Algemene eisen – deel 4

Verplichte verlichting

Voor een goede zichtbaarheid van de auto en om zelf goed zicht te hebben op de weg, moet bepaalde verlichting verplicht op de auto aanwezig zijn.

Daarnaast moet iedere auto voorzien zijn van een rode retroreflector aan de achterzijde, zodat het voertuig ook tijdens parkeren in het donker zichtbaar blijft.

Achterlicht (rood, twee verplicht)

Licht dat ervoor zorgt dat het voertuig ook in het donker vanaf de achterkant goed te zien is en de breedte van het voertuig aangeeft.

Achteruitrijlicht (wit of geel, één verplicht)

Licht dat bestemd is voor het verlichten van de weg achter het voertuig en voor het waarschuwen van de overige weggebruikers dat het voertuig achteruitrijdt of achteruit gaat rijden. Enige witte verlichting die naar achteren straalt.

Dimlicht (wit of geel, twee verplicht)

Licht waarmee de weg vóór het voertuig wordt verlicht zonder dat hierdoor andere weggebruikers worden verblind of gehinderd.

Groot licht (wit of geel, twee verplicht)

Licht dat de weg vóór het voertuig over een grote afstand verlicht.

Mistachterlicht (rood, één verplicht)

Licht dat het voertuig bij dichte mist aan de achterkant beter zichtbaar maakt.

Remlicht (rood, drie verplicht)

Licht dat wordt gebruikt om de weggebruikers die zich achter het voertuig bevinden, te laten weten dat het voertuig opzettelijk vertraagt.

Richtingaanwijzer (ambergeel, twee voor en twee achter verplicht)

Licht dat is bestemd om andere weggebruikers te laten weten dat de bestuurder naar links of naar rechts van richting wil veranderen.

Stadslicht (wit of geel, twee verplicht)

Licht dat ervoor zorgt dat het voertuig ook in het donker vanaf de voorkant te zien is en een aanwijzing is voor de breedte van het voertuig. Onvoldoende tijdens het rijden in het donker, in dat geval is minimaal dimlicht nodig.

Waarschuwingsknipperlicht (zelfde kleur als richtingaanwijzers)

Gelijktijdige werking van alle richtingaanwijzers, bestemd om aan te geven dat het voertuig tijdelijk een bijzonder gevaar oplevert voor andere weggebruikers.

Kentekenplaatverlichting achter (wit)

Verlichting die de achterste kentekenplaat afleesbaar maakt in het donker. Deze verlichting mag niet naar achteren stralen.

Retroreflector achterzijde (rood, twee verplicht)

Een retroreflector geeft zelf geen licht, maar reflecteert de lichtbundel (van bijvoorbeeld het dimlicht van een ander voertuig) die erop valt. Hiermee vallen ook stilstaande voertuigen op als ze geen verlichting voeren. De meeste retroreflectoren zijn tegenwoordig geïntegreerd in de verlichtingsarmaturen.

Kleuren verlichting

Bij de meeste voertuigen zal je als verlichtingskleuren alleen rood, ambergeel (oranje) en wit tegenkomen. Daarbij zit rood over het algemeen aan de achterkant, wit aan de voorkant en ambergeel aan de zijkanten. Sommige verlichting wijkt hiervan af. Zo mogen sommige lichten aan de voorkant ook geel zijn in plaats van wit en sommige aan de achterkant ook wit of ambergeel in plaats van rood.

Als ezelsbruggetje kan je onthouden: wit licht komt naar je toe, rood licht gaat van je weg. Daarom is het achteruitrijlicht ook wit, ondanks dat het aan de achterkant zit.

verlichting achterkant
verlichting voorkant 1

Let op: de verlichting kan op andere auto’s iets anders ingedeeld zijn.

Richtingaanwijzers aan de zijkant

Het is belangrijk dat richtingaanwijzers vanuit alle richtingen goed te zien zijn. Bij de meeste moderne auto’s loopt de verlichting door om de hoek van de auto. Hierdoor is de richtingaanwijzer ook vanaf de zijkant goed zichtbaar. Is dit niet het geval, dan zijn richtingaanwijzers aan de zijkant van het voertuig ook verplicht.

Toegestane verlichting

Naast de verplichte verlichting mag ook andere verlichting op het voertuig zitten. Maar dit mag niet zomaar alle verlichting zijn. Deze extra verlichting is bijvoorbeeld bochtverlichting, het dagrijlicht, een mistlicht aan de voorkant en een parkeerlicht.

Ook mag je niet zomaar verlichting vervangen voor andere type verlichting. De armaturen van de verlichting zijn gemaakt voor halogeen-, xenon- of LED-verlichting. Deze zijn niet zomaar uitwisselbaar.

Bochtverlichting (wit)

Verlichtingsfunctie aan de voorzijde voor betere verlichting in de bochten.

Dagrijlicht (wit)

Licht dat naar voren is gericht en wordt gebruikt om het voertuig tijdens het rijden overdag beter zichtbaar te maken voor tegemoetkomend verkeer. Mag alleen gevoerd worden als dimlicht niet verplicht is!

Mistvoorlicht (wit of geel)

Licht bedoeld voor een betere verlichting van de weg bij mist of een soortgelijke toestand van verminderd zicht.

Parkeerlicht (voor wit, achter rood)

Licht bedoeld om de aanwezigheid van een geparkeerd voertuig aan te geven. Meestal is dit dezelfde verlichting als het stadslicht.

