Veilig vervoeren
Als je een voertuig bestuurt, passagiers of lading vervoert of zelf als passagier meerijdt, is het van belang dat dit zo veilig mogelijk gebeurt. Daarom zijn regels opgesteld over het vervoer van lading en het gebruik van zitplaatsen, gordels en kinderbeveiligingssystemen.
- Zitplaats
Constructie die plaats biedt aan een volwassen persoon. Dit kan een afzonderlijke zitplaats zijn of een gedeelte van een bank.
Zitplaatsen
Het is verplicht dat zowel de bestuurder als de passagiers tijdens deelname aan het verkeer op een daarvoor bestemde zitplaats zit. Je mag tijdens het rijden niet in de kofferbak of laadruimte zijn. Ook in een aanhangwagen of caravan zitten of staan tijdens het rijden is verboden.
Hierop zijn een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld:
- vervoer in een bus van een lijndienst;
- passagiers in een rolstoel, als deze goed vastgezet kan worden;
- kinderen onder de 3 jaar tijdens vervoer in een bus;
- vervoer van patiënten in ambulances of op andere ligplaatsen;
- vervoer van passagiers tijdens optochten bij evenementen;
- kinderen ouder dan 8 jaar op de bagagedrager achterop een fiets.
Let op: op een snorfiets mag dit niet!
Passagiers jonger dan 8 jaar mogen op fietsen, snorfietsen en bromfietsen alleen vervoerd worden als zij op een goede zitplaats zitten met voldoende steun voor rug, handen en voeten.
Gordels
Het gebruik van een gordel is verplicht voor alle bestuurders en passagiers van:
- auto’s;
- bedrijfsauto’s;
- driewielige motorvoertuigen met gesloten carrosserie;
- brommobielen.
Er mogen nooit meer passagiers vervoerd worden dan dat er gordels zijn. In de huidige auto’s moeten gordels aanwezig zijn op alle zitplaatsen. In de meeste gevallen zijn dit driepuntsgordels die over de heup en schuin over de borst en schouder lopen.
Ook voor zwangere vrouwen is het dragen van een gordel verplicht. Zonder gordel loopt het ongeboren kindje meer risico dan met gordel. De gordel moet dan wel op de juiste manier gedragen worden. De heupgordel moet goed onder de buik langs gedragen worden en het schoudergedeelte goed boven de buik langs. De gordel over de buik laten lopen geeft wel extra risico voor het kindje.

Iedereen moet een gordel dragen in een auto. Ook een zwangere vrouw.

Kinderen mogen de driepuntsgordel niet als heupgordel dragen.
Het is voor alle bestuurders en passagiers van auto’s altijd verplicht om tijdens het rijden een gordel te dragen. Dit moet op de juiste manier; dus de driepuntsgordel moet goed over je heupen en borst lopen. Je mag het bovenste deel van de gordel niet achter je rug of onder je oksel langs laten lopen.
Kinderen jonger dan 12 jaar: bestuurder verantwoordelijk voor de gordelplicht. Kinderen van 12 jaar en ouder: zelf verantwoordelijk voor de gordelplicht.
Aandachtspunten bij het dragen van een gordel
Het dragen van een gordel voorkomt dat je lichaam naar voren of naar boven schiet bij een aanrijding van voren. Al bij een snelheid van 30 km/u kan het niet dragen van een gordel bij een botsing zorgen voor dodelijk letsel. Airbags hebben bij het niet dragen van een gordel weinig nut en zullen in sommige gevallen zelfs meer letsel toebrengen.

Als geen gordel wordt gedragen, kan de airbag tijdens een ongeval juist meer letsel toebrengen.

Kinderen jonger dan 18 jaar en kleiner dan 1,35 meter moeten op een kinderbeveiligingssysteem zitten. In dit geval is dat een zittingverhoger.
Bij het omdoen en dragen van een gordel zijn een aantal zaken belangrijk:
- Draag de gordel, zoals deze bedoeld is
Zorg dat het heupgedeelte goed strak over je heup loopt en het schuine gedeelte halverwege tussen je hals en je schouder loopt. Veel gordels zijn aan de bovenkant in hoogte verstelbaar, zodat deze niet te dicht bij je hals of schouder komen. - Trek de gordel strak, zodra je deze hebt vastgeklikt
Een te losse gordel trekt niet goed of te laat strak bij een aanrijding. - Doe dikke truien en winterjassen uit
Hoe dikker de kleding, hoe minder de gordel aansluit op jouw lichaam. Deze extra buffer zorgt ervoor dat de gordel minder goed of later aanspant bij een aanrijding. Hierdoor komt je lichaam verder naar voren. - Draag ook een gordel als je langs een kanaal rijdt
Er wordt wel eens gezegd dat je minder goed uit het voertuig komt bij te water geraken als je een gordel draagt. Natuurlijk moet je deze eerst af doen, voordat je uit het voertuig kan komen. Maar als je geen gordel draagt, is de kans zeer groot dat je door de klap op het water al bewusteloos of zwaargewond raakt. In dat geval kom je helemaal niet meer uit het voertuig.

