Mond op mondbeademing

Mond op mondbeademing is een vorm van kunstmatige ademhaling, die als eerste hulp kan worden toegepast bij iemand die zelf niet meer in staat is te ademen. Na het openen van de luchtweg door middel van de kinlift blaast men het slachtoffer lucht in de longen, zodat diens bloed toch van zuurstof wordt voorzien. Bij voorkeur beademt men met een hulpmiddel, zoals een beademingsmasker of doekje, om wederzijdse besmetting zo goed mogelijk te voorkomen. In sporadische gevallen bij volwassenen past men mond op neusbeademing toe. Kleine kinderen en baby's worden beademd met de zogenaamde mond op mond beademing, waarbij men zowel door de mond als neus beademd.




Reanimeren

Controleer het bewustzijn door het slachtoffer voorzichtig aan de schouders te schudden en aan te spreken. Vraag bijvoorbeeld: “Gaat alles goed met u?”, Als er geen reactie volgt op het aanspreken en aanraken, dan is het slachtoffer bewusteloos.

Roep om hulp. Laat het slachtoffer niet alleen. Leg het slachtoffer op zijn rug en maak de luchtweg vrij door het hoofd iets naar achteren te kantelen of de kin met de vingertoppen iets omhoog te tillen. Houd de luchtweg open. Kijk, luister en voel maximaal 10 seconden naar normale ademhaling.

Als het slachtoffer niet normaal ademt of als u twijfelt, vraag een omstander om 112 te bellen. Zeg dat het om een reanimatie gaat.




Slachtoffers

U mag eventuele slachtoffers of gewonden alleen verplaatsen als dat dringend noodzakelijk en medisch verantwoord is. Wanneer een gewonde een helm draagt, mag u deze niet afnemen, omdat er sprake kan zijn van nekletsel. De zaak kan hierdoor alleen maar verergeren. Doe het vizier wel omhoog en probeer contact te krijgen met het gewonde slachtoffer. Dek het slachtoffer toe met een deken of een jas, om onderkoeling te voorkomen. Eventueel knellende kleding moet voorzichtig worden losgemaakt en als het slachtoffer bij bewustzijn is probeer hem of haar gerust te stellen.


Terug naar de website