Aanvullende markeringslichten en reflectoren

Als voertuigen groter zijn dan normaal, is het belangrijk dat het ook opvalt dat deze voertuigen extra groot zijn. Dit wordt gedaan door markeringslichten en extra reflectoren.

  • Voertuigen breder dan 2,10 meter moeten aan de voorzijde voorzien zijn van twee witte en aan de achterzijde voorzien zijn van twee rode markeringslichten.
  • Voertuigen langer dan 6 meter moeten voorzien zijn van ambergele zijmarkeringslichten en van ambergele retroreflectoren aan de zijkant. De achterste van deze zijmarkeringslichten en retroreflectoren mag in plaats van ambergeel ook rood zijn.
Markeringslichten

Verlichting op de uiterste hoeken van een voertuig die de grootte van het voertuig aangeeft.

Naast deze verplichte markeringslichten en retroreflectoren mogen auto’s ook voorzien worden van extra markeringslichten en retroreflectoren, maar deze moeten voldoen aan de eisen voor wat betreft de kleur en plaatsing op het voertuig.

Overige eisen verlichting

Naast de aanwezigheid en verplichte kleur van verlichting op de auto moet de verlichting ook aan andere eisen voldoen. Dit zijn:

  • De verplichte lichten moeten goed werken en de verplichte retroreflectoren moeten goed reflecteren.
  • De lichtarmaturen moeten goed aan het voertuig zijn bevestigd en niet te veel aangetast zijn.
  • Het glas van de armaturen mag niet stuk of verwijderd zijn; ook moeten ze het licht goed doorlaten.
  • Lichten en retroreflectoren die dezelfde functie hebben, moeten symmetrisch geplaatst zijn en de lichten moeten onderling dezelfde lichtsterkte en grootte hebben.
  • De lichtdoorlatende gedeeltes van de verplichte lichten mogen voor maximaal 25% afgeschermd zijn.
  • De niveauregeling van de dimlichten moet goed werken. Dit is de handmatige hoogte-afstelling van de dimlichten die je gebruikt als het voertuig achterover helt door zwaardere belading. De verlichting pas je aan om verblinding van tegemoetkomend verkeer te voorkomen.
istock 670130400

Het glas van de armaturen mag niet te veel aangetast zijn. Ze laten dan te weinig licht door.

niveauregeling koplampen

Als de auto beladen is aan de achterkant, komt de voorkant omhoog. De dimlichten kunnen dan verblinden. Met de niveauregeling van de koplampen pas je dit aan.

Controlelampjes verlichting

Van een aantal lichten is het belangrijk dat ze niet per ongeluk aangezet worden en dat je je steeds bewust bent van het feit dat ze aan staan. Daarom moeten voor deze lichten verplicht waarschuwingslampjes in het dashboard aanwezig zijn. Dit zijn:

groot licht

Groot licht

mistvoorlicht

Mistlicht voor

mistachterlicht

Mistlicht achter

richtingaanwijzers

Richtingaanwijzers

waarschuwingsknipperlicht

Waarschuwings-knipperlichten

Bij richtingaanwijzers mag dit, naast een lampje, ook een geluidssignaal zijn.

Niet-toegestane verlichting en reflectoren

Naast de hiervoor genoemde verplichte en toegestane verlichting en reflectoren mogen op auto’s geen andere verlichting en retroreflectoren zitten.

Daarnaast mag de aanwezige verlichting:

  • niet verblindend zijn, met uitzondering van het groot licht;
  • niet knipperen, met uitzondering van de richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten en het noodstopsignaal van de remlichten (het automatisch knipperen van de remlichten als er een noodstop gemaakt wordt).

Als een richtingaanwijzer ingeschakeld is, mogen de zijmarkeringslichten aan die kant eventueel wel mee knipperen.

Alle andere verlichting, zoals de speciale blauwe verlichting die aanwezig is op de voertuigen van hulpdiensten, mag niet aanwezig zijn op auto’s. Het maakt daarbij niet uit of deze verlichting uit of aan staat. Het gaat erom dat het niet mag lijken dat jouw voertuig een dienstvoertuig is van een bepaalde hulpdienst, terwijl dit niet zo is.

Verlichting in de auto mag geen licht uitstralen naar buiten.

istock 901686756 medium

Je mag jouw auto niet voorzien van blauwe verlichting.

Bevestiging aanhangwagen

Als de auto is voorzien van een trekhaak, moet deze goed bevestigd zijn en mag deze niet gescheurd, gebroken, vervormd of verroest zijn.

Verplichte en toegestane geluidssignalen

Auto’s moeten verplicht voorzien zijn van een goed werkende toeter die een vaste toonhoogte heeft. Een toeter met een liedje is niet toegestaan.

Naast de toeter mag een auto voorzien zijn van:

  • een geluidssignaal dat klinkt tijdens het achteruitrijden;
  • een geluidssignaal op elektrische auto’s dat klinkt bij een snelheid tot 25 km/u;
  • een alarmsysteem met geluidssignaal.

Andere geluidsproducerende apparaten dan deze drie mogen niet op het voertuig aanwezig zijn.

Let op, automatisch vertalen staat aan in jouw browser. Dit kan ongewenste vertalingen geven op deze site. Wij zijn niet verantwoordelijk voor fouten die hierdoor ontstaan in ons lesmateriaal.