Fietsers, brom en snorfietsers en bestuurders van een wagen

Zij moeten bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd en bij nacht, voor en achterlicht voeren.




Ruiters en geleiders van rij of trekdieren en vee

Zij moeten bij dag, als het zicht ernstig wordt belemmerd en bij nacht, een lantaarn meevoeren, die naar voren wit of geel licht en naar achteren rood licht moet uitstralen. Door voetgangers gevormde colonnes en optochten moeten buiten de bebouwde kom bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd en bij nacht, aan de linkervoorzijde een naar alle zijden wit of geel licht uitstralende lantaarn en aan de linkerachterzijde een naar alle zijden rood licht uitstralende lantaarn meevoeren.




Aanhangers

Gekoppelde aanhangwagens moeten bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht, achterlicht, kentekenplaatverlichting en stadslicht voeren. Let wel: ook een oplegger wordt als aanhangwagen beschouwd.
Bestuurders van een motorvoertuig op meer dan twee wielen, die buiten de bebouwde kom stilstaan op de rijbaan of op langs autowegen en autosnelwegen gelegen:

1. Parkeerstroken

2. Parkeerhavens

3. Vluchtstroken en vluchthavens,

moeten bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd en bij nacht, stadslicht en achterlicht voeren. Dit geldt dus alleen bij het stilstaan buiten de bebouwde kom. Binnen de bebouwde kom geldt deze verplichting niet.


Terug naar de website