Een rotonde is een knooppunt van wegen. Een rotonde is zo vormgegeven dat wegen elkaar niet kruisen, maar dat het verkeer in een rondgaande beweging wordt geleid. Juist omdat het verkeer elkaar niet kruist, is de verkeersafhandeling op een rotonde veiliger dan op een kruispunt. Rotondes worden daarom meer en meer toegepast.

Er zijn verschillende soorten rotondes: mini-rotondes, rotondes met één of meerdere rijstroken, verkeerspleinen en turbo-rotondes. De laatste rotonde is een meer ovale rotonde waar de rijstroken in een spiraalvorm van binnen naar buiten lopen.

Bij het naderen van een rotonde stelt u ruim tevoren vast om wat voor soort rotonde het gaat en welk verkeer er zich op de rotonde bevindt. Observeer in de spiegels het achteropkomend verkeer.

Indien de toeleidende weg naar de rotonde uit meerdere rijstroken bestaat, kiest u voor het kwart ronden van de rotonde voor de meest rechter rijstrook.

Als u de rotonde nadert, kijkt u in de spiegels naar het verkeer achter de auto. Vlak voordat u de rotonde wil oprijden, kijkt u of u de rotonde kunt oprijden door eerst naar voren en daarna naar links te kijken of er verkeer op de rotonde rijdt.

De richtingaanwijzer gebruikt u telkens als u van rijstrook verandert of zodra u afslaat. Daarna zet u gelijk de richtingaanwijzer uit.

Op de rotonde kijkt u bij het verplaatsen naar een andere rijstrook eerst in de binnenspiegel, daarna in de buitenspiegel en over de schouder. U mag vlak voor of op de rotonde zowel links als rechts inhalen en ingehaald worden.

Voorafgaand aan het verlaten van de rotonde kijkt u eerst in de binnenspiegel, daarna in de rechterbuitenspiegel en over de rechterschouder. U moet verkeer dat de rotonde blijft volgen voor laten gaan. Ook verkeer dat gebruik maakt van de naastgelegen fietsstrook of trottoir, ook als deze vrijligt van de rotonde.

Geef richting aan naar rechts en verlaat de rotonde. Na het verlaten van de rotonde moet u meestal de richtingaanwijzer handmatig uit zetten.



Terug naar de website