Gebruikseisen
De gebruikseisen zijn de eisen die gesteld worden aan het gebruik van de auto, bijvoorbeeld hoe je passagiers en lading mag vervoeren en hoe ver deze lading mag uitsteken.
Slepen
Moet je in verband met pech een voertuig slepen of moet jouw voertuig gesleept worden, dan moet je je houden aan bepaalde regels:
- De afstand tussen de twee voertuigen mag niet meer zijn dan 5 meter.
- Je mag niet meer dan één voertuig slepen; dus bijvoorbeeld geen auto én een aanhangwagen.
- Een tweewielige motor of bromfiets mag niet gesleept worden en ook niet zelf slepen.

Bij het slepen van een ander voertuig mag niet meer dan 5 meter tussen de voertuigen zitten.

Bij het vervoeren van lading mag deze de bestuurder niet belemmeren tijdens het rijden. Deze doos zo vervoeren mag daarom niet.
Hinder door lading of passagiers
De bestuurder van een auto mag tijdens het besturen van het voertuig niet worden gehinderd door lading of passagiers. Als je door het vervoer van lading bijvoorbeeld niet meer goed bij de versnellingspook kan of als je niet meer goed in je rechterbuitenspiegel kan kijken, mag je niet gaan rijden.
Voldoende zicht rondom
De bestuurder van een auto moet altijd voldoende zicht rondom hebben. Dat geldt ook als je een aanhangwagen achter het voertuig of lading in of op het voertuig vervoert. Dit betekent dat het zicht door de voorruit en de voorste zijruiten niet mag zijn belemmerd. Ook de buitenspiegels moeten voldoende zicht geven naast en achter de auto en/of aanhangwagen. Lukt dit niet, dan moet gebruik worden gemaakt van opzet- of caravanspiegels of een camera-monitorsysteem waardoor dit zicht er wel weer is.
Voor de binnenspiegel gelden deze regels niet.

Kan je met de normale spiegels niet voldoende voorbij de aanhangwagen of caravan kijken, dan zijn extra spiegels verplicht. De gele lijnen geven de breedte van de caravan aan. Is deze breder dan de breedte van de normale spiegels, dan heb je aan de normale spiegels niet voldoende.
Zekeren lading
Als je lading vervoert in of op je auto of aanhangwagen, is het belangrijk dat de lading niet kan verschuiven of van het voertuig af kan vallen. Daarom is het verplicht lading te zekeren. Zekeren betekent dat je de lading goed vastzet. Dit geldt ook voor lading ín het voertuig, omdat de lading de bestuurder niet mag hinderen tijdens het besturen. Deze zekering moet aan een aantal eisen voldoen:
- De zekering moet voldoende krachten kunnen weerstaan, zowel in de rijrichting als opzij, naar achteren en omhoog, zoals bij drempels.
- Losse lading die niet gezekerd kan worden (denk aan zand of bladeren), moet afgedekt worden met een net of zeil als deze anders van het voertuig af kan vallen of waaien.
- De zekeringsmiddelen moeten geschikt zijn voor het doel waarvoor ze gebruikt worden.
De schade die veroorzaakt wordt door lading die verschuift of van jouw voertuig afvalt, moet jij vergoeden!

Vervoer je grote lading in de aanhangwagen, dan moet je deze goed vastzetten met bijvoorbeeld spanbanden of touwen.

Vervoer je losse lading in de aanhangwagen, dan moet deze afgedekt worden met een net of zeil. Er mag geen lading af kunnen waaien of vallen.
Uitstekende delen
Net als de voertuigen zelf mag ook de lading geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel kan opleveren. Stompe uitstekende delen moeten worden afgeschermd als ze onafgeschermd het gevaar voor lichamelijk letsel kunnen vergroten.
Lastdrager
Als je goederen vervoert op een lastdrager, mag dit alleen als de lastdrager ook voor die goederen bedoeld is. Op een fietsendrager mag bijvoorbeeld niets anders dan fietsen vervoerd worden. Ook mogen er niet méér fietsen op vervoerd worden dan waarvoor hij bedoeld is.

Op een fietsendrager mogen alleen fietsen worden vervoerd. Een koffer hierop vervoeren is niet toegestaan.

