Laagstaande zon

Vooral in het voor en najaar kan een laagstaande zon leiden tot verblinding en of het te laat opmerken van ander verkeer. Maar ook verkeerslichten zijn dan slecht waarneembaar. Gebruik de zonneklep of doe een zonnebril op. Bij een laagstaande zon voert u dimlicht, omdat u dan beter zichtbaar bent.




Zijwind

Als er een extra grote kans is op zijwind, is er vaak een echte windzak geplaatst. Destemeer een windzak horizontaal staat, hoe harder het waait. De richting waarin een windzak wijst, is ook de windrichting. Vooral wanneer de wind dwars op de weg staat, moet u rekening houden met windvlagen die de stabiliteit van de auto kunnen beïnvloeden. Pas uw snelheid aan en schakel terug naar een lagere versnelling.




Bruggen en viaducten

Onder winterse omstandigheden moet u rekening houden met plotseling optredende gladheid. Wegdekken op bruggen en op viaducten worden sneller glad en zullen eerder bevriezen dan gewone wegen. Dit wordt veroorzaakt door opvriezing van onderuit. Maar ook stukken die in de schaduw liggen, kunnen plotseling glad worden.




Wegen onder bomen

Op zonnige dagen kan het nodig zijn om dimlicht te voeren, zodat u eerder en beter opgemerkt wordt. Vooral wegen onder bomen met overhangende bladeren kunnen het zicht ernstig verminderen. Door de reflectie van de zonnestralen ontstaat er een schittering, waardoor u slecht wordt opgemerkt. Soms staat er dan ook een bord met daarop de tekst ‘ontsteek uw lichten’.




Wat is aquaplaning

Aquaplaning kan plaatsvinden als u in de regen rijdt. Normaal gesproken hebben de banden contact met de weg en kunnen ze daar druk op uitoefenen en u zo in staat stellen om te sturen. Afhankelijk van een aantal factoren, kan het gebeuren dat de banden door de hoeveelheid water geen contact meer hebben met de weg. De banden 'profielen' kunnen het aanbod van water niet verwerken en drijven op een waterplas. Dan is er sprake van aquaplaning of watergladheid.


Terug naar de website