Kwetsbare weggebruikers en grote voertuigen
In het verkeer krijg je soms te maken met andere kwetsbare weggebruikers. Bij deze kwetsbare weggebruikers, zoals voetgangers en kinderen, heb jij de verantwoordelijkheid dat het veilig blijft. Ook als zij zich niet aan de regels houden, hoor jij dit zo goed mogelijk op te vangen om ongelukken te voorkomen. Daarnaast moet je rekening houden met grote voertuigen en hun beperkingen.
Kinderen

J-21
Kinderen
Voor kinderen is het deelnemen aan het verkeer meestal veel onveiliger dan voor volwassenen. Vooral als ze nog klein zijn, hebben ze veel minder overzicht dan volwassenen. Daarnaast hebben ze ook de ervaring nog niet en zijn de hersenen nog onvoldoende ontwikkeld om alle risico’s te kunnen begrijpen.
Ze spelen soms op het trottoir of op straat, verstoppen zich tussen geparkeerde auto’s en rennen zonder te kijken de weg op achter hun voetbal aan.
Pas dus altijd goed op als je door een kinderrijke buurt rijdt. Houd rekening met onverwachte situaties en kijk goed tussen en onder geparkeerde auto’s of je (de voetjes van) spelende kinderen ziet. Lopen er kinderen op het trottoir, houd er dan altijd rekening mee dat ze kunnen gaan oversteken en pas je snelheid hierop aan.
Voetgangers

J-23
Voetgangers
Voetgangers zijn in het donker zeer slecht te zien. Houd hier rekening mee als je op wegen rijdt waar een voetpad of trottoir ontbreekt en rijd zo mogelijk niet volledig rechts. Daarnaast zijn voetgangers lang niet altijd bewust met het verkeer bezig. Houd voetgangers dus altijd in de gaten, ook al lopen ze op een voetpad of stoep. Herken voetgangersoversteekplaatsen op tijd.
Fietsers en snorfietsers

J-24
Fietsers en bromfietsers
Rijd je in een brommobiel of op een bromfiets of speedpedelec, let dan bij het rechts afslaan op fietsers en snorfietsers. Zij mogen jou rechts voorbijrijden en kunnen zich in jouw dode hoek bevinden. Haal je ze in, houd dan voldoende zijdelingse ruimte tussen jouw voertuig en de fiets of snorfiets. Let ook op oversteekplaatsen van fietspaden. Houd in het donker altijd rekening met slecht zichtbare fietsers.

Bromfietsen en speedpedelecs naar de rijbaan of het fiets-/bromfietspad
Als bestuurder van een bromfiets of speedpedelec rijd je binnen de bebouwde kom vaak op de rijbaan. Via borden wordt aangegeven wanneer je terug moet naar het fiets-/bromfietspad. Houd bij deze wisseling goed rekening met fietsers en snorfietsers op het fiets-/bromfietspad. Moet je wisselen naar de rijbaan, let dan goed op de bestuurders daar en laat ook deze voorgaan.
Ruiters en vervoer van paarden
Omdat paarden vluchtdieren zijn, reageren ze van nature schrikachtig. Dit kan een groot gevaar opleveren voor de ruiter of begeleider van het paard. Nader je een ruiter te paard of begeleider met een paard, verlaag dan je snelheid en houd afstand zolang je erachter rijdt. Ga er alleen voorbij als je dit rustig en ruim kan doen. Claxonneer nooit in de buurt van een paard en geef niet onnodig veel gas.
Overstekend wild

J-27
Groot wild
Houd in de schemer en het donker ook rekening met eventueel overstekend wild. Op de plekken waar dit veelvuldig voorkomt, staat meestal het bord J-27. Het risico hierop is ’s avonds en ’s nachts het grootst.
Verminder de kans op een aanrijding door je snelheid te verlagen. Steekt er groot wild over, probeer dan niet zomaar uit te wijken.
Kies liever voor remmen en dim altijd je groot licht als je dit aan hebt staan. Veel ongevallen ontstaan juist, doordat er wordt uitgeweken. De bestuurder verliest dan de macht over het stuur, gaat onderuit of botst frontaal op een tegenligger of boom.
Bij klein wild, zoals konijnen of hazen, is het veiliger om ook geen noodstop te maken. Plotseling flink remmen vergroot de kans op kop-staart-aanrijdingen. Daarnaast kan je jezelf onderuit remmen. Het verkeer achter jou heeft het dier vaak niet eens gezien en kan hier dus niet op anticiperen. Laat je gas los en rijd zoveel mogelijk rechtdoor.
Heb je een aanrijding gehad met een dier, dan ben je verplicht om de (dieren)politie te bellen. Hiervoor is een speciaal noodnummer: 144. De politie kan maatregelen nemen om het dier te helpen of uit zijn lijden te verlossen. Ook bij een huisdier is een ongeluk melden verplicht als er geen eigenaar aanwezig is.
Neem bij een aanrijding met een dier altijd contact op met de dierenpolitie. Deze zijn te bereiken op telefoonnummer 144.
Bestuurders van voertuigen met beperkte snelheid

