Klapband

U weet inmiddels al dat een onjuiste bandenspanning extra slijtage aan de banden kan veroorzaken. Een klapband kan daarvan het gevolg zijn. Zorg dus altijd voor een juiste bandenspanning en geen ongelijke spanning per as. Toch kan een klapband iedereen overkomen. Mocht u dit gebeuren, raak dan niet in paniek. Laat het gas los, rem voorzichtig en probeer een vrije ruimte te vinden zoals de vluchtstrook. Omdat doorrijden na een klapband bijzonder moeilijk en gevaarlijk is, zal een ervaren chauffeur onmiddellijk stoppen. Als dit direct langs de weg is, is dit gevaarlijk: op de vluchtstroken raast het verkeer er vlak langs. In de berm kan een lekke band maar moeilijk worden vervangen en bestaat zelfs gevaar op kantelen. Als u een reparatie op de vluchtstrook uitvoert, doe dat dan zoveel mogelijk rechts van de vluchtstrook en probeer de reparatie dan, indien mogelijk, ook aan de rechterkant van de motor uit te voeren. Dat is wel zo veilig.




Verkeersgedrag en verkeersveiligheid

Verkeersgedrag is het geheel van zeer uiteenlopende gedragingen van weggebruikers die, in belangrijke mate invloed hebben op de verkeersveiligheid. Jaarlijks overlijden gemiddeld 830 personen aan de gevolgen van een verkeersongeval. Bijna driekwart van de slachtoffers is een man. Vooral jongeren van 15 tot 24 jaar zijn relatief vaak slachtoffer van een dodelijk verkeersongeval. Niet alleen gebruik van alcohol, slaap en kalmeringsmiddelen en drugs spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van verkeersongevallen, maar emotie, boosheid en mobiel telefoneren worden ook als risicofactoren aangemerkt. Daarnaast spelen ook omgevingsfactoren een rol zoals bijvoorbeeld: de verkeersinfrastructuur, te denken aan rotondes, bewegwijzering en een te groot aantal verkeersborden. Kwaliteit, onderhoud en eigenschappen van het voertuig kunnen van invloed zijn op de ernst van het letsel van de slachtoffers van een verkeersongeval.




Belangrijkste oorzaken van verkeersongevallen in percentages

• de mens: rijdt met een te hoge snelheid, alcohol of drugsgebruik, vermoeidheid, niet gebruiken van de veiligheidsgordels, te weinig rusttijd.

• het voertuig: rijdt in een voertuig met onvoldoende bescherming, slecht onderhoud van het voertuig, zoals banden, technisch mankement aan de remmen, verlichting en spiegels.

• de omgeving: slechte zichtbaarheid, onvoldoende zicht naar voren achter en opzij, overstekend wild, weg en weersomstandigheden.

Terug naar de website