Gebruikseisen aanhangwagen
Naast de technische eisen moet je bij het gebruik van een aanhangwagen ook rekening houden met de gebruikseisen, bijvoorbeeld de maximumafmetingen en -gewichten van de lading.
Trekken van een aanhangwagen
Er mag altijd maar één aanhangwagen tegelijk worden voortbewogen door een personenauto. Daarnaast mag deze combinatie maximaal twee draaipunten hebben. Een aanhangwagen met maar één as heeft alleen een draaipunt bij de koppeling. Een aanhangwagen met twee assen kan er ook eentje hebben bij de voorste as.
Als de aanhangwagen haaks (in 90 graden) achter het trekkende voertuig staat, mag deze niet met andere onderdelen dan de koppeling in contact komen met dit trekkende voertuig. Hij moet dus vrij kunnen draaien.

Een aanhangwagen met één draaipunt. Elke aanhangwagen moet vrij kunnen draaien achter de personenauto. Hij mag daarbij de personenauto niet raken met andere onderdelen dan de koppeling.

Een aanhangwagen met twee assen niet direct naast elkaar heeft meestal twee draaipunten (aangegeven met de gele pijlen).
Daarnaast mogen alleen de wielen de grond raken tijdens het rijden. Zelfs als de aanhangwagen losschiet en door de hulpkoppeling aan de personenauto wordt gehouden. Draai daarom altijd het opdraaibare wiel goed op. Zorg er ook voor dat er geen losse kabels over de grond slepen.
Lading
Lading in of op een aanhangwagen moet goed genoeg vastgezet (of afgedekt) zijn. Ook moet deze zo verdeeld zijn dat dit geen risico vormt tijdens rijden, sturen en stevig remmen.
Om lading goed te kunnen vervoeren moet je met een aantal zaken rekening houden:
- Plaats zware lading zoveel mogelijk boven de as en zo laag mogelijk in de aanhangwagen.
- Belaad de aanhangwagen symmetrisch, dus evenveel gewicht links als rechts en voor als achter.
- Zet de lading goed vast. Losse lading kan grote problemen geven, zoals slingeren of zelfs kantelen van de aanhangwagen, of de lading kan eraf vallen.
- Controleer, nadat je een stukje hebt gereden, nogmaals of de lading goed vastzit.

Zet zware lading altijd zoveel mogelijk boven de as van de aanhangwagen.

Zorg dat lading goed verdeeld is tussen links en rechts.
Daarnaast mag de lading geen scherpe, uitstekende delen hebben. Andere, stompe, uitstekende delen moeten worden afgeschermd als deze een gevaar kunnen opleveren voor andere weggebruikers.
Lastdragers
Op een aanhangwagen kan gebruikgemaakt worden van een lastdrager, bijvoorbeeld een fietsendrager op de trekboom of trekdriehoek. De regels voor deze lastdrager zijn hetzelfde als bij de personenauto.
Kenteken
Een aanhangwagen moet voorzien zijn van een kentekenplaat. De maximummassa van de aanhangwagen bepaalt hierbij of de aanhangwagen een eigen gele kentekenplaat krijgt of dat deze een witte plaat krijgt met het kenteken van het trekkende voertuig.

Er moet altijd een originele kentekenplaat op de aanhangwagen zitten. Je mag bijvoorbeeld niet gaan rijden met een handgeschreven kentekenplaat op de aanhangwagen. Moet je dus gaan rijden met een (lichte) aanhangwagen, regel dan op tijd een goede kentekenplaat.
Uitstekende lading
Net als bij een personenauto mag de lading op een aanhangwagen niet onbeperkt uitsteken. De maximale afmetingen van een aanhangwagen mogen nooit overschreden worden door de lading. Zo mag een aanhangwagen nooit hoger beladen worden dan 4 meter vanaf de grond.
De regels van deelbare lading zijn hetzelfde als bij een personenauto.
Bij ondeelbare lading zijn deze iets anders:
- Voorzijde
Lading mag aan de voorzijde van een aanhangwagen nooit uitsteken, ook ondeelbare lading niet. Met de voorzijde wordt bedoeld het hart van de koppeling. Dit is het kommetje waar de trekhaak in valt. Wel moet je er rekening mee houden dat de lading nooit in de weg mag zitten bij het draaien van de auto of aanhangwagen. Steekt de lading boven de trekboom of trekdriehoek uit, dan kan dit al snel hinder opleveren.

Lading mag op een aanhangwagen nooit uitsteken voor de koppeling. Je mag zo niet gaan rijden.

Steekt lading meer dan 10 cm uit aan de zijkanten van een aanhangwagen, dan is een markeringsbord verplicht.
- Zijkanten
Alleen bij in de breedte ondeelbare lading mag deze buiten de maximale afmetingen van de aanhangwagen uitsteken. Dit mag, alleen als dit niet anders kan, tot een breedte van 3 meter. Steekt de lading meer dan 10 centimeter uit aan de zijkant, dan moet je deze markeren met een markeringsbord. - Achterzijde
Lading mag aan de achterzijde maximaal 1 meter uitsteken. In de lengte ondeelbare lading mag, als dit niet anders kan, verder uitsteken. Deze mag maximaal de helft van de lengte van de aanhangwagen uitsteken, met een maximum van 5 meter, gemeten vanaf de achterste as. Heb je bijvoorbeeld een aanhangwagen van 5 meter lang, dan mag ondeelbare lading maximaal 2,5 meter uitsteken vanaf de achterste as. Steekt de lading verder uit dan 1 meter, dan moet deze voorzien zijn van een markeringsbord.

