Verkeersgedrag en verkeersveiligheid

Jaarlijks overlijden honderden personen aan de gevolgen van een verkeersongeval. Bijna driekwart van de slachtoffers is een man. Meer dan de helft van de slachtoffers valt op gemeentelijke wegen, vooral op wegen waar 50 km/u mag worden gereden. Dit zijn wegen waar veel kwetsbare weggebruikers zijn en waar veel verkeersstromen bij elkaar komen. De wegen waar 80 km/u mag worden gereden volgen direct hierna.

Motorrijders lopen per gereden kilometer veel meer risico op een dodelijk ongeval dan automobilisten. Ook hierbij vallen de meeste slachtoffers onder de mannen tussen de 20 en 30 jaar. Een groot deel van dit risico heb je als motorrijder zelf in de hand. Veel ongevallen ontstaan door overmoedig gedrag en te hoge snelheden. Maar de meeste ongevallen ontstaan doordat de motorrijder door zijn geringe omvang over het hoofd wordt gezien. Hier moet je als motorrijder bewust op inspelen.

Oorzaak ongeval in %
Menselijke fouten ongeveer 92%
Problemen met het voertuig ongeveer 5%
Weg- en weersomstandigheden, omgevingsfactoren ongeveer 3%

Naast de menselijke risicofactor zijn er ook andere oorzaken die een rol spelen, maar deze rol is stukken kleiner dan de rol van de mens zelf. Een klein deel is te wijten aan het voertuig, zoals slecht onderhoud, een fabricagefout of technisch mankement.

De overige ongevallen zijn te wijten aan de omgeving, zoals slechte zichtbaarheid door bijvoorbeeld mist, aanrijdingen met overstekend wild of andere weg- en weersomstandigheden. Maar ook hierbij kun je je afvragen of je er als bestuurder niet anders op had moeten reageren om ongelukken te voorkomen.

Risicofactoren

Veel menselijke fouten ontstaan omdat bestuurders niet genoeg opletten. Dit is vaak niet expres, maar komt door persoonlijke omstandigheden. Hoe goed je oplet wordt beïnvloed door verschillende factoren.

Gemoedsgesteldheid

Je gedachten kunnen afdwalen doordat je verdrietig of boos bent, of juist blij en enthousiast over iets dat je net hebt gehoord. Omdat onze hersenen veel minder tegelijk kunnen dan wij denken, ben je op zo’n moment minder geconcentreerd aan het motorrijden. Ook wordt je rijstijl vaak anders door emoties, zo rijden boze mensen meestal agressiever.

Vermoeidheid

Ook bij vermoeidheid ben je minder oplettend. Je reageert trager en kunt minder goed nadenken. Vermoeidheid heeft hetzelfde effect op onze rijstijl als het gebruik van alcohol. Ondanks dat bij veel ongevallen niet vast te stellen is of deze door vermoeidheid komen of niet, wordt geschat dat zeker 10-15% van de ongevallen direct of indirect zijn veroorzaakt door vermoeidheid.

Ga dus niet rijden als je te moe bent, maar zoek naar een alternatief, of blijf indien mogelijk thuis. Bij het rijden van lange afstanden voorkom je vermoeidheid door minimaal eens per twee uur een kwartier pauze te houden.

Afleiding

Veel ongevallen in het verkeer ontstaan door afleiding. Bij automobilisten is de mobiele telefoon hiervan meestal de oorzaak. Het vasthouden van de mobiele telefoon (en andere mobiele communicatie apparatuur) is daarom voor alle bestuurders verboden tijdens het rijden. Tijdens het motorrijden zul je minder snel geneigd zijn om je mobiele telefoon erbij te pakken. Als deze al gebruikt wordt tijdens het rijden, zal deze in de meeste gevallen in een houder op het stuur zitten en heb je deze dus niet vast. Maar dat wil niet zeggen dat dit geen afleiding geeft.

headset motor

Gebruik communicatiemiddelen alleen als het nodig is, en alleen handsfree.

navigatie motor

Laat je niet afleiden door je navigatie en stel deze niet in tijdens het rijden

Want ondanks dat bijvoorbeeld handsfree bellen wel is toegestaan, is dit door de afleiding bijna even onveilig als handheld bellen. Ook andere handelingen die gewoon toegestaan zijn, kunnen je flink afleiden tijdens het rijden. Zo is het wettelijk bijvoorbeeld niet verboden om je navigatie tijdens het rijden te bedienen, of om via een bluetooth systeem contact te hebben met een passagier achterop of een andere motorrijder. Maar ook dan ben je minder met je gedachten bij het verkeer. Ga dus geen hele gesprekken houden met je passagier tijdens het rijden, maar beperk je tot de noodzakelijke meldingen.

