Uitleg over verkeerslichten




Op drukke kruispunten worden vaak verkeerslichten aangebracht, om te zorgen voor een veilige en vlotte doorstroming van het verkeersaanbod. Er zijn diverse soorten verkeerslichten, waarvan het rode en het groene licht voor iedereen wel duidelijk zijn. Het gele licht is voor velen wat onduidelijker en betekent soms ‘stop’ en soms ‘doorgaan’.




Rood licht:

Stop.

Groen licht:

Doorgaan. Niet doorgaan is verboden.

Geel licht:

Stop, maar bestuurders die het licht zo dicht genaderd zijn, dat stoppen niet meer mogelijk is, mogen doorrijden.

Verkeerslicht buiten werking:

Soms zijn verkeerslichten buiten werking en is extra voorzichtigheid geboden. Een verkeerslicht dat buiten werking is, herkent u meestal aan een knipperend oranje licht. Op dat moment is de voorrangsregeling, zoals door verkeersborden aangegeven, van toepassing. Indien de borden ook ontbreken, zijn de normale verkeersregels van toepassing.

Rechtsaf bij rood:

Verkeerslichten kunnen onderborden hebben waarop staat dat rood licht voor bepaalde bestuurders niet geldt, bijvoorbeeld ‘rechtsaf voor fietsers vrij’. In dit geval moeten fietsers wel het kruisende verkeer voor laten gaan. Ook hier geldt weer dat u extra voorzichtig moet zijn, omdat het onderbord soms slecht zichtbaar is.

Verkeerslichten gaan boven verkeerstekens die de voorrang regelen en vallen onder het begrip ‘verkeerstekens’.

Een uitzