Wegen waar met hogere snelheid wordt gereden kunnen voorzien van uitrijstroken aan de linkerkant van de rijbaan. De uitrijstrook zorgt ervoor dat bestuurders niet op de doorgaande rijbaan hun snelheid al moeten verminderen, maar daarvoor de uitrijstrook kunnen gebruiken. U veroorzaakt met het uitvoegen dan geen hinder of gevaar voor bestuurders die op de doorgaande rijbaan blijven rijden.

Wilt u weg aan de linkerkant verlaten, dan kiest u op circa 600 meter voor de uitrijstrook de meest linker rijstrook van de doorgaande rijbaan. Observeer in een zo vroeg mogelijk stadium al het verkeer op de uitrijstrook. Soms kan op een uitrijstrook een file staan.

Bij het naderen van de uitrijstrook op circa 300 meter kijkt u in de binnenspiegel, daarna in de linkerbuitenspiegel en vervolgens over de linkerschouder. Geef daarna richting aan naar links.

Vlak voordat u gaat uitvoegen kijkt u nogmaals in de binnenspiegel, in de linkerbuitenspiegel en over de linkerschouder. Houd uw snelheid zoveel mogelijk aan op de doorgaande rijbaan en minder pas vaart op de uitrijstrook. Voeg in een vloeiende beweging uit en minder uw snelheid gelijkmatig.

Bereikt u het gedeelte van de uitvoegstrook waar pijlen op het wegdek staan die naar links wijzen, dan is weer invoegen op de doorgaande rijbaan, omdat u bijvoorbeeld de verkeerde afslag heeft genomen, niet meer toegestaan.

Wanneer de uitrijstrook zich van de doorgaande rijbaan afscheidt, schakelt u de richtingaanwijzer uit.

Terug naar de website