Verkeersgedrag en verkeersveiligheid

Jaarlijks overlijden honderden personen aan de gevolgen van een verkeersongeval. Bijna driekwart van de slachtoffers is een man. Meer dan de helft van de slachtoffers valt op gemeentelijke wegen, vooral op wegen waar 50 km/u mag worden gereden. Dit zijn wegen waar veel kwetsbare weggebruikers zijn en waar veel verkeersstromen bij elkaar komen. De wegen waar 80 km/u mag worden gereden, volgen direct hierna.

Oorzaak ongeval in %
Menselijke fouten ongeveer 92%
Problemen met het voertuig ongeveer 5%
Weg- en weersomstandigheden, omgevingsfactoren ongeveer 3%

De meeste ongevallen ontstaan door menselijke fouten. Vooral jongeren van 15 tot 24 jaar zijn relatief vaak de oorzaak én het slachtoffer van een dodelijk verkeersongeval. Niet alleen gebruik van alcohol, slaap- en kalmeringsmiddelen en drugs spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van verkeersongevallen, maar ook groepsdruk, boosheid en frustratie werken gevaarlijk verkeersgedrag in de hand. Een andere heel belangrijke risicofactor is afleiding, bijvoorbeeld door de mobiele telefoon.

Naast de menselijke risicofactor zijn er ook andere oorzaken die een rol spelen, maar deze rol is stukken kleiner dan de rol van de mens zelf. Een klein deel is te wijten aan het voertuig, zoals slecht onderhoud, een fabricagefout of technisch mankement.

De overige ongevallen zijn te wijten aan de omgeving, zoals slechte zichtbaarheid door bijvoorbeeld mist, overstekend wild en andere weg- en weersomstandigheden. Maar ook hierbij kan je je afvragen of je er als bestuurder niet anders op had moeten reageren om ongelukken te voorkomen.

Risicofactoren

Veel menselijke fouten ontstaan, omdat bestuurders niet genoeg opletten. Dit is vaak niet expres, maar komt door persoonlijke omstandigheden. Hoe goed je oplet, wordt beïnvloed door verschillende factoren.

Gemoedsgesteldheid

Je gedachten kunnen afdwalen, doordat je verdrietig of boos bent of juist blij en enthousiast over iets dat je net hebt gehoord. Omdat onze hersenen veel minder tegelijk kunnen dan wij denken, ben je op zo’n moment minder geconcentreerd aan het autorijden. Ook wordt je rijstijl vaak anders door emoties; zo rijden boze mensen meestal agressiever.

Vermoeidheid

Ook bij vermoeidheid ben je minder oplettend. Je reageert trager en kan minder goed nadenken. Ondanks dat bij veel ongevallen niet vast te stellen is of deze door vermoeidheid komen of niet, wordt geschat dat zeker 10 tot 15% van de ongevallen direct of indirect zijn veroorzaakt door vermoeidheid.
Vermoeidheid heeft hetzelfde effect op onze rijstijl als het gebruik van alcohol. Ga dus niet rijden als je te moe bent, maar zoek naar een alternatief of blijf thuis als dat mogelijk is.
Bij het rijden van lange afstanden voorkom je vermoeidheid door minimaal eens per twee uur een kwartier pauze te houden.

istock 1054664448

Vermoeidheid heeft veel invloed op je rijvaardigheid.

teenage girls in car laughing using mobile phone 920488578 5760x3840

Ook als je niet zelf de telefoon vasthoudt, kan deze afleidend werken.

Afleiding

De belangrijkste vorm van afleiding in het verkeer is de mobiele telefoon. Niet alleen telefoneren, maar ook het lezen en versturen van berichten wordt nog vaak achter het stuur gedaan. Zonder dat je het door hebt, kijk je zo meerdere seconden achter elkaar niet op de weg. Je reactiesnelheid verslechtert hierdoor flink, omdat je simpelweg niet ziet dat je op iets moet reageren.

Het vasthouden van de telefoon is daarom verboden tijdens het besturen van een voertuig. Ondanks dat handsfree bellen wel is toegestaan, is dit door de afleiding ervan bijna even onveilig.