Een lastdrager die de kentekenplaat en achterlichten van de auto bedekt, moet voorzien zijn van eigen verlichting en een witte kentekenplaat.
De lading en de lastdrager moeten verder voldoen aan de volgende eisen:
- De goederen en de lastdrager zelf moeten goed bevestigd zijn.
- De lastdrager mag inclusief lading niet meer dan 20 centimeter buiten de zijkanten van het voertuig uitsteken.
- Als de verlichting van de auto wordt afgeschermd door de lastdrager, moet op de lastdrager de volgende verlichting aanwezig zijn:
- twee rode achterlichten;
- twee rode remlichten;
- twee rode retroreflectoren;
- twee ambergele richtingaanwijzers.
- Als de kentekenplaat van de auto wordt afgeschermd door de lastdrager, moet op de lastdrager een witte kentekenplaat met hetzelfde kenteken als de auto worden aangebracht. Deze moet voorzien zijn van een goedkeuringsmerk en er moet kentekenplaatverlichting aanwezig zijn.
Als de lastdrager op de trekhaak of op de voorkant van de aanhangwagen is gemonteerd, moet deze voldoen aan de volgende eisen:
- Het gewicht op de trekhaak (ook wel kogeldruk genoemd) mag niet meer bedragen dan voor deze auto is vastgelegd. Is deze niet vastgelegd, dan mag dit nooit meer zijn dan 75 kg.
- De lastdrager zelf of onderdelen daarvan mogen het wegdek niet raken bij normaal gebruik.
- De lastdrager of (achtergebleven) onderdelen daarvan mogen een aangekoppelde aanhangwagen niet belemmeren in de bewegingsvrijheid.
Als goederen op het dak van een auto worden vervoerd, moet dit volgens de volgende eisen:
- Vervoer moet met een lastdrager die hiervoor bedoeld is.
- De lastdrager en de goederen moeten goed bevestigd zijn.
- De maximale daklast (het gewicht op het dak) mag niet overschreden worden.
Om te weten wat de maximale daklast en kogeldruk is, kijk je in het instructieboekje van het voertuig (of de trekhaak).
Afneembare trekhaak
Een ongebruikte trekhaak mag de kentekenplaat van de auto niet afschermen. Daarom zijn voertuigen, waarbij dit wel het geval is, voorzien van een afneembare trekhaak. Zit een trekhaak voor de kentekenplaat, dan moet de trekhaak verwijderd worden, zodra je klaar bent met het gebruik ervan.

Het kenteken van de auto moet altijd leesbaar zijn. Zo gaan rijden is niet toegestaan.
Uitstekende lading op auto’s
Bij lading op of in een voertuig maken we onderscheid tussen deelbare en ondeelbare lading.
- Deelbare lading
Lading die in meerdere onderdelen vervoerd kan worden en daardoor vaak op meerdere manieren in of op een voertuig te laden is.
- Ondeelbare lading
Lading die tijdens het vervoer over de weg niet gedeeld kan worden in kleinere stukken zonder dat dit schade of onnodig veel kosten met zich meebrengt. Denk hierbij aan een ladder, een glasplaat of lange houten planken.
Lading moet altijd op de best mogelijke manier vervoerd worden, zodat er zo min mogelijk hinder wordt veroorzaakt voor het overige verkeer.
De maximale uitsteekmaten (hoe ver iets mag uitsteken buiten het voertuig) van lading zijn als volgt:
- Zijkanten
Vervoer je brede lading op het dak van je auto, dan mag deze lading maximaal 20 centimeter aan iedere kant uitsteken. Het maakt hierbij geen verschil of het deelbare of ondeelbare lading is.

- Voorzijde
Lading mag aan de voorzijde van de auto niet uitsteken, tenzij de lading in de lengte ondeelbaar is. In dat geval mag de lading maximaal 1 meter uitsteken. - Achterzijde
Lading mag aan de achterzijde van de auto maximaal 1 meter uitsteken. Daarnaast mag de afstand tussen de achteras en het uiteinde van de lading nooit meer bedragen dan 5 meter. Hierbij is geen verschil tussen deelbare of ondeelbare lading.

Het belangrijkste verschil tussen deelbare en ondeelbare lading is dat ondeelbare lading wél en deelbare lading níet voor de auto mag uitsteken.
Lading mag er nooit voor zorgen dat een auto inclusief die lading langer, hoger of breder is dan een auto mag zijn. Dus niet:
- langer is dan 12 meter;
- hoger is dan 4 meter;
- breder is dan 2,55 meter.
Een combinatie (auto plus aanhangwagen) mag maximaal 18 meter zijn.