Naast verkeerstekens op borden en verkeerslichten, behandelen we in dit hoofdstuk de verkeerstekens ook wel ‘markeringen’ genoemd die op het wegdek zijn aangebracht.

Verkeerstekens die op het wegdek zijn aangebracht, dan wel op het wegdek aangebrachte markeringen, zijn voor de geleiding, ter waarschuwing en voor de veiligheid van het verkeer. Deze tekens of markeringen kunnen een dwingend karakter hebben en derhalve een gebod, verbod of een andere aanduiding bevatten. Zo kennen we een:




1. fietsstrook

Dit is een gedeelte van de rijbaan, waarop een fiets is afgebeeld. Afgeschermd door een onderbroken of doorgetrokken streep.




2. Verdrijvingsvlak

Dit is een gedeelte van de rijbaan gemarkeerd door schuine strepen. Op dit gedeelte van de rijbaan mag niet worden gereden. U mag zich niet op verdrijvingsvlakken bevinden. Hierop moet u goed letten wanneer u bijvoorbeeld gaat voorsorteren, wanneer u inhaalt of wanneer u te vroeg wilt invoegen. Verdrijvingsvlakken kunt u herkennen aan delen van de rijbaan, waarop schuine witte strepen zijn aangebracht. In de meeste gevallen liggen verdrijvingsvlakken er om het aantal rijstroken te verminderen. Snelheid wordt hiermee gereduceerd.




3. Stopstreep

Bij een kruising waar het bord ‘STOP’ is geplaatst, moet een stopstreep op het wegdek zijn aangebracht. U moet dan voor die stopstreep stoppen, zodat u voldoende uitzicht heeft op het overige verkeer, waarvoor u de doorgang moet vrijlaten.




4. Ofos

Een fietser of snorfietser moet gebruik maken van de fietsopstelstrook, de rode ruimte tussen de twee strepen bij de verkeerslichten. De OFOS is in deze situatie gepositioneerd tussen de stopstreep voor fietsers en snorfietsers en de stopstreep van auto’s, motoren en ook bromfietsers. fietsers en snorfietsers zijn dan beter zichtbaar en hebben een kleine en veilige voorsprong als het licht op groen springt.

Terug naar de website