Let altijd op of meerijdende kinderen hun gordel goed dragen.

Met een dikke winterjas aan sluit de gordel niet meer goed om het lichaam. Op deze manier een kindje vervoeren is onveilig.
Gebruik hoofdsteun
Veel mensen hebben de hoofdsteun niet goed afgesteld, omdat ze deze voor hun gevoel toch niet gebruiken. Toch is een goed afgestelde hoofdsteun vooral bij een aanrijding van achteren zeer belangrijk. Dit voorkomt hoofd- en nekletsel.
De bovenkant van de hoofdsteun moet gelijk zijn met de bovenkant van het hoofd. Kan de hoofdsteun niet zo hoog, dan zet je deze in ieder geval zo hoog mogelijk. Soms kan de hoofdsteun ook voorover of achterover gekanteld worden. Stel de hoofdsteun dan zo af dat de afstand tussen de achterkant van het hoofd en de hoofdsteun zo klein mogelijk is.
- Carrosserie
De stalen constructie die de auto zijn stevigheid geeft. Het is als het ware het ‘geraamte’ van de auto.
Kinderbeveiligingssystemen
Kinderen jonger dan 18 jaar en kleiner dan 1,35 meter moeten gebruikmaken van een goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem, aangepast aan de grootte en het gewicht van het kind. Hierin bestaan vier groepen: 0+, I, II en III.

Babyautostoel
Groep 0+, 0-13 kg

Kinderautostoel
Groep I, 9-18 kg

Zitverhoger (met of zonder rugleuning)
Groep II, 15-25 kg
Groep III, 22-36 kg
Babyautostoel (Groep 0+, 0-13 kg)
Deze stoeltjes zijn voor baby’s en kleine kinderen tot zo’n 18 maanden. Deze stoeltjes worden tegen de rijrichting in gemonteerd en kunnen gebruikt worden, totdat het kindje zo’n 13 kg weegt of met zijn/haar hoofdje boven de zitschaal uitsteekt. Tot die tijd is dit de veiligste keuze. De stoeltjes worden met de gordel of het Isofix-systeem in de auto vastgezet en zijn voorzien van een eigen gordeltje voor de baby.
Kinderautostoel (Groep I, 9-18 kg)
Deze stoeltjes worden meestal met de rijrichting mee gemonteerd en vastgezet met de gordel of het Isofix-systeem. Ze zijn geschikt voor kinderen vanaf ongeveer 1 jaar. Het kindje zit vast door een gordel van het stoeltje zelf of door een ‘vanglichaam’. Dit is een soort blok dat voor de buik en deels de borst wordt vastgezet met de normale driepuntsgordel.
Zitverhoger met of zonder rugleuning (Groep II, 15-25 kg / Groep III, 22-36 kg)
Meestal worden deze twee groepen samengevoegd in één stoeltje, een zitverhoger met of zonder (afneembare) rugleuning. Verstandig is om zo lang mogelijk gebruik te maken van de zitverhoger met rugleuning, omdat deze de beste bescherming geeft. In deze stoeltjes zit het kind meestal vast met de driepuntsgordel. De zitverhoger moet ervoor zorgen dat de gordel op de juiste plek over het lichaam loopt.

Uitschakelen airbag
Schakel bij gebruik van een stoeltje die tegen de rijrichting in geplaatst wordt, altijd de voorairbag uit. Dit zijn de airbags die normaal gesproken het hoofd moeten tegenhouden bij een frontale botsing. Deze zitten onder andere in het dashboard, maar kunnen ook in de hoofdsteun van de voorstoel zitten als bescherming van de passagiers achterin. Deze airbag zal het stoeltje en daarmee het kindje door de auto lanceren. Het uitschakelen van deze airbag is daarom verplicht.
Gebruik bij een airbag die niet uitgeschakeld is of kan worden, altijd een stoeltje dat in de rijrichting geplaatst wordt. Zet in dat geval de autostoel waar het kinderstoeltje op komt te staan, zo ver mogelijk naar achteren. Houd er rekening mee dat airbags gemaakt zijn voor volwassenen, maar voor kinderen al snel te krachtig zijn. Probeer daarom kinderen jonger dan 12 jaar zo min mogelijk op de voorstoel van een auto te vervoeren.
Aandachtspunten kinderbeveiligingssystemen
Maak je gebruik van een kinderbeveiligingssysteem, let dan op de volgende dingen:
- Zorg dat het stoeltje goed vastzit
De stoeltjes met het Isofix-systeem zijn, als ze op de juiste manier worden vastgezet, het meest stabiel. Deze zitten door een speciaal kliksysteem vast aan de carrosserie van het voertuig en zullen daarom bijna nooit verschuiven. Een stoeltje dat je met een gordel vastzet, wordt alleen goed vastgehouden bij een ongeval als het stoeltje op de juiste manier in de gordel is geplaatst. Lees goed de gebruiksaanwijzing. - Schakel de passagiersairbag uit
Vervoer je een kind in een kinderbeveiligingssysteem op de voorstoel tegen de rijrichting in, dan is het uitschakelen van de passagiersairbag verplicht. Het niet uitschakelen is erg gevaarlijk. Zou de airbag afgaan tijdens een ongeval, dan kan het kindje levensgevaarlijk gewond raken. - Doe dikke jassen en truien uit
Een kindje dat met een winterjas in een kinderstoeltje zit, wordt niet zo goed beschermd. Het kindje kan zelfs uit het stoeltje gelanceerd worden bij een ongeval. De gordels sluiten in dat geval niet strak genoeg om het lijfje. - Gebruik een autostoel van een bepaalde groep zo lang mogelijk
Vroeg overstappen naar een hogere groep is minder veilig, omdat iedere hogere groep weer minder bescherming biedt. Het kindje moet natuurlijk nog wel comfortabel genoeg kunnen zitten. - Let op bij tweedehands stoeltjes
Ga bij tweedehands kinderbeveiligingssystemen altijd na of ze betrokken zijn geweest bij een ongeval. Net als bij gordels, airbags en helmen gaat de werking van een kinderbeveiligingssysteem sterk achteruit als ze al eens bescherming hebben geboden bij een ongeval. Of er ooit iets mee is gebeurd, is vaak niet na te gaan. Twijfel je hieraan, dan is het verstandig dat stoeltje niet te gebruiken.

