Algemene eisen – deel 2

Hoofdgroeven

Brede groeven in het loopvlak van een band. Hierin bevinden zich de slijtage-indicatoren.

Loopvlak

Deel van de band dat in contact komt met het wegdek.

Karkas

Deel van de band onder de rubberlaag die de band zijn stevigheid geeft. Meestal voorzien van kunststof (nylon, polyester) en staaldraden.

Slijtage-indicatoren

Verhogingen in de hoofdgroeven. Zodra deze meeslijten met het loopvlak, voldoet de band niet meer aan de minimale profieldiepte.

Banden

Als de banden van een auto niet in orde zijn, kan dit tot gevaarlijke situaties leiden. Toch zijn er maar weinig mensen die regelmatig de bandenspanning controleren. Of voordat ze instappen even een korte check doen van de banden. Omdat banden langzamerhand slijten, is het aan te raden ze regelmatig te controleren. Doe dit minimaal één keer per maand.

bandenspanning

Dit controlelampje in het dashboard is van de bandenspanning. Deze gaat branden als de bandenspanning van één band of meerdere banden te veel afwijkt. Meet de bandenspanning maandelijks en daarnaast direct zodra dit lampje gaat branden. Niet alle auto’s zijn voorzien van dit controlelampje.

schroef in band

Spijker of schroef in de band? Laat deze zitten, totdat je bij de garage bent! Dit voorkomt verder leeglopen van de band. Ook is het gaatje dan beter te vinden.

slijtageindicatoren

De slijtage-indicatoren in de hoofdgroeven zijn bij deze band bijna gelijk aan de rest van het loopvlak. De band is versleten.

De banden moeten voldoen aan de volgende technische eisen:

  • Het moeten luchtbanden zijn. Banden gevuld met stikstof vallen hier ook onder. Een auto mag bijvoorbeeld niet voorzien zijn van massief rubberen wielen of rupsbanden.
  • De banden mogen geen uitstulpingen vertonen. Ze mogen ook geen beschadigingen hebben waarbij het karkas zichtbaar is.
  • De banden moeten altijd een minimale profieldiepte hebben van 1,6 mm in de hoofdgroeven, over het gehele loopvlak. Ze mogen niet zijn nageprofileerd, dus de profielen mogen niet opnieuw dieper worden ingesneden.
  • De banden moeten in de juiste draairichting zijn gemonteerd.
  • De banden mogen geen metalen elementen bevatten die tijdens het rijden kunnen uitsteken. Denk hierbij aan spijkerbanden die in landen met strenge winters worden gebruikt.
  • De banden op één as moeten van dezelfde maat zijn. De band linksvoor mag bijvoorbeeld niet groter of kleiner zijn dan rechtsvoor, behalve als je met pech tijdelijk een nood- of reservewiel moet gebruiken.
  • De banden moeten de juiste bandenspanning hebben. Deze is te vinden in het instructieboekje. Vergeet hierbij niet de reserveband.
  • Het bandenspanningscontrolelampje mag geen defect aangeven.
istock 816968608

In landen met koude winters worden soms dit soort spijkerbanden gebruikt. Deze zijn in Nederland niet toegestaan.

istock 1137731803

Een reservewiel kan een andere maat hebben dan een normaal wiel. Hiermee mag je alleen in geval van nood rijden. Vervang het wiel zo snel mogelijk en rijd maximaal 80 km/u.

Reminrichting

De remmen van een auto zijn van levensbelang. Daarom mogen de onderdelen van het remsysteem geen beschadigingen vertonen. Verder moeten ze:

  • deugdelijk zijn bevestigd;
  • niet verroest zijn;
  • geen lekkage vertonen;
  • geen overmatige slijtage vertonen.

Alle onderdelen moeten goed werken en de onderdelen die horen te bewegen, moeten ook vrij kunnen bewegen, zoals het rempedaal. Het oppervlak van dit pedaal moet stroef zijn.

Als laatste moeten alle auto’s voorzien zijn van een goed werkende parkeerrem (handrem).

De banden en de remmen moeten zorgen voor een goede wegligging en een korte remweg. Daarom is het voor de veiligheid erg belangrijk dat ze beide in goede staat zijn.



Let op, automatisch vertalen staat aan in jouw browser. Dit kan ongewenste vertalingen geven op deze site. Wij zijn niet verantwoordelijk voor fouten die hierdoor ontstaan in ons lesmateriaal.