Handelen bij pech en ongevallen
Als je je op de openbare weg bevindt, kan je te maken krijgen met pech of een ongeval. Het is belangrijk om te weten hoe je in deze gevallen moet handelen.
Uitrusting
Hoewel een goede uitrusting in een auto niet verplicht is, bestaat die uit:

Een brandblusser
Voor het blussen van beginnende (kleine) brandjes. Bij grotere branden kan je beter zorgen dat je snel bij het voertuig weg bent en de brandweer belt.

Een verbandtrommel
Bij grotere verwondingen kan het levensreddend zijn als je een drukverband kan aanleggen. Wel is het zo dat een verbandtrommel weinig nut heeft als je niet weet hoe je de producten moet gebruiken. Een EHBO-cursus is daarom zeker aan te raden. Controleer daarnaast de verbandtrommel regelmatig op verloopdata en verbruikte spullen.

Een gevarendriehoek
Soms kom je met je auto stil te staan op een plek waar je een obstakel vormt. Als in dat geval je waarschuwingslichten niet werken, ben je verplicht om een gevarendriehoek te plaatsen. Dit geldt ook als je voertuig met alleen de waarschuwingslichten aan niet op tijd te zien is.

Een fluorescerend veiligheidshesje
Met zo’n hesje val je beter op als je langs de kant van de weg moet wachten. In sommige landen is het dragen van zo’n hesje bij pech of een ongeval zelfs verplicht voor alle inzittenden.

Een of meerdere veiligheidshamers
Als je met de auto te water raakt, is een veiligheidshamer een belangrijk middel om de ramen mee open te krijgen. Ook als de portieren door de aanrijding niet meer opengaan, kan een veiligheidshamer ervoor zorgen dat je toch het voertuig kan verlaten. Sla in dat geval altijd in een hoekje van het raam tegen het glas. Dan breekt dat het snelst.
Hang de veiligheidshamers het liefst op aan de binnenzijde van het dak boven de beide voorportieren. In dat geval kan je er ook nog bij als de auto op de kop is beland.

Een reservewiel of bandenreparatieset
Het bij je hebben van een reservewiel is niet verplicht, maar is wel handig. Dit kan een volwaardig wiel of een ‘thuiskomertje’ zijn. Een ‘thuiskomertje’ is een smaller wiel dat je zo snel mogelijk weer moet vervangen voor een normaal wiel. Deze is, zoals de naam al zegt, puur gemaakt om weer thuis te komen. Je mag hier maar maximaal 80 km/u mee rijden. Zit er geen reservewiel bij jouw auto, dan is het handig om een reparatiesetje bij je te hebben. Dit bestaat vaak uit een spray die je in de lekke band kan spuiten. Ook hier kan je niet lang mee doorrijden en de band zal hierna volledig vervangen moeten worden.
Een Europees schadeformulier
Hierop vullen de bij het ongeval betrokken partijen hun gegevens en de schade in zodat deze kan worden afgehandeld door de verzekering. Vul de voorzijde samen in, direct na het ongeval. Vergeet niet de handtekeningen. Verdeel de twee vellen (het origineel en het doordrukvel) over de beide partijen. De achterzijde vul je thuis in waarna je het formulier naar je verzekering stuurt.
Het schadeformulier is er ook in een digitale vorm via een app op je telefoon (zie https://www.mobielschademelden.nl). Overleg met de tegenpartij in welke vorm jullie het schadeformulier invullen.

Gebruik vluchtstrook
De vluchtstrook is bedoeld om te gebruiken bij pech en noodgevallen. Maar de vluchtstrook is geen veilige plek om (lang) te staan. Als het enigszins lukt, is het verstandiger om door te rijden. Doe dit eventueel over de vluchtstrook, naar de eerstvolgende afslag, parkeerplaats of tankstation.
Kan dit niet en moet je toch op de vluchtstrook gaan staan, ga dan zo ver mogelijk van de doorgaande rijbaan afstaan, desnoods in de berm. Blijf zelf nooit in het voertuig zitten, maar zoek een veilige plek, bij voorkeur achter de vangrail. Bij veel autosnelwegen kan Rijkswaterstaat een rijstrook afsluiten. Je kan dan veiliger een reparatie (laten) uitvoeren of het voertuig kan worden weggesleept. Neem daarvoor contact op met de hulpdiensten.