Ook handelingen die wel zijn toegestaan, kunnen namelijk voor flinke afleiding zorgen. Zo is het niet wettelijk verboden om je navigatie in te stellen of het radiostation te wijzigen. Maar ook dan ben je even niet met je gedachten bij het verkeer. Ook een gesprek met een passagier of ruziënde kinderen op de achterbank kunnen je concentratie behoorlijk verminderen.

Ziekte of lichamelijke gebreken

Lichamelijke gebreken of ziekte kunnen er ook voor zorgen dat je minder goed kan rijden. Als je bijvoorbeeld een gebroken been of arm hebt, kan je het voertuig niet meer goed besturen. Ook in die gevallen mag je niet zomaar gaan autorijden. Autorijden is ook niet verstandig als je je door ziekte minder goed kan concentreren.

Afleiding, stress, emoties, groepsdruk en vermoeidheid zijn allemaal flinke risicofactoren in het verkeer. De gevaren hiervan worden vaak onderschat. Het grote probleem van deze factoren is dat ze niet te meten zijn, zoals dit bij alcohol wel kan.

Alcohol

Alcohol is in alle opzichten negatief voor je rijstijl. Het zorgt voor overschatting, terwijl je juist slechter gaat rijden. Je waarneming wordt slechter, je reageert minder snel en je accepteert vaak ook onbewust de risico’s, omdat je denkt dat die wel meevallen.
Eén standaardglas alcoholhoudende drank is pas na 1 tot 1,5 uur weer uit je lichaam. De ongevalskans is in de tussentijd flink hoger, afhankelijk van hoeveel je drinkt. Van vier keer zo hoog na drie tot vier glazen tot twintig keer zo hoog bij vijf tot zes glazen.

istock 182760618
Standaardglas alcoholhoudende drank

Eén standaardglas wijn bevat evenveel alcohol als één standaardglas bier of één standaardglas sterke drank.

Drugs

Alle soorten recreatieve drugs werken negatief op jouw rijstijl. Hoe precies, dat hangt af van de soort. Als voorbeeld: drugs, zoals wiet en hasj, zorgen voor een slechtere concentratie en een trager reactievermogen. Oppeppende drugs zorgen er juist voor dat je agressiever en sneller gaat rijden, omdat je denkt dat je alles aankan en superscherp bent. Overschatting is hier een groot probleem. Het kan bij drugs tot meerdere dagen duren, voordat je weer onder de grenswaarde zit waarbij je weer mag autorijden.

Wordt aangetoond dat je naast drugs ook alcohol hebt gebruikt, dan ben je altijd direct strafbaar. Ook onder de 0,2 promille (88 μg/l). De grenswaarde is hierbij nul.

Geneesmiddelen

Het kan ook strafbaar zijn om met bepaalde medicijnen aan het verkeer deel te nemen, omdat deze de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden. Dit zijn bijvoorbeeld slaapmiddelen. Maar ook antidepressiva, medicijnen voor het hart of de bloeddruk of zelfs oogdruppels die tijdelijk het zicht verminderen, kunnen hieronder vallen. Dit zijn niet alleen middelen die worden voorgeschreven door een arts.

De medicijnen waarvoor dit geldt zijn meestal voorzien van een gele waarschuwingssticker. Daarnaast staat het vermeld in de bijsluiter.

gele sticker

Gebruik je al van deze medicijnen, dan ben je verplicht dit aan te geven in je gezondheidsverklaring. Het CBR kan ervoor kiezen hier eerst verder onderzoek naar te doen, voordat je rijgeschikt wordt verklaard. Overleg dit altijd zo snel mogelijk met je rijschool of instructeur.

Heb je je rijbewijs al, dan is het je eigen verantwoordelijkheid om hier goed mee om te gaan. Veroorzaak jij een ongeval en is het duidelijk dat dit komt door jouw medicijngebruik, dan kan je hiervoor strafbaar worden gesteld.

Meer informatie is te vinden op de site www.rijveiligmetmedicijnen.nl.



Let op, automatisch vertalen staat aan in jouw browser. Dit kan ongewenste vertalingen geven op deze site. Wij zijn niet verantwoordelijk voor fouten die hierdoor ontstaan in ons lesmateriaal.