen bestaan uit sensoren en geven piepjes als je te dicht bij obstakels komt. Uitgebreidere systemen zijn voorzien van camera’s waarbij je beter zicht hebt op de wegdelen rond het voertuig.

De meest uitgebreide systemen nemen het parkeren helemaal over. Je hoeft zelf niet meer te sturen. In dit geval blijf jij nog altijd verantwoordelijk voor eventuele schade en moet je nog steeds om je heen blijven kijken of je niemand hindert.

parkeerassistentie 1

Automatisch navigatiesysteem met TMC en internetkoppelingen

Navigatiesystemen worden steeds meer uitgebreid met extra voorzieningen die je waarschuwen voor file en omleidingen op je route. Zo’n traffic message channel (TMC) geeft belangrijke, actuele informatie over verkeerssituaties, gevaarlijke weersomstandigheden en verkeersincidenten. Afhankelijk van de instellingen kan het ook zijn dat het systeem zelfstandig de route hierop aanpast.

Bandenspanningsensor (tire pressure monitoring)

bandenspanning

Waarschuwing lage banden-spanning

De bandenspanning wordt bij sommige voertuigen in de gaten gehouden door sensoren. Zodra de bandenspanning van een band begint af te wijken, krijg je een waarschuwingslampje in je dashboard. In dat geval moet je stoppen op een veilige plek en je bandenspanning controleren.

Dit vervangt niet de maandelijkse controle van de bandenspanning, omdat dit systeem vaak alleen een verschil tussen de banden detecteert. Als alle banden minder spanning hebben door normaal spanningsverlies, wordt dit meestal niet opgemerkt door het systeem. Ook kan het systeem een valse melding geven als het erg koud is buiten.

Dodehoekverklikker (blind spot detection/monitor)

Dit systeem waarschuwt je voor voertuigen in de dode hoek. Dit kan bijvoorbeeld zijn door middel van een lampje in de buitenspiegel dat gaat branden, zodra er een voertuig in de dode hoek rijdt, maar het kan ook op andere manieren kenbaar gemaakt worden.

Als jouw voertuig iets in de dode hoek opmerkt en jij doet je richtingaanwijzer aan in die richting, klinkt vaak een waarschuwingssignaal om te vertellen dat je nog niet kan opschuiven die kant op. Meer geavanceerde systemen, zoals active blind spot, kunnen hierbij ook zelf gaan terugsturen.

Dit systeem kan ervoor zorgen dat bestuurders zelf minder vaak de dode hoek gaan controleren. Toch worden kleinere voertuigen en bijvoorbeeld motorfietsen soms niet opgemerkt door deze systemen. Zelf de dode hoek controleren blijft dus noodzakelijk.

dodehoekverklikker

Electronisch stabiliteitscontrole (electronic stability program (ESP/ESC))

elektronisch stabiliteitssysteem uit

Waarschuwing ESP uitgeschakeld

Dit systeem controleert continu of de richting waarin de auto beweegt, wel overeenkomt met de richting waarin je stuurt. Als dit niet overeenkomt, bijvoorbeeld doordat je in een slip belandt, corrigeert het systeem dit zoveel mogelijk. Dit gebeurt door het afzonderlijk afremmen van de wielen. De auto wordt zo gestabiliseerd en weer in de juiste richting gestuurd.

Zo klinkt het alsof een auto met ESP niet meer kan slippen. Maar dat is zeker niet zo. Een beginnende slip kan nog opgevangen worden, maar als je echt flink in de slip dreigt te raken, doet ook de ESP hier niets meer aan.
ESP kan meestal uitgeschakeld worden, maar dit is bij gebruik op de openbare weg niet aan te raden.

Intelligente snelheidsassistentie (intelligent speed assistance, ISA)

Dit systeem werkt vaak samen met de adaptieve cruisecontrol. Het combineert verkeersbordherkenning met GPS en een database met vastgelegde maximumsnelheden om te bepalen wat de plaatselijke maximumsnelheid is. In combinatie met de adaptieve cruisecontrol past het systeem de snelheid zelf aan.

De verkeersbordherkenning werkt niet overal even goed en niet alle systemen zijn ver genoeg doorontwikkeld voor de Nederlandse wegen. Zo worden zone-borden en onderborden soms niet herkend. Ook ‘pakt’ het systeem soms borden van parallelwegen of zijwegen die op de weg waar jij rijdt, niet gelden. Vertrouw dus niet blindelings op dit systeem, maar blijf zelf naar de borden kijken. ISA is inmiddels verplicht op alle nieuwe personenauto’s.

verkeersbordenherkenning

Nachtzicht (night vision)

Dit is een warmtebeeld- of infraroodcamera op het voertuig dat een beeld geeft op een monitor in of op je dashboard. Hiermee kan je in het donker en bij slecht weer eerder obstakels en onverlichte weggebruikers zien.

Noodoproepsysteem (eCall)

Dit systeem stuurt automatisch een bericht naar een hulpdienst bij een ongeval. Belangrijke informatie, zoals je locatie en het aantal inzittenden, wordt meteen meegestuurd.

