Plaats op de weg

Iedereen wil graag zo veilig mogelijk aan het verkeer deelnemen. Daarom is er voor iedere categorie weggebruikers een aparte plaats op de weg.

schema weg 1
schema weg
Rijbaan

Elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden en de fiets-/bromfietspaden. Fietsstroken horen wel bij de rijbaan! Een rijbaan is dus het gedeelte tussen twee stoepen of bermen.

Rijstrook

Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan. Deze moet wel zo breed zijn dat er een auto overheen kan rijden. Dit betekent dat een fietsstrook géén aparte rijstrook is.

Kantstreep

Streep op de buitenste rand van het wegdek.

Deelstreep

Streep die de rijbaan of weghelft voor één richting verdeelt in rijstroken.

Asstreep

Streep in het midden op de rijbaan. Deze verdeelt de rijbaan in een linker- en rechterweghelft, één voor iedere rijrichting.

Verdrijvingsvlak

Deel van de weg dat gemarkeerd is met diagonale strepen. Bestuurders mogen hier geen gebruik van maken.

Puntstuk

Driehoekig vlak op het wegdek bij onder andere het begin van invoegstroken en het eind van uitrijstroken. Bestuurders mogen hier geen gebruik van maken.

Doelgroepstrook

Strook bedoeld voor een bepaalde doelgroep, zoals een busstrook. Dit wordt aangegeven met een bord of het woord ‘BUS’ of ‘LIJNBUS’ op het wegdek.

rijbaan 2x2 1

Zoveel mogelijk rechts

Voor bestuurders is de basisregel dat iedereen zoveel mogelijk rechts houdt. Dit betekent niet dat je altijd helemaal rechts rijdt. Soms is er een goede reden om verder naar links te rijden. Maar als deze reden er niet is, rijd je zoveel mogelijk rechts.

Op een weg zonder rijstroken betekent dit dat je rechts van het midden rijdt als de rijbaan hier breed genoeg voor is. Op een weg met rijstroken rijd je in het midden op de rijstrook. Zijn er meerdere rijstroken waaruit je kan kiezen, dan neem je in eerste instantie de rechterrijstrook.

Als aan de rechterzijde van de rijbaan geparkeerde auto’s staan, is het zonder tegemoetkomend verkeer niet noodzakelijk tussen de geparkeerde auto’s elke keer naar rechts op te schuiven. Hierdoor zou je te veel gaan zigzaggen zonder dat dit nut heeft. Blijf zoveel mogelijk in een vloeiende lijn rijden.
Houd daarnaast voldoende ruimte (ongeveer een portierbreedte) tussen de geparkeerde auto’s en jouw voertuig. Dit voorkomt dat je een deur raakt als iemand deze ineens opent.

zigzaggend rijden auto

Probeer niet te gaan zigzaggen, maar rijd, waar dit kan, in een vloeiende rechte lijn.

Daarnaast hoef je op een rotonde en in een file niet zoveel mogelijk rechts te rijden. Je mag in dat geval naar eigen inzicht de beste positie kiezen.

Plaats op de weg voor voetgangers

Voor voetgangers is de plaats op de weg de stoep of het voetpad. Als dit ontbreekt, gebruiken zij het fietspad of fiets-/bromfietspad. Als dit ook ontbreekt, gebruiken zij de berm of uiterste zijde van de rijbaan.

Een uitzondering op deze regel vormen de voetgangers die zich voortbewegen door voorwerpen, zoals skates, skeelers, een skateboard of een step. Zij mogen zelf bepalen wat voor hen de veiligste plek is en mogen hierbij kiezen uit de stoep of het voetpad of het fietspad of fiets-/bromfietspad. Pas als dit allemaal ontbreekt, mogen ze gebruikmaken van de rijbaan.

Fietspad of fiets-/bromfietspad

Van de rijbaan losliggend pad bestemd voor fietsers en snorfietsers (fietspad) of fietsers, snorfietsers, bromfietsers en speedpedelecs (fiets-/bromfietspad).

Fietsstrook

Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht. Ontbreken deze fietssymbolen, dan heb je te maken met een suggestie(fiets)strook. Deze strook heeft geen wettelijke betekenis.

  • Fietsstroken met onderbroken strepen mogen gebruikt worden door andere bestuurders dan fietsers en snorfietsers om voor te sorteren of uit te wijken.
    Hierbij mogen fietsers en snorfietsers niet gehinderd worden.
  • Fietsstroken met een doorgetrokken streep mogen alleen gebruikt worden door fietsers, snorfietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen.
    Hier mag je als automobilist niet op rijden, ook niet om voor te sorteren.
fietsstrook

Een rijbaan met een fietsstrook, te herkennen aan de afbeeldingen van fietsen op het wegdek.

suggestiestrook

Een rijbaan met een suggestie(fiets)strook. De afbeeldingen van de fietsen ontbreken hier waardoor de strook geen wettelijke betekenis heeft.

Bijzondere bromfietsen
bso bus

BSO-bus

Onder deze groep vallen voertuigen, zoals de segway en de BSO-bus. Bestuurders van deze voertuigen moeten dezelfde plaats op de weg en maximumsnelheid aanhouden als snorfietsers. Voor deze groep geldt ook een minimumleeftijd van 16 jaar.

Plaats op de weg voor fietsers en snorfietsers

Fietsers, snorfietsers en bestuurders van speciale bromfietsen moeten het verplichte fietspad of het verplichte fiets-/bromfietspad gebruiken. Als dit ontbreekt, gebruiken zij de rijbaan. Het is voor snorfietsers in sommige gevallen niet toegestaan om gebruik te maken van het verplichte fietspad. Dit moet dan wel aangegeven zijn met een onderbord.