Het uitschakelen van de passagiersairbag is in dit geval niet verplicht, maar wel verstandig. Kan dit niet, zet dan de passagiersstoel zo ver mogelijk naar achteren.

Dit autostoeltje mag alleen hier geplaatst worden als de airbag is uitgeschakeld.
Uitzonderingen kinderbeveiligingssystemen
Ondanks dat het vervoer in een kinderbeveiligingssysteem altijd de veiligste keuze is bij kinderen onder de 1,35 meter, kan het in uitzonderlijke gevallen voorkomen dat dit gewoonweg niet mogelijk is. Daarom zijn er een aantal uitzonderingen opgenomen in de wet:
- In taxi’s en lijnbussen is het gebruik ervan niet verplicht, maar dan mogen ze niet op de voorste rij stoelen zitten;
- Als door gebruik van twee kinderbeveiligingssystemen op de achterbank een derde niet meer past, dan mag het derde kind met alleen een gordel op de achterbank vervoerd worden. Dit is dan wel het liefst het oudste kind, maar in ieder geval een kind ouder dan 3 jaar;
- Als sprake is van incidenteel vervoer, zoals een kinderfeestje, mogen op de achterbank kinderen, ouder dan 3 jaar, maar kleiner dan 1,35 meter, vervoerd worden met alleen een gordel.
Let op!
Het feit dat iets wettelijk gezien mag, betekent zeker niet dat het de beste keus is. Als er een mogelijkheid is om een kinderbeveiligingssysteem te gebruiken bij een kind onder de 1,35 meter, verdient dit altijd de voorkeur.
Verantwoordelijkheid passagiers
Volwassen passagiers hebben een eigen verantwoordelijkheid in de manier waarop ze zich laten vervoeren. Kinderen vanaf 12 jaar zijn ook zelf verantwoordelijk voor het dragen van de gordel. Natuurlijk neem je als bestuurder je eigen verantwoordelijkheid en zorg je dat alles en iedereen veilig vervoerd wordt.
Geef ook aan als je last hebt van gepraat of geschreeuw door passagiers. Jij moet zorgen dat je goed geconcentreerd blijft tijdens het rijden. Laat je niet opjagen door passagiers en houd je aan de regels. Als er iets misgaat, doordat je werd afgeleid of uitgedaagd, ben jij degene die voor alle schade mag opdraaien.
Helmplicht
Voor een aantal motorrijtuigen geldt een helmplicht in plaats van een gordelplicht. In dat geval ontbreken vaak de veiligheidsgordels aan het voertuig. Denk hierbij aan een bromfiets (inclusief de snorfiets en speedpedelec), motor, brommobiel zonder gesloten carrosserie, een trike of een quad. In dat geval ben je verplicht een goedgekeurde helm te dragen. Ook hierbij ligt de verantwoordelijkheid vanaf een leeftijd van 12 jaar bij de passagier zelf. Bij jongere kinderen is de bestuurder verantwoordelijk.
Lading vervoeren
Lading mag geen zicht ontnemen dat je nodig hebt om de juiste beslissingen te kunnen nemen. Zet lading goed vast, zodat het altijd op de plaats blijft bij het optrekken, sturen en (stevig) remmen. Denk er ook aan dat verschuivende en omvallende lading jou als bestuurder afleidt van de rijtaak.
Lading mag er niet voor zorgen dat de verlichting of kentekenplaat slechter zichtbaar is. Als de kentekenplaat op de achterklep van de auto zit en je moet met geopende achterklep rijden, is dit strafbaar als hierdoor de kentekenplaat niet meer goed zichtbaar is.
Verlies je lading, dan is de kans groot dat jij moet opdraaien voor de schade die deze lading heeft veroorzaakt.