Noodremwaarschuwing (emergency stop signal)

Dit systeem zorgt ervoor dat de remlichten gaan knipperen als je een noodstop maakt. In sommige gevallen gaat hierbij (ook) de alarmverlichting aan.
Achteropkomend verkeer wordt zo beter gewaarschuwd voor de plotselinge snelheidsvermindering.

Regensensor (rain sensor)

Deze sensor is meestal ingebouwd in de voorruit en activeert de ruitenwissers, zodra regen wordt opgemerkt. De snelheid van de ruitenwissers wordt hier ook door geregeld.

Rijstrookassistentie (lane keep assist en lane departure warning)

Deze hulpmiddelen geven een waarschuwing door een piepje of trilling in het stuur of sturen zelfs actief terug als je van de rijstrook dreigt te geraken.

Een gevaar van dit systeem is het gebruik op spitsstroken, waarbij het systeem in de war kan raken van puntstukken en strepen bij invoeg- en uitrijstroken.
Hierdoor kan je ineens automatisch de spitsstrook afgestuurd worden door het systeem. Verder werkt het systeem voornamelijk met behulp van wegmarkeringen. Als deze afwezig zijn, werkt het systeem niet of minder goed.

rijstrook assistentie 2

Snelheidsbegrenzer (speed control function)

snelheidsbegrenzer

Bij de snelheidsbegrenzer stel je zelf een maximumsnelheid in. Je kan vervolgens niet sneller rijden dan deze ingestelde snelheid. Het is niet hetzelfde als cruisecontrol, waarbij het voertuig zelf de snelheid vasthoudt. Je moet blijven gasgeven.

Start-stop-systeem

start stop systeem

Start-stop systeem

Systeem dat het voor de bestuurder makkelijker maakt om de motor uit te schakelen tijdens het onvrijwillig stilstaan voor bijvoorbeeld verkeerslichten of een geopende brug. Bij een handgeschakelde personenauto moet hiervoor meestal de versnelling in de vrij gezet en het koppelingspedaal losgelaten worden. De motor schakelt dan automatisch uit. Zodra het koppelingspedaal weer ingetrapt wordt, start het voertuig weer. Bij een personenauto met automaat gaat de motor in dit geval meestal al uit als het voertuig met de voetrem stil wordt gehouden.

Voertuig communicatie systeem (vehicular communication system)

Dit is een systeem waarbij moderne voertuigen en andere ingestelde punten met elkaar communiceren en elkaar op de hoogte houden van opstoppingen en veiligheidswaarschuwingen.
Als bijvoorbeeld 300 meter voor jouw voertuig een ongeluk gebeurt, kan jouw voertuig hier vast op reageren door jou te waarschuwen of zelfs al te gaan remmen. Dit soort systemen worden steeds belangrijker met de komst van zelfrijdende auto’s.

Vermoeidheidsherkenning (drowsiness detection)

Dit systeem houdt de bestuurder en de handelingen van de bestuurder in de gaten en kijkt of deze nog actief aan het autorijden is. Het systeem kan herkennen dat de aandacht verslapt door een camera die het gezicht in de gaten houdt. Daarnaast haalt het ook informatie uit de stuurbewegingen en de positie op de rijstrook (bijvoorbeeld via de lane assist).

Als het systeem vermoeidheid of verminderde concentratie herkent, klinkt een geluid en staat een advies in je dashboard om even te pauzeren. Dit betekent overigens niet dat je altijd kan blijven rijden tot het voertuig deze signalen gaat geven. Ga nooit vermoeid op weg en houd regelmatig pauze, ook als dit nog niet specifiek geadviseerd wordt door dit systeem.

Waarschuwing kruisend verkeer (rear cross traffic alert)

Dit systeem controleert tijdens het achteruitrijden of er verkeer van links of rechts nadert. Het merkt ook verkeer op dat door de bestuurder nog niet te zien is. Als er verkeer nadert, waarschuwt het systeem de bestuurder door middel van geluid.

Sommige systemen remmen ook zelf als de bestuurder niet reageert door te stoppen. Dit systeem wordt vaak gecombineerd met het rear collision warning systeem.

cross traffic warning

Waarschuwingsgeluiden elektrische voertuigen

Dit zijn de waarschuwingsgeluiden die klinken als een (deels) elektrisch aangedreven voertuig langzaam rijdt (tot 25 km/u). Deze voertuigen zijn normaal gesproken slecht te horen en door deze geluiden worden andere weggebruikers gewaarschuwd voor hun aanwezigheid. Het werkt zowel bij het vooruit- als achteruitrijden.

Zijwind stabilisatie (crosswind stabilisation)

Dit systeem houdt je voertuig stabiel tijdens stevige zijwind. Vooral voor bij personenauto’s met actieve vering (active suspension) komt dit voor. Het werkt door de wielen aan de kant van de wind licht af te remmen en de vering aan te passen waardoor het voertuig minder meebeweegt met de wind.

Let op, automatisch vertalen staat aan in jouw browser. Dit kan ongewenste vertalingen geven op deze site. Wij zijn niet verantwoordelijk voor fouten die hierdoor ontstaan in ons lesmateriaal.