Toegestane maximummassa’s
Voor de aanhangwagens zonder eigen kenteken geldt een maximummassa van 750 kg of minder. Meestal zit op de aanhangwagen een typegoedkeuringsplaatje met hierop de maximummassa. Dit is het gewicht van de aanhangwagen plus lading.
Hebben aanhangwagens een eigen kenteken, dan staat op het kentekenbewijs, het typegoedkeuringsplaatje en/of in het kentekenregister vermeld wat de maximummassa van deze aanhangwagen is.
Deze gewichten heb je nodig om te bepalen welk rijbewijs nodig is voor deze combinatie. Daarnaast moet je controleren of jouw personenauto deze aanhangwagen wel mag trekken en hoeveel lading je maximaal mag vervoeren.
Koppelingsdruk of kogeldruk
Je moet bij een aanhangwagen rekening houden met de maximale last onder de koppeling, ook wel koppelingsdruk of kogeldruk genoemd. Dit is het gewicht dat op de trekhaak komt als de aanhangwagen is aangekoppeld. Zowel een te hoge als een te lage kogeldruk is gevaarlijk.

Typegoedkeuringsplaatje op de aanhangwagen waarop de maximummassa en de maximale kogeldruk vermeld staan.

Op de kentekencard van de personenauto staat hoe zwaar de aanhangwagen die door deze auto getrokken mag worden, maximaal mag zijn.
Als de kogeldruk negatief is en de aanhangwagen dus de trekhaak omhoogtrekt, betekent dit dat de aanhangwagen aan de achterkant te zwaar beladen is. De aanhangwagen ligt minder stabiel op de weg en kan hierdoor sneller gaan slingeren. Een negatieve kogeldruk is niet toegestaan.
Is de kogeldruk te hoog, dan betekent dit dat de aanhangwagen aan de voorkant te zwaar beladen is. De auto wordt aan de achterkant omlaaggedrukt en dit zorgt ervoor dat er minder druk op de voorste wielen komt. Omdat dit de sturende wielen zijn, is de auto minder goed bestuurbaar. Je kan hierdoor sneller grip verliezen in de bochten.
De maximale kogeldruk van de aanhangwagen kan je vinden op het typegoedkeuringsplaatje. De maximale kogeldruk van de trekhaak en de personenauto vind je in het instructieboekje. Worden hier verschillende waardes aangegeven, dan moet je de laagste waarde aanhouden als maximale kogeldruk.

Een negatieve kogeldruk zorgt ervoor dat een aanhangwagen sneller gaat slingeren.

Een te hoge kogeldruk zorgt ervoor dat de personenauto minder goed bestuurbaar is.
Voor aanhangwagens tot en met 750 kg is de kogeldruk maximaal 50 kg. Voor aanhangwagens boven de 750 kg zal de kogeldruk meestal tussen de 50 en 75 kg zijn.
Ongeremde aanhangwagen
Een ongeremde aanhangwagen remt niet zelf. Om te zorgen dat een personenauto een ongeremde aanhangwagen goed tot stilstand kan brengen, mag een ongeremde aanhangwagen geen hoge maximummassa hebben. Ze mogen:
- nooit zwaarder zijn dan 750 kg;
- nooit zwaarder zijn dan de helft van de rijklare massa van de personenauto.
Geremde aanhangwagen
Bij geremde aanhangwagens remt de aanhangwagen zelf mee, zodra de personenauto remt. Dit gebeurt door middel van een ‘oplooprem’. Doordat de auto langzamer gaat rijden, wordt er vooraan de dissel een soort veer ingedrukt die ervoor zorgt dat de remmen in werking treden.

Oplooprem is niet ingedrukt. Aanhangwagen remt nu niet.

De personenauto remt. Oplooprem wordt ingedrukt. Aanhangwagen remt zelf af.
Daarnaast hebben deze aanhangwagens een handrem aan de voorzijde. Deze kan, als de aanhangwagen afgekoppeld is, aangetrokken worden waardoor de aanhangwagen blijft staan. Bij een aan de personenauto gekoppelde aanhangwagen moet de handrem altijd naar beneden zijn.
De losbreekreminrichting zit vast aan de handrem en trekt deze aan als de aanhangwagen losraakt van de personenauto.
7-polige of 13-polige stekker
Het is belangrijk dat je bij het aankoppelen van een aanhangwagen niet vergeet om ook de stekker van de aanhangwagen achterin de stekkerdoos van de personenauto te steken. Alleen als deze goed gemonteerd is, werkt de verlichting van de aanhangwagen, zoals het hoort. Controleer altijd de verlichting, voordat je gaat rijden. Let hierbij op dat de richtingaanwijzers aan de juiste kant gaan branden, dus niet op het trekkende voertuig rechts en op de aanhangwagen links.

7-polige stekker

13-polige stekker
Omdat er meerdere stekkers bestaan, namelijk een 7-polige en een 13-polige, kan het zijn dat je een verloopstekker nodig hebt om de aanhangwagen goed aan te sluiten. Dat verschil zit in hoeveel verlichting er op de aanhangwagen zit of dat er andere stroomvragende apparaten in de aanhangwagen of caravan aanwezig zijn, zoals een koelkast.
Ook de montage van deze twee stekkers is anders. De 7-polige stekker druk je in de contactdoos van de personenauto, de 13-polige stekker moet je erin draaien.