Slepen van voertuigen
Als een voertuig kapot is, kan je dit voertuig wegslepen met een ander voertuig. Omdat je door het slepen wel extra gevaar kan veroorzaken, zijn hier regels aan verbonden:
- Met een motorvoertuig mag je maar één ander motorvoertuig slepen.
- Je mag een tweewielig motorvoertuig niet slepen en je mag niet door een tweewielig motorvoertuig gesleept worden.
- Je mag niet slepen als de afstand tussen de twee motorvoertuigen meer dan 5 meter bedraagt.
- Er mogen geen personen in het gesleepte voertuig zitten, behalve de bestuurder en passagiers die niet meer in het voorste voertuig passen.
Aandachtspunten
Moet een voertuig gesleept worden, omdat deze niet verder kan rijden, houd dan rekening met de volgende zaken:
- Korte afstand tot de sleper
Omdat er maximaal 5 meter tussen het slepende en gesleepte voertuig mag zitten, heb je weinig ruimte om te remmen als het voorste voertuig remt. Rijd daarom niet te snel en vermijd lastige en drukke punten. Vermijd ook de auto(snel)weg. - Op spanning houden van de sleepkabel
Tijdens het slepen komt de meeste kracht op de kabel en de voertuigen als de kabel op spanning wordt gebracht. Zorg dat de kabel tijdens de rit niet elke keer weer op spanning moet komen, maar houd deze zoveel mogelijk op spanning. - Rekening houden met stuurslot
Veel auto’s zijn voorzien van een stuurslot dat ervoor zorgt dat het stuur niet meer kan draaien als de auto van contact af is. Laat daarom de sleutel in het contact van het gesleepte voertuig en draai deze één slagje, zodat het voertuig op contact blijft. - Afwezigheid rem- en stuurbekrachtiging
Bij voertuigen met rembekrachtiging en/of stuurbekrachtiging werkt deze bekrachtiging niet, zodra de motor uit staat. Het remmen en sturen gaat in dat geval zwaarder. - Waarschuwingslichten
Waarschuw het overige verkeer met de waarschuwingslichten, bij voorkeur van het gesleepte voertuig. Achteropkomend en tegemoetkomend verkeer kan anders niet zien dat er gesleept wordt. - Elektrische auto’s niet zomaar slepen!
Omdat de rollende wielen van de elektrische auto elektriciteit opwekken die vervolgens nergens heen kan, kan de elektronica beschadigd raken. In het ergste geval ontstaat zoveel warmte dat onderdelen in brand vliegen. Controleer dus altijd het instructieboekje om te controleren of jouw auto gesleept mag worden. In de meeste gevallen zal een elektrische auto bij pech vervoerd moeten worden op een autoambulance.
Rijbewijs verplicht
Tijdens het slepen wordt het achterste motorvoertuig nog steeds gezien als een motorvoertuig en moet deze bestuurder daarom beschikken over een voor dat voertuig geldig rijbewijs.

Tijdens het slepen van een voertuig mag de afstand tussen deze voertuigen maximaal 5 meter zijn. Bij het slepen van een auto moet de bestuurder in de achterste auto een autorijbewijs hebben.

De bestuurder in de voorste auto moet de regels volgen die gelden voor een auto met aanhangwagen. De bestuurder mag hier dus niet inrijden.
Aanhangwagen
Daarnaast wordt het achterste motorvoertuig óók gezien als een aanhangwagen en moet je je ook houden aan de regels voor de aanhangwagens.