Rijstrooksignaleringslichten

Deze lichten zijn aangebracht boven de rijstroken van autowegen en autosnelwegen.

Maximumsnelheid:

op de rijstrook mag u niet harder rijden dan de aangegeven maximumsnelheid.

Groene pijl:

deze rijstrook mag worden bereden.

Rood kruis:

deze rijstrook mag niet worden bereden.

Witte pijl:

voorwaarschuwing rood kruis.

Afbeelding bus:

deze rijstrook mag alleen gebruikt worden door bestuurders van autobussen.

Verkeersbord F9:

Einde van alle, op een signaleringsbord aangegeven, verboden.




Tram en buslichten, ook wel ‘negenoog’ genoemd

Deze lichten gelden alleen voor bestuurders van lijnbussen en autobussen, als zij de busstrook of busbaan gebruiken. Dit geldt tevens voor bestuurders van trams.

Rood licht betekent: stop. Wit knipperlicht betekent: doorgaan in de aangegeven richting en het gele licht betekent: stop, maar doorgaan voor bestuurders als zij het licht zo dicht genaderd zijn, dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is. Deze verkeerslichten mogen niet worden gebruikt door andere bestuurders dan waarvoor zij zijn bedoeld.




Geel knipperlicht

Betekent: gevaarlijk punt, voorzichtigheid geboden.




Voetgangerslicht

Groen licht:

Voetgangers mogen oversteken.

Groen knipperlicht:

Voetgangers mogen oversteken. Het rode licht verschijnt spoedig.

Geel knipperlicht:

Voetgangers mogen oversteken mits zij het overige verkeer ter plaatse voor laten gaan.

Rood licht:

Voetgangers mogen niet meer beginnen met oversteken.

Terug naar de website