In verband met het pechgeval op de vluchtstrook is de strook direct ernaast ook dicht.

Blijf niet in het voertuig zitten als je met pech op de vluchtstrook stilstaat. Zoek een plek achter de vangrail.
Ongeval of pech op de autosnelweg
Bij een ongeval of pech op de autosnelweg moet je allereerst op je veiligheid letten. Steek in geen geval de rijbaan van de snelweg over, ook niet als je door een ongeval in de middenberm bent beland. Wacht dan buiten het voertuig in de middenberm op de hulpdiensten, zo ver mogelijk van de rijbaan af. Haal ook nooit zelf verloren onderdelen van de rijbaan af, maar laat dit over aan de politie of medewerkers van Rijkswaterstaat.
Regels bij pech
- Parkeer het voertuig zo veilig mogelijk op een parkeerplaats, vluchthaven of vluchtstrook of in de berm. Houd je, waar dit lukt, zoveel mogelijk aan de regels van het onvrijwillig parkeren. Maar soms is dit niet mogelijk.
- Denk aan je eigen veiligheid en die van je passagier. Draag bij voorkeur een veiligheidshesje. Haal iedereen uit de auto en breng ze naar een veilige plek.
- Plaats een gevarendriehoek en/of zet je waarschuwingslichten aan als het nodig is. Zet bij donker of slecht zicht ook je stadslichten en achterlichten aan.
- Verhelp het probleem als je dit veilig kan doen of neem contact op met de hulpdiensten of pechdienst.
- Ga tijdens het wachten niet in het voertuig zitten, maar wacht op een veilige afstand, bijvoorbeeld achter de vangrail.
Regels bij ongeval
- Denk altijd eerst aan je eigen veiligheid! Beveilig als dit kan de ongevalsplek.
- Waarschuw de hulpdiensten.
- Verleen eerste hulp als dat nodig is, maar laat dit altijd doen door de persoon die hier het meest verstand van heeft. Je bent verplicht te helpen als er onvoldoende hulp is, ook als je niet direct betrokken was bij het ongeval.
- Probeer een overdaad aan ‘helpers’ te voorkomen door toeschouwers op afstand te houden en blijf zelf ook op afstand als er genoeg hulp ter plaatse is.
- Luister naar de hulpverleners, volg hun aanwijzingen op en loop ze niet in de weg!
Regels bij te water geraken
Als je met je voertuig te water geraakt, zijn een aantal zaken belangrijk:
- Doe de verlichting aan
Als de binnen- en buitenverlichting aan is, kan je jezelf beter oriënteren en is de auto beter zichtbaar. Laat de sleutels in het contact zitten. - Maak de gordel los
Als je de gordel niet loskrijgt, omdat deze blokkeert, snijd deze dan los met het mesje van de veiligheidshamer. - Open of verbrijzel de zijruit
Of een andere ruit als de zijruit niet lukt. Hoe eerder je uit de auto bent, hoe beter. Bij de meeste moderne auto’s blijven de elektrische ruiten ook in het water nog even werken. Als dit niet meer werkt, sla de ruit dan in met de veiligheidshamer of een ander zwaar voorwerp. Sla altijd in de hoek van het raam tegen het glas. Dan gaat deze het snelste stuk. Verlaat de auto. - Ruiten willen niet open of stuk
Alleen in dat geval zal je moeten wachten tot de auto ook van binnen onder water staat. Pas dan kan je het portier openen. Neem een grote hap lucht, vlak voordat de auto onder water komt. Duw hierna het portier open. Verlaat de auto. - Zwem van de auto weg
Zwem eerst met het gezicht naar de auto toe weg van de auto. Als je op gepaste afstand bent, draai je je om en richt je je op de kant. Klim uit het water en bel de hulpdiensten.

