Gebruik van verlichting tijdens het rijden

Dag

De periode tussen zonsopkomst en zonsondergang.

Nacht

De periode tussen zonsondergang en zonsopkomst.

Verlichting zit op voertuigen om zelf beter te kunnen zien in het donker, maar vooral ook om beter gezien te worden door anderen. Soms is verlichting verplicht en soms niet. Maar het advies is om zowel overdag als ’s nachts altijd verlichting te voeren.

Dimlicht

dimlicht

Dimlicht is witte of gele verlichting aan de voorkant van het voertuig en verlicht een flink stuk van het wegdek voor het voertuig. Het schijnt niet recht naar voren en is normaal gesproken niet verblindend. Het voeren van dimlicht is altijd toegestaan.

Het gebruik van dimlicht is overdag bij slecht zicht en ’s nachts verplicht. Dit geldt voor bestuurders van motorvoertuigen, bromfietsers, snorfietsers en bestuurders van gemotoriseerde gehandicaptenvoertuigen. Verder zet je ruim voor het inrijden van een tunnel het dimlicht aan. Het gebruik van dimlicht mag altijd, ook als het niet verplicht is.

zonlicht tussen bomen

Ook bij zonnig weer is dimlicht soms verplicht. Dat is bijvoorbeeld zo als het zicht belemmerd wordt door de schittering van de zonnestralen tussen de bomen door.

istock 925731908

Bij slecht weer is het gebruik van dimlicht ook verplicht.

Dagrijverlichting

Dagrijverlichting mag aanwezig zijn op tweewielige voertuigen, maar is niet verplicht. Het mag alleen branden als dimlicht niet verplicht is en als er geen andere verlichting aan de voorkant ingeschakeld is.

Let wel op dat bij dagrijverlichting het achterlicht vaak ook niet brandt. Dit zorgt voor een slechtere zichtbaarheid aan de achterkant. Dimlicht is voor bromfietsers in normale omstandigheden altijd veiliger.

Groot licht

groot licht

Ook groot licht is niet verplicht, maar mag aanwezig zijn op jouw voertuig. Als er met alleen dimlicht onvoldoende zicht is, mag je in plaats van dimlicht ook groot licht voeren.

Maar groot licht aanzetten mag alleen:

  • ’s nachts;
  • als er géén tegemoetkomend verkeer is;
  • als er géén voertuig voor jou rijdt.
groot licht fietser

Rijd je achter een ander voertuig, dan mag je geen groot licht voeren.

groot licht voetganger 1

Ook als er andere weggebruikers tegemoetkomen, zoals voetgangers, is het gebruik van groot licht niet toegestaan.

Daarnaast is het gebruik van groot licht onverstandig bij slechte weersomstandigheden, zoals zware regenval, sneeuw of mist. In dat geval heb je een grote kans dat je wordt verblind door je eigen verlichting.

Groot licht is een felle lamp die recht vooruit schijnt. Daarom werkt deze snel verblindend. Word je zelf verblind door tegemoetkomend verkeer met groot licht, knipper dan kort met jouw groot licht om ze te waarschuwen.
Wordt hier niet op gereageerd, zorg dan dat je niet in de bundel kijkt, maar probeer erlangs te kijken. Zie je slechter door verblinding, verlaag dan je snelheid.

Mistlicht aan de voor- en achterzijde

Zoals de naam al zegt, is deze verlichting vooral bedoeld om te gebruiken tijdens mist. Mistlicht is niet toegestaan op bromfietsen, snorfietsen en speedpedelecs. Het mag wel aanwezig zijn op een brommobiel. Bij goed zicht mag mistlicht niet gebruikt worden.

Stadslicht

breedte zijmarkerings of markeringslichten

Stadslicht geeft maar weinig licht. Het zijn witte of gele lampen aan de voorzijde. Stadslicht mag, zoals al gezegd, gebruikt worden in combinatie met mistlicht aan de voorzijde.
Daarbuiten wordt stadslicht zo goed als niet gebruikt, hooguit als parkeerverlichting.

Achterlicht

Dit is de normale rode lamp aan de achterkant van het voertuig. Deze moet altijd aan zijn als aan de voorkant groot licht, dimlicht, stadslicht of mistlicht aanstaat. Het achterlicht is normaal gesproken niet verblindend en minder fel dan het remlicht en het mistlicht aan de achterzijde.

Remlicht

Het remlicht bestaat uit een felle rode lamp die gaan branden, zodra je het rempedaal of de remhendel gebruikt. Omdat het remlicht zo fel is, moet je proberen zo min mogelijk onnodig te remmen.

Verlichting op een aanhangwagen

Ook een aanhangwagen moet overdag tijdens slecht zicht en ’s nachts verlichting hebben.

Verlichting op snorfietsen en bijzondere bromfietsen

Ook op snorfietsen en bijzondere bromfietsen zonder dimlicht is verlichting wel verplicht, overdag bij slecht zicht en ’s nachts. Dit kunnen een vaste koplamp en achterlicht zijn, maar mogen ook losse lampjes zijn die op het voertuig of op de bestuurder zelf zitten. Deze moeten goed zichtbaar zijn. Ze mogen bijvoorbeeld niet wegvallen achter een capuchon, sjaal of rugtas. Ook mogen ze niet knipperen.



Let op, automatisch vertalen staat aan in jouw browser. Dit kan ongewenste vertalingen geven op deze site. Wij zijn niet verantwoordelijk voor fouten die hierdoor ontstaan in ons lesmateriaal.