Aan deze afgeknotte driehoek herken je voertuigen met een beperkte snelheid
De bekendste voertuigen met beperkte snelheid zijn de landbouwvoertuigen. Maar ook straatveegmachines en grasmaaimachines van de gemeente kunnen voertuigen met beperkte snelheid zijn. Voertuigen met een maximumsnelheid van 25 km/u of minder zijn vaak te herkennen aan een afgeknotte driehoek achterop het voertuig.
Snellere voertuigen die tot 40 km/u mogen rijden, kan je herkennen aan een kentekenplaat met een kenteken beginnend met een T (of een L als je te maken hebt met een landbouwaanhangwagen).
Landbouwvoertuigen zijn vaak heel groot. Dit maakt het inhalen van deze voertuigen moeilijker. Houd rekening met het soms beperkte zicht van de bestuurder. Dit kan beperkt worden door aangekoppelde machines of grote aanhangwagens. Vooral landbouwvoertuigen die links of rechts afslaan, kunnen een groot gevaar opleveren als je ze net links of rechts wilde gaan inhalen.
Bestuurders van vrachtauto’s
Door hun formaat hebben vrachtauto’s meerdere en grotere dode hoeken. Deze bevinden zich vlak voor, naast en achter de vrachtauto. Een goede vuistregel is: zie je de bestuurder niet (rechtstreeks of via de spiegel), dan ziet de bestuurder jou ook niet. Je staat of rijdt dan in zijn dode hoek en dit vergroot de kans op een aanrijding. Blijf daarom zoveel mogelijk uit de dode hoek.
Daarnaast hebben grote voertuigen ook meer ruimte nodig bij het maken van bochten. Geef ze deze ruimte door voldoende afstand te houden.

De rode vlakken zijn de plekken die de bestuurder van de vrachtauto slecht of zelfs niet kan overzien (dode hoeken). Zorg dat je zo min mogelijk in deze gebieden rijdt.

Dit waarschuwingsbord vind je achterop een LZV, dit staat voor Lang Zwaar Vervoer
LZV-voertuigen, oftewel Lang Zwaar Vervoer, zijn erg lang. Deze vrachtauto’s mogen, in plaats van de normale 18 meter, maar liefst 25,25 meter lang zijn. Ze mogen daarom niet overal komen en zijn vooral bestemd voor langere ritten over stroomwegen.
Ouderen en gehandicapte personen
Oudere personen hebben vaak meer last van bepaalde aandoeningen, zoals slecht zicht, een slechtere mobiliteit en een tragere reactie. Ook het gehoor kan minder worden. Dit maakt de verkeersdeelname gevaarlijker. Houd daarom rekening met ouderen in het verkeer en geef ze meer tijd bij het oversteken.
Oudere bestuurders kunnen twijfelend rijden. Reageer hier niet gefrustreerd op, maar geef ze de ruimte.
Personen met een handicap zijn soms minder mobiel, slechtziend of blind of slechthorend of doof. Al deze dingen maken verkeersdeelname ingewikkelder.
Blinde personen kan je herkennen aan een witte blindenstok met rode ringen en/of een blindengeleidehond.
Blinde personen, maar ook personen op krukken of met een rollator of looprek mogen altijd voor als ze willen oversteken.
Blinden en slechtzienden geven aan dat ze gaan oversteken door de blindenstok vooruit te steken.


Deze letters staan voor ‘SlechtHorend’
Dove en slechthorende personen kan je soms herkennen als ze op een voertuig rijden met een plaatje achterop waar de letters SH op staan. Dit staat voor ‘slechthorend’.
Slechthorende en dove personen horen je niet aankomen en kunnen daarom van je schrikken of je helemaal niet hebben opgemerkt.