Hulpdiensten
Bel in het geval van (mogelijke) gewonden altijd de hulpdiensten via het alarmnummer 112. Een persoon kan in eerste instantie niet gewond lijken, maar kan alsnog (zwaar)gewond zijn. Door de adrenaline voelt een slachtoffer soms niet direct dat hij/zij er slecht aan toe is.
Noem bij het bellen de plaats waar je bent en de hulpdienst die nodig is. Noem daarnaast altijd de straatnaam, het hectometerbordje langs de auto(snel)weg of een andere locatie-aanduiding waar je je bevindt. Voer eventuele handelingen uit die je gevraagd worden. Blijf aan de lijn, zolang de telefonist(e) dit aangeeft.

Als je moet doorgeven op welke rijstrook van de autosnelweg een ongeval is gebeurd, let er dan op dat je de rijstroken telt vanaf de middenberm. De linkerrijstrook is de eerste rijstrook. Bij een weg met drie rijstroken is de rechterrijstrook dus rijstrook drie. Het maakt hierbij geen verschil of rijstroken in gebruik zijn of niet. Ook afgekruiste rijstroken tellen mee.
Is er geen levensbedreigende situatie, maar moet er wel politie komen of heb je een vraag aan de politie, dan kan je ook bellen met het landelijke politienummer 0900-8844.
Belangrijke telefoonnummers
- Spoed: 112
- Geen spoed, wel politie: 0900-8844
- Dierenpolitie: 144
Eerste hulp verlenen
Zijn er gewonden, verplaats deze dan nooit zonder dat dit dringend noodzakelijk is. Met dringend noodzakelijk wordt bedoeld dat het niet verplaatsen van het slachtoffer meer risico met zich meebrengt dan het wel verplaatsen van het slachtoffer. Als een slachtoffer op een treinrails ligt of in een auto zit waarvoor brandgevaar dreigt, is daarvan een goed voorbeeld. Wanneer een slachtoffer een helm draagt, geldt hiervoor hetzelfde. Deze mag je niet verwijderen, tenzij het laten zitten van de helm meer risico met zich meebrengt. Dat is bijvoorbeeld het geval als het slachtoffer moet overgeven en daardoor geen adem meer kan halen.
Maak contact met het slachtoffer en stel deze gerust. Laat het slachtoffer zo min mogelijk bewegen en laat iemand het hoofd vasthouden bij risico op nekletsel. Is het slachtoffer bewusteloos, dan is het belangrijk te controleren of hij/zij nog ademt. Is dit niet het geval, laat dan de persoon met de meeste medische kennis het slachtoffer reanimeren. Geef dit ook door aan de hulpdiensten. Ademt het slachtoffer wel, maar is er een risico op overgeven of een andere bedreiging van de luchtwegen, leg hem/haar dan in de stabiele zijligging.
Om iemand in de praktijk goed te kunnen helpen, kan je het best een EHBO-cursus volgen. Kijk hiervoor bijvoorbeeld op de site van het Rode Kruis.
Eenzijdig ongeval
Bij ieder ongeval waarbij geen andere partij direct betrokken is, maar waarbij wel schade is veroorzaakt aan het eigendom van iemand anders of gemeentelijk eigendom, ben je verplicht dit te melden. Dat kan direct aan de eigenaar, als je deze kan achterhalen, of door de politie te bellen. Doorrijden zonder je gegevens achter te laten is strafbaar.
Ook bij een aanrijding waarbij dieren zijn betrokken, zoals een kat, hond of wild dier (bijvoorbeeld een hert) ben je verplicht de politie te waarschuwen. Voor dit laatste geval is een speciaal telefoonnummer beschikbaar van de dierenpolitie: 144.
Gevaarlijke stoffen
Als je betrokken raakt bij een ongeval met een voertuig waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd, is het belangrijk te weten welke stoffen er worden vervoerd en wat het gevaar van deze stoffen is. Dit is onder andere belangrijk voor de hulpdiensten om te weten.
Het gevaaridentificatienummer (GEVI, ook wel KEMLER-getal genoemd) geeft aan wat er zo gevaarlijk is aan de stof die vervoerd wordt. Het stofidentificatienummer (STID) geeft aan welke stof er vervoerd wordt. Iedere stof heeft zijn eigen code; zo is benzine bijvoorbeeld 1203 en diesel 1202. Het gevaaridentificatienummer wordt in combinatie met een stofidentificatienummer op een bord aangegeven op de vrachtauto.
