Onderhoud en controle

Keuringsplicht

Voor een bromfiets, snorfiets, speedpedelec en brommobiel geldt alleen een keuringsplicht, zodra het voertuig voor het eerst wordt toegelaten op de Nederlandse wegen. Dat is de typegoedkeuring die wordt verzorgd door de fabrikant. Bij normaal gebruik en goed onderhoud van jouw voertuig hoeft deze niet opnieuw gekeurd te worden.

Je bent als eigenaar (of houder) en als bestuurder voor de wet verantwoordelijk voor de staat van jouw voertuig. Maar nog belangrijker: een regelmatige controle en goed onderhoud van jouw voertuig zijn onmisbaar voor de veiligheid.

BRAVO-A

Dit is een ezelsbruggetje voor de controles die je standaard vóór iedere rit hoort uit te voeren bij de bromfiets, snorfiets en deels bij de speedpedelec en de brommobiel. De letters staan voor de verschillende onderdelen: Banden, Remmen, Aandrijving, Verlichting, Olie en Algemene zaken (accu, vering, koeling en bedieningsorganen).

Banden

Je hoeft niet voor iedere rit de bandenspanning met een bandenspanningsmeter te meten. Dit doe je ongeveer eens per maand of als de bandenspanning op het oog laag lijkt. Wat je wél voor iedere rit moet controleren, is of er geen oneffenheden op de band zitten. Denk hierbij aan scheurtjes (uitdroging), uitstulpingen of duidelijk drukverlies. Ook mag de band nooit beschadigingen vertonen waarbij het karkas zichtbaar is.

Controleer of de ventieldopjes aanwezig zijn. Ventieldopjes zijn er om vuil uit het ventiel te houden. Controleer het profiel op het oog. Lijkt dit te veel af te nemen, dan meet je het profiel nauwkeuriger met een profielmeter. Ondanks dat er geen minimale wettelijke profieldiepte is, mag je niet rijden met gladde banden. Het profiel moet namelijk wel voldoende zijn over het hele loopvlak. Onder de 2 millimeter zal je bij regen al flink verlies van grip kunnen gaan ervaren en is vervangen verstandig. Slijt een band onregelmatig af, dan kan dit betekenen dat er een probleem is met de balans van de bromfiets, de vering/schokbrekers of een slechte wielsporing. Dit laatste betekent dat de wielen niet helemaal recht achter elkaar staan.

ventieldopje

Controleer of de ventieldopjes aanwezig zijn.

profiel

Controleer of je nog voldoende profiel op de banden hebt en of dit gelijkmatig afslijt.

Hoeveel de bandenspanning moet zijn, is afhankelijk van het type voertuig, maar ook van de belading. Kijk dit altijd na voor jouw voertuig of vraag het na bij de dealer. Zowel een (veel) te hoge bandenspanning als een te lage bandenspanning is niet ideaal.
Bij een veel te hoge bandenspanning vermindert de grip en rijd je minder comfortabel, omdat de banden niet meer veren.

bandenspanning

Controleer op het oog de bandenspanning. Bij twijfel en minimaal eens per maand meet je deze met een bandenspanningsmeter.

Een te lage bandenspanning zal ook zorgen voor minder grip én daarnaast zorgen voor meer slijtage aan de banden en een hoger brandstofverbruik. Over het algemeen zal bij snorfietsen, bromfietsen en speedpedelecs de voorband iets minder hard opgepompt moeten worden dan de achterband. Rijd je met veel lading of passagiers, verhoog dan de bandenspanning.

Heb je net nieuwe banden? Rijd dan de eerste 100 km iets rustiger. Nieuwe banden zijn voorzien van een gladdere toplaag die eerst wat op moet ruwen, voordat de grip van de band optimaal is.

Winterbanden
alpine symbool

Alpine-symbool

Winterbanden zijn bij bromfietsen minder gangbaar dan bij personenauto’s. Rijd je veel in de winter, dan zijn winterbanden te adviseren, zodra de temperatuur onder de 8 graden duikt. Het rubber van winterbanden is zachter en het profiel is anders. Dat zorgt ervoor dat je bij lage temperaturen en winterse neerslag meer grip houdt dan met zomerbanden. Boven de 15 graden heb je juist nadeel van de winterbanden, omdat de grip dan minder wordt en de slijtage hoger. Winterbanden herken je aan het alpine-symbool.

Remmen

De remmen zijn een van de belangrijkste onderdelen. Controle is daarom erg belangrijk. Alle remmen moeten altijd perfect werken.

  • Controleer de remdruk, voordat je wegrijdt, maar nadat je het voertuig gestart hebt. Dit doe je door de remhendels in te knijpen of het voetpedaal in te drukken. Kan je deze inknijpen of indrukken tot de aanslag? Dan is de remdruk niet in orde. Ga niet rijden, maar laat dit nakijken.
  • Controleer de remvloeistof. Het remvloeistofniveau moet tussen het minimum- en maximumteken staan. Een te laag niveau kan komen door versleten remblokken of een lekkage in het systeem. Vul de remvloeistof niet zomaar zelf bij, maar laat dit nakijken als het niet klopt. Laat de remblokken zo nodig vervangen.
  • Controleer de remschijven. Deze moeten nog voldoende dik zijn en mogen geen grote bramen vertonen. Ook moeten ze perfect recht zijn. Bij een brommobiel valt deze controle weg.
  • Controleer de remkabels. Deze mogen niet gerafeld of versleten zijn. Ook deze controle heb je niet bij een brommobiel.
  • Als je de bromfiets of snorfiets in de vrij (neutraal) vooruit duwt, mogen de remschoenen van de trommelrem niet aanlopen. De schijfremmen mogen wel iets slepen. Vooral als het voertuig langer heeft stilgestaan, kan dit een licht schrapend geluid geven. Dit moet wel vlot verminderen na beweging. Blijven ze tijdens het remmen een schrapend geluid geven, stop dan direct. Meestal betekent dit dat de remblokken versleten zijn.
remschijf bromfiets

Controleer de schijfremmen op dikte en grote bramen.

remvloeistof

Het reservoir van de remvloeistof vind je meestal op het stuur van je bromfiets.

