Algemene eisen - deel 2
- Hoofdgroeven
De breedste groeven in het loopvlak van een band. Hierin bevinden zich de slijtage-indicatoren.
- Loopvlak
Deel van de band dat in contact komt met het wegdek.
- Karkas
Deel van de band onder de rubberlaag die de band zijn stevigheid geeft. Meestal voorzien van kunststof (nylon, polyester) en staaldraden.
- Slijtage-indicatoren
Verhogingen in de hoofdgroeven. Zodra deze meeslijten met het loopvlak, voldoet de band niet meer aan de minimale profieldiepte.

Goede banden met voldoende profiel zijn van groot belang voor de veiligheid.
Banden
De banden moeten luchtbanden zijn en mogen geen beschadigingen vertonen waarbij het karkas zichtbaar is. Ze mogen ook geen uitstulpingen vertonen. Het profiel in de hoofdgroeven moet over de gehele omtrek minimaal 1,0 mm zijn. Let er ook op dat de banden in de juiste richting zijn gemonteerd. Metalen elementen in het loopvlak (zoals bij spijkerbanden) zijn niet toegestaan. De banden mogen niet aanlopen (langs andere onderdelen schuren). Oudere banden kunnen last krijgen van droogtescheurtjes. Let hierop bij motorfietsen waarmee weinig gereden wordt. Banden met droogtescheurtjes zijn minder sterk en moeten daarom vervangen worden.
Stuurinrichting
Het stuur moet soepel heen en weer te draaien zijn en er mag geen speling zitten bij de balhoofdlager. Deze zit bij de verbinding tussen het stuur en de voorvork. Zit hier speling in, dan kan het stuur wat bewegen ten opzichte van het voorwiel. De motorfiets stuurt en remt dan minder vloeiend.
Reminrichting
Alle onderdelen van de remmen moeten in goede staat zijn en goed zijn bevestigd. Remschijven mogen niet zo versleten zijn dat ze kunnen breken. Het rempedaal en de remhendel mogen niet ingetrapt of ingeknepen kunnen worden tot aan de aanslag.
Het oppervlak van het rempedaal moet stroef zijn zodat je er niet vanaf glijdt. Remslangen mogen niet langs andere onderdelen schuren of misvormd zijn en remkabels mogen niet gerafeld zijn.
Daarnaast mogen trommelremmen niet aanlopen in onberemde toestand. Een schrijfrem mag in onberemde toestand licht ‘slepen’, dat betekent dat je de remblokken lichtjes over de schijfrem hoort schuiven, vooral nadat de motorfiets een tijdje heeft stilgestaan. Hoor je een schrapend geluid tijdens het remmen, dan kan dit betekenen dat je remblokken aan vervanging toe zijn.

Remschijven en remblokken moeten in goede staat zijn.

De remhendel mag niet volledig ingeknepen kunnen worden.

Het oppervlak van het rempedaal moet stroef zijn.
De minimale remvertraging van de voorrem moet 3,9 m/s2 zijn. Dit betekent dat de motorfiets bij een flinke remming op alleen het voorwiel, per seconde minimaal 3,9 m/s (14 km/u) langzamer moet gaan rijden. Bij een remming met alleen de achterrem is dit minimaal 2,6 m/s2. Beide remmen samen moeten minimaal 5,2 m/s2 remvertraging hebben. Om een idee te geven: dit zou betekenen dat je bij 100 km/u zo’n 5 seconden nodig hebt om volledig stil te komen staan. Gelukkig hebben de meeste motorfietsen een hogere remvertraging.
Windschermen en koffers
Sommige motorfietsen zijn in verband met het rijcomfort voorzien van windschermen of stroomlijnkappen. Deze mogen nooit de bediening van het stuur, de koppeling en de remmen belemmeren. Daarnaast moeten ze altijd goed vastzitten. Dit laatste geldt ook voor eventueel aanwezige koffers en koffersteunen.
Spiegels
Motorfietsen moeten voorzien zijn van een linker- en een rechterspiegel. Deze spiegels moeten goed vastzitten en mogen niet beschadigd of verweerd zijn.
Scherpe delen
Motorfietsen en hieraan gekoppelde aanhangwagens en zijspanwagens mogen geen scherpe delen hebben die in geval van een botsing extra gevaar kunnen opleveren voor andere weggebruikers. Ook mogen er niet zomaar onderdelen van de motorfiets afvallen doordat ze bijvoorbeeld beschadigd of versleten zijn.