Gedrag op kruispunten
Er zijn verschillende regels opgesteld voor als je op kruispunten ander verkeer tegenkomt. Hiervoor moet je het verschil begrijpen tussen weggebruikers (al het verkeer, inclusief voetgangers) en bestuurders (al het verkeer zónder voetgangers). Daarnaast is het belangrijk dat je begrijpt wat het verschil is tussen verkeer op de kruisende weg en verkeer op dezelfde weg.
- Kruispunt
Samenkomst van wegen. Op een kruispunt is het mogelijk om van richting te veranderen. Daarmee wordt bedoeld dat je links of rechts kan afslaan. Kruispunten kunnen op allerlei verschillende manieren worden vormgegeven.

Normaal kruispunt

T-splitsing

Y-splitsing

Bajonetkruispunt
- Kruisende weg
Dit is de weg die jouw weg kruist. Dit hoeft niet altijd in een hoek van 90 graden (haaks) te zijn. Het kan ook een weg zijn die schuiner aansluit op de weg waar jij je op bevindt, zoals bij een Y-splitsing.

Ten opzichte van de motorrijder is het gekleurde gedeelte de kruisende weg.

Ten opzichte van de motorrijder is het gekleurde gedeelte van de Y-splitsing de kruisende weg.
- Dezelfde weg
Dit is de weg waar jij je op bevindt. Verkeer dat zich op dezelfde weg bevindt nadert jou van achteren of van voren. Het maakt daarbij niet uit of dit voetgangers zijn op de stoep of in de berm, of bestuurders van motorvoertuigen op de rijbaan. Rijd je op een rotonde, dan is al het verkeer dat ook deze rotonde volgt, verkeer op dezelfde weg.

Al deze weggebruikers bevinden zich op dezelfde weg (gekleurde gedeelte).

Op een rotonde geldt het rondlopende stuk weg als ‘dezelfde weg’. De motorrijder en de fietser bevinden zich dus op dezelfde weg.
- Voorrang verlenen
Het de betrokken bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen. Dit betekent dus dat de bestuurder die voorrang heeft, ook het idee moet hebben dat hij voorrang krijgt. Deze bestuurder moet ongehinderd door kunnen rijden.
Voorrang verlenen
Als de voorrang op een kruispunt niet geregeld wordt door borden, verkeerstekens op het wegdek of verkeerslichten, spreken we van gelijkwaardige wegen. Op gelijkwaardige wegen verlenen bestuurders voorrang aan bestuurders van rechts.
Je hoeft een voetganger dus geen voorrang te verlenen, want voetgangers vallen niet onder de bestuurders.

De van rechtskomende fietser heeft voorrang op de motorrijder.

De van rechtskomende voetganger is geen bestuurder en moet daarom de motorrijder voor laten gaan.
Er zijn twee uitzonderingen op deze regel:
- Bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van een tram.
- Bestuurders op een onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders van links en rechts op een verharde weg.

De motorrijder moet de tram voorrang verlenen, ondanks dat deze van links komt.

De trekker komt uit een onverharde weg en moet de motorrijder op de verharde weg voorrang verlenen.
- Haaientanden
-

B-6
Voorrangsdriehoeken op het wegdek. Deze worden meestal met maar soms ook zonder bord B-6 gebruikt. In beide gevallen betekenen deze haaientanden dat je voorrang moet verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.
Voorrang geregeld door borden of tekens
Als de voorrang op een kruispunt geregeld wordt door borden of verkeerstekens op het wegdek, dan vervalt de voorrangsregel dat bestuurders van rechts voorrang hebben. Er zijn verschillende borden die de voorrang regelen.
- Voorrang krijgen - Voorrangsweg
-

B-1
Bord B-1 geeft aan dat je op een voorrangsweg rijdt. Je moet voorrang krijgen van bestuurders op de kruisende wegen. Dit bord wordt binnen de bebouwde kom vóór en buiten de bebouwde kom ná ieder kruispunt herhaald. Op die manier kun je aan deze borden zien of je binnen of buiten de bebouwde kom rijdt.

B-2
Bord B-2 geeft het einde van de voorrangsweg aan. Na dit bord gelden weer de normale voorrangsregels.
- Voorrang krijgen - Voorrangskruispunt
-

B-3
Bord B-3 geeft een voorrangskruispunt aan waarbij jij voorrang moet krijgen van de kruisende bestuurders. De dikke pijl geeft de weg weer waar jij je op bevindt. De twee dwarsstreepjes geven de zijstraten weer. Deze borden gelden alleen voor het eerstvolgende kruispunt.

B-4
Bord B-4 geeft een voorrangskruispunt aan met maar één zijweg. Deze zijweg komt van links en moet voorrang verlenen aan jou.

B-5
Bord B-5 geeft ook een voorrangskruispunt aan met één zijweg. Deze zijweg komt van rechts en moet voorrang verlenen aan jou.
- Voorrang verlenen
-

B-6
Bord B-6 geeft aan dat je een voorrangsweg of voorrangskruispunt nadert vanaf een zijweg. Jij moet voorrang verlenen aan alle bestuurders op de kruisende weg. Bij dit bord is stoppen niet verplicht, als je op tijd kunt zien dat je het kruispunt veilig op kunt rijden.

B-7
Bord B-7 geeft ook aan dat je een voorrangsweg of voorrangskruispunt nadert vanaf een zijweg. Jij moet voorrang verlenen aan alle bestuurders op de kruisende weg. Bij dit bord moet je altijd eerst stoppen, ook als je kunt zien dat er geen ander verkeer nadert. Deze borden worden vaak geplaatst op plekken waar óf slecht zicht is, óf vaak ongevallen gebeuren omdat bestuurders slecht kijken.
Het verschil tussen de laatste twee borden is dus dat je bij het ‘STOP’-bord altijd moet stoppen.
Daarnaast wordt het bord B-6 altijd gecombineerd met haaientanden en het bord B-7 met een stopstreep.

Het bord B-6 wordt gecombineerd met haaientanden.

Het bord B-7 wordt gecombineerd met een stopstreep.
Ook deze borden en tekens zijn alleen maar bedoeld voor bestuurders. Een voetganger doet niet mee in deze voorrangsregels.
Voorbeelden

Bij het naderen van bord B-6 en haaientanden, moet je voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. In dit geval komt er een paard en wagen van links op de kruisende weg. De motorrijder moet deze bestuurder voor laten gaan.

In dit geval nadert de motorrijder ook haaientanden. De voetganger op de kruisende weg moet wachten op de motorrijder. De motorrijder hoeft bij de haaientanden alleen bestuurders voorrang te verlenen en geen voetgangers.

Ook hier moet de voetganger wachten op de motorrijder. Deze nadert een stopbord met stopstreep. In verband met het stopbord moet de motorrijder wel stoppen, maar mag daarna direct weer wegrijden als er geen bestuurders van links of rechts komen. Een voetganger is geen bestuurder.

Een trambestuurder heeft op een gelijkwaardig kruispunt altijd voorrang. Zodra er borden en tekens zijn die de voorrang regelen, moet de trambestuurder deze opvolgen. In dit geval moet de trambestuurder dus wachten op de motorrijder.