Aandrijving

Controleer de ketting (als die aanwezig is) op slijtage en spanning. Smeer de ketting regelmatig. De meeste brom- en snorfietsen hebben tegenwoordig geen ketting meer waardoor dit onderhoud wegvalt. Ook bij een brommobiel geldt dit onderhoud niet.

Verlichting

Gezien worden is erg belangrijk. Zorgen dat je gezien wordt, doe je door een juiste positie op de weg, het dragen van felle kleding en helm, maar ook vooral door verlichting te voeren. Zorg dus dat de verlichting altijd in orde is. Controleer de verlichting op kapotte lampjes, maak de lampglazen zo nodig schoon en controleer deze op slijtage (dofheid) en condens.

Controleer je dimlicht, groot licht, achterlicht, remlicht, richtingaanwijzers en de controlelampjes in je dashboard. Zorg dat je een setje reservelampjes en zekeringen mee hebt voor als er onderweg iets stuk gaat.

verlichting

Goede verlichting is heel belangrijk op een smal voertuig, zoals een bromfiets. Je wordt snel over het hoofd gezien. Het advies is om je dimlicht niet alleen ‘s nachts, maar ook overdag aan te zetten. Controleer je verlichting voor iedere rit.

Olie

Olie zorgt voor de smering en koeling van de bewegende delen van de motor. Een juist oliepeil is daar voor erg belangrijk. Controle van het oliepeil hoort daarom bij de vaste controle. Dit kan door middel van het oliepeilstokje in het motorblok. Controleer dit niet met een warme motor, maar doe dit voor de rit of als de bromfiets alweer 5 tot 10 minuten uit staat, zodat de olie weer in de opvangbak kan zakken. Aflezen bij een (te) warme motor geeft een foute meting. Vul zo nodig olie bij. Controleer ook op eventuele olielekkage.

Accu

Aan de accu kan je tegenwoordig weinig meer aflezen. Zodra deze minder goed begint te worden, merk je dit aan het slechte starten of omdat deze bij een speedpedelec slechter oplaadt of sneller leegloopt. Om de accu langer te laten meegaan, is het verstandig deze tijdens lange perioden van stilstand (zoals in de winter) aan een druppellader te hangen. Dat voorkomt het leeglopen van de accu.

Vering

De voorvorkvering van de snor- en bromfiets kan je controleren door de voorvork in te drukken en weer los te laten. Dit moet voldoende weerstand geven en de voorvork moet eenmalig terugveren en niet blijven ‘deinen’. Zorg dat je de voorvork schoonmaakt als deze vies is geworden. Dode insecten en viezigheid op de voorvork kunnen beschadiging van de voorvorkkeerringen veroorzaken.

De achtervering kan je controleren door op de bromfiets of snorfiets te gaan zitten en weer op te veren. Ook de achterkant moet weer eenmalig terugveren. Stel, als dit kan, de vering stugger af als je besluit met een passagier of zware bagage te gaan rijden. Dit voorkomt dat de vering ‘doorslaat’ als je zwaarbeladen over een drempeltje rijdt.

Bedieningsorganen

Controleer voor de rit of alle hendels, handvatten (denk aan het handvat van de gashendel!) en knopjes goed vastzitten en goed werken.

Overige technische zaken

Naast de vaste controles kan je ook tijdens het rijden bepaalde zaken opmerken. Voor alles geldt: rijdt het ineens anders dan je gewend bent, stop dan op een veilige plaats en controleer je voertuig. Denk hierbij aan rare geluiden, rare schokken tijdens het remmen of brandende dashboardlampjes. Bijna alle problemen hebben direct of indirect effect op de veiligheid. Neem daarom altijd het zekere voor het onzekere.

Banden en velgen

Ervaar je tijdens het rijden dat het voertuig slingert of trilt, dan kan dit te maken hebben met een probleem met je banden of velgen. Controleer in dat geval of de spaken (als die aanwezig zijn) nog allemaal heel en goed gespannen zijn of dat er wellicht een slag in de velg zit. Velgen mogen ook geen scheuren of breuken vertonen. Onregelmatige slijtage van de banden is altijd een reden om je voertuig te laten controleren.

Spiegel(s)

Goed zicht in de spiegel(s) is heel belangrijk. Controleer daarom altijd de stand van de spiegel(s), voordat je gaat rijden. Doe dit bij een bromfiets, snorfiets of speedpedelec als je op het voertuig zit. Verstelt een spiegel zichzelf tijdens het rijden, stop dan op een veilige plek en stel deze opnieuw af. Als dit vaker gebeurt, betekent het dat de spiegel(s) te los zitten. Draai ze in dat geval beter vast of laat dit doen bij de dealer.

Uitlaat

Merk je dat het voertuig ineens meer lawaai gaat maken tijdens het rijden, dan kan dit op een probleem duiden met de uitlaat. Deze kan lek zijn of los zitten. Rijden met een losse of lekke uitlaat is niet toegestaan. Laat dit dus zo snel mogelijk repareren.



Let op, automatisch vertalen staat aan in jouw browser. Dit kan ongewenste vertalingen geven op deze site. Wij zijn niet verantwoordelijk voor fouten die hierdoor ontstaan in ons lesmateriaal.