Algemene veiligheidseisen
Er is al veel gesproken over veiligheid. Eigenlijk is er één ding heel belangrijk in het kader van veiligheid: je eigen gezonde verstand. Als iets onveilig lijkt, dan is het dat waarschijnlijk ook. Vaak wordt onderschat hoeveel kracht er op bepaalde onderdelen en lading komt tijdens het optrekken, rijden, remmen en sturen. Lading die niet goed vastzit kan levensgevaarlijk worden in geval van een botsing. Zelfs een noodstop kan er al voor zorgen dat er spullen van de hoedenplank door de auto vliegen. Vervoer dus nooit spullen op de hoedenplank! Zelfs relatief lichte dingen kunnen gevaarlijke projectielen worden.
Lading
Lading mag geen zicht ontnemen dat je nodig hebt om de juiste beslissingen te kunnen nemen. Zet lading goed vast, zodat het altijd op de plaats blijft bij het optrekken, sturen en (stevig) remmen. Denk er ook aan dat verschuivende en omvallende lading jou als bestuurder afleidt van de rijtaak.
Lading mag er niet voor zorgen dat de verlichting of kentekenplaat slechter zichtbaar is. Als de kentekenplaat op de achterklep van de auto zit en je moet met geopende achterklep rijden, is dit strafbaar als hierdoor de kentekenplaat niet meer goed zichtbaar is.
Verlies je lading, dan is de kans groot dat jij moet opdraaien voor de schade die deze lading heeft veroorzaakt.

Als de trekhaak voor de kentekenplaat zit, moet dit een afneembare trekhaak zijn. Omdat een kentekenplaat altijd goed zichtbaar moet zijn mag je zo niet gaan rijden. De trekhaak moet eerst verwijderd worden.

Je mag geen lading verliezen. Als je losse lading vervoert in een open aanhangwagen, moet deze goed afgedekt worden. Je mag daarom niet zo gaan rijden.
Passagiers
Volwassen passagiers hebben een eigen verantwoordelijkheid in de manier waarop ze zich laten vervoeren. Kinderen vanaf 12 jaar zijn ook zelf verantwoordelijk voor het dragen van de gordel. Maar dat betekent niet dat je als bestuurder hier niks meer over te zeggen hebt. Neem als bestuurder je eigen verantwoordelijkheid en zorg dat alles en iedereen veilig vervoerd wordt. Spreek passagiers aan op hun gedrag als ze hun gordel niet dragen en let er ook op dat kinderen goed blijven zitten.
Geef ook aan als je last hebt van gepraat of geschreeuw door passagiers. Jij moet zorgen dat je goed geconcentreerd blijft tijdens het rijden. Laat je niet opjagen door passagiers en houd je aan de regels. Als er iets misgaat doordat je werd afgeleid of uitgedaagd, ben jij degene die voor alle schade mag opdraaien.