U dient bij het in rechte lijn achteruitrijden twee verrichtingen te beheersen. U moet over een lengte van ongeveer 20 meter het voertuig in een rechte lijn achteruitrijden en het voertuig daarna tot stilstand brengen met de achterzijde ter hoogte van een aangegeven vast punt.

Voorafgaand aan deze verrichting observeert u het achteropkomende verkeer in uw binnenspiegel. Breng uw voertuig tot stilstand met de wielen rechtuit en op voldoende afstand van de rechterzijde van de rijbaankant.

Kijk eerst of de verrichting kan worden uitgevoerd zonder dat u daarbij het overige verkeer hindert of in gevaar brengt. U moet al het andere verkeer voor laten gaan. Kijk eerst naar voren, daarna in de binnenspiegel, de linkerbuitenspiegel, de rechterbuitenspiegel en over de schouders.

Daarna rijdt u met lage snelheid achteruit. Daarbij mag het bovenlichaam gedraaid worden en mag u alleen met de linkerhand sturen zodat u met de rechterhand steun kan voor uw lichaam kan vinden. Door middel van kleine stuurbewegingen blijft u parallel aan de rijbaankant rijden. Tijdens het achteruitrijden blijft u alert op ander verkeer.

U dient ook tijdens het verrichten van de manoeuvre al het andere verkeer voor te laten gaan en zonodig te stoppen. U stopt als de achterzijde van de auto zich ter hoogte van het vooraf aangegeven vaste punt bevindt.

Terug naar de website