Ziekte of lichamelijke gebreken

Ook lichamelijke gebreken of ziekte kunnen ervoor zorgen dat je minder goed kunt rijden. Als je bijvoorbeeld een gebroken enkel of pols hebt, kun je de motorfiets niet meer goed besturen. Je mag dan niet meer motorrijden. Rijden is ook niet verstandig als je je door ziekte minder goed kunt concentreren.

Afleiding, stress, emoties, groepsdruk en vermoeidheid zijn allemaal flinke risicofactoren in het verkeer. De gevaren hiervan worden vaak onderschat. Het grote probleem van deze factoren is dat ze niet te meten zijn, zoals dit bij alcohol wel kan.

Her-opstapper

Onder motorrijders kom je vaker bestuurders tegen die een tijd lang niet rijden en daarna weer ‘opstappen’. Denk aan seizoensrijders, maar ook motorrijders die na lange tijd niet rijden, weer een motorfiets kopen of huren. Deze groep moet weer wennen, maar beseft dat niet altijd. Houd hier rekening mee als je zelf na lange tijd weer een ritje gaat maken. Het kan erg verstandig zijn om opnieuw een paar rijlessen te nemen. Rijd de eerste ritten extra defensief en begin met korte ritjes.

Standaardglas alcoholhoudende drank

Eén standaardglas wijn bevat evenveel alcohol als één standaardglas bier of één standaardglas sterke drank.

standaardglazen

Alcohol

Alcohol is in alle opzichten negatief voor je rijstijl. Het zorgt voor overschatting, terwijl je juist slechter gaat rijden. Je waarneming wordt slechter, je reageert minder snel en accepteert vaak ook nog onbewust de risico’s omdat je denkt dat die wel meevallen.

Eén standaardglas alcoholhoudende drank is pas na 1-1,5 uur weer uit je lichaam. De ongevalskans is in de tussentijd flink hoger, afhankelijk van hoeveel je drinkt. Van vier keer zo hoog na drie tot vier glazen, tot 20 keer zo hoog bij vijf tot zes glazen.

Drugs

Alle soorten recreatieve drugs werken negatief op jouw rijstijl. Hoe precies, dat hangt af van de soort. Als voorbeeld: drugs zoals wiet en hasj zorgen voor een slechtere concentratie en een trager reactievermogen. Oppeppende drugs zorgen er juist voor dat je agressiever en sneller gaat rijden omdat je denkt dat je alles aankunt en super scherp bent. Overschatting is hier een groot probleem. Het kan bij drugs tot meerdere dagen duren voordat je weer onder de grenswaarde zit waarbij je weer mag motorrijden. De politie kan dit controleren door middel van een speekseltest.

Geneesmiddelen

Het kan ook strafbaar kan zijn om met bepaalde medicijnen aan het verkeer deel te nemen, omdat deze de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden. Dit zijn bijvoorbeeld slaapmiddelen. Maar ook antidepressiva, medicijnen voor het hart of de bloeddruk, of zelfs oogdruppels die tijdelijk het zicht verminderen, kunnen hieronder vallen. Dit zijn niet alleen middelen die worden voorgeschreven door een arts.

De medicijnen waarvoor dit in ieder geval geldt zijn voorzien van een gele waarschuwingssticker. Daarnaast staat het vermeld in de bijsluiter.

gele sticker

Gebruik je dit soort medicijnen, dan ben je verplicht dit aan te geven in je gezondheidsverklaring. Het CBR kan ervoor kiezen hier eerst verder onderzoek naar te doen, voordat je rijgeschikt wordt verklaard. Overleg dit daarom altijd zo snel mogelijk met je rijschool of instructeur.

Ga je na het behalen van je rijbewijs dit soort medicatie gebruiken, dan is het je eigen verantwoordelijkheid om hier goed mee om te gaan. Veroorzaak jij een ongeval en is het duidelijk dat dit komt door jouw medicijngebruik, dan kan je hiervoor strafbaar worden gesteld.

Meer informatie is te vinden op de site www.rijveiligmetmedicijnen.nl.



Let op, automatisch vertalen staat aan in jouw browser. Dit kan ongewenste vertalingen geven op deze site. Wij zijn niet verantwoordelijk voor fouten die hierdoor ontstaan in ons lesmateriaal.