Fietsers mogen daarnaast kiezen om het onverplichte fietspad te gebruiken. Voor snorfietsers is dit pad verboden terrein, tenzij ze hun verbrandingsmotor uitgeschakeld hebben of voorzien zijn van een elektromotor.

g 11 groot

G-11
Verplicht fietspad

g 12a groot

G-12a
Verplicht fiets-/bromfietspad

g 13 groot

G-13
Onverplicht fietspad

2 fietsers

Fietsers mogen met zijn tweeën naast elkaar fietsen.

fietser snorfietser 1

Een snorfietser mag niet naast een fietser rijden.

2 snorfietsers 1

Twee snorfietsers mogen ook niet naast elkaar rijden.

In de meeste gevallen moeten snorfietsers de regels van fietsers volgen. Hierin zijn een paar belangrijke uitzonderingen. Ze mogen geen gebruik maken van het onverplichte fietspad als hun verbrandingsmotor aan staat.
Ook mogen ze niet, zoals fietsers, met zijn tweeën naast elkaar of naast een fietser rijden.

Bestuurders van fietsen op meer dan twee wielen of fietsen met een aanhangwagen, die met inbegrip van lading breder zijn dan 0,75 meter, mogen er altijd voor kiezen om de rijbaan te gebruiken. Dit kunnen bijvoorbeeld brede bakfietsen of fietstaxi’s zijn.

Brombakfiets

Bromfiets met twee wielen aan de voorkant en eentje aan de achterkant. Deze is alleen bedoeld voor het vervoer van de bestuurder en van goederen. Eventueel kan achter de bestuurder nog een passagier zitten.

Plaats op de weg voor bromfietsers (en bestuurders van speedpedelecs)

Bromfietsers moeten het verplichte fiets-/bromfietspad gebruiken. Als dit ontbreekt, gebruiken zij de rijbaan. Omdat bestuurders van speedpedelecs dezelfde regels moeten volgen, geldt dit ook voor hen.

Bestuurders van bromfietsen op meer dan twee wielen of bromfietsen met aanhangwagen die met inbegrip van lading breder zijn dan 0,75 meter, mogen er altijd voor kiezen de rijbaan te gebruiken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een brombakfiets.

Op veel plekken binnen de bebouwde kom is het door het ontbreken van verplichte fiets-/bromfietspaden voor bromfietsers verplicht om gebruik te maken van de rijbaan. Dit wordt vaak met borden aangegeven.

d 103 groot

D-103
Bromfietsers moeten het bord aan de rechterzijde voorbijrijden. Deze staat meestal op de plek waar de bromfietser het fiets-/bromfietspad op moet.

d 104 groot

D-104
Bromfietsers moeten het bord aan de linkerzijde voorbijrijden. Deze staat meestal op de plek waar de bromfietser de rijbaan op moet.

Plaats op de weg van gehandicaptenvoertuigen

Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig mogen zelf bepalen waar zij het veiligst kunnen rijden. Dit mag de stoep of het voetpad zijn, maar ook het fietspad, fiets-/bromfietspad of de rijbaan. Ze mogen ook gebruikmaken van de fietsstrook op de rijbaan.

Welke regels ze moeten volgen, is afhankelijk van waar ze rijden. Als ze op het voetpad of de stoep rijden of oversteken van het ene voetpad of de ene stoep naar het andere voetpad of de andere stoep, vallen ze onder de regels van de voetgangers. De maximumsnelheid is in dat geval 6 km/u. Rijden ze op een fietspad of fiets-/bromfietspad of op de rijbaan, dan vallen ze onder de regels van de bestuurders. In dat laatste geval gelden de maximumsnelheden, zoals deze ook gelden voor de bromfiets.

Plaats op de weg van ruiters

Ruiters moeten verplicht het ruiterpad gebruiken. Als dit ontbreekt, mogen ze naar eigen inzicht gebruikmaken van de berm of de rijbaan. Kiezen ze voor de rijbaan, dan mogen ze niet naast elkaar rijden.

Plaats op de weg voor colonnes, optochten en uitvaartstoeten

Groepen voetgangers mogen de rijbaan gebruiken als zij in een grote, georganiseerde groep lopen, zoals een colonne, optocht of uitvaartstoet. Maar dit is niet verplicht.

Plaats op de weg voor overige bestuurders

Alle niet-genoemde bestuurders (bestuurders van motorvoertuigen en brommobielen) volgen de rijbaan.

Plaats op de weg bij een brede middenberm

Rijbanen zijn soms door een (brede) middenberm gescheiden. In dat geval wordt vaak door borden aangegeven welke rijbaan je moet volgen. Is dit niet het geval, maak dan zoveel mogelijk gebruik van de rechterrijbaan. Ondanks de brede middenberm is ook hier sprake van maar één weg waarbij jouw positie zoveel mogelijk rechts is.

239 theorieboek auto

Als rijbanen gescheiden zijn door een brede middenberm, maak je normaal gesproken gebruik van de rechterrijbaan. Je moet deze rijbanen zien als éénrichtingswegen.

c 5

Soms mogen gescheiden rijbanen in beide richtingen gebruikt worden. Dit wordt aangegeven door bord C-5 .

Let op, automatisch vertalen staat aan in jouw browser. Dit kan ongewenste vertalingen geven op deze site. Wij zijn niet verantwoordelijk voor fouten die hierdoor ontstaan in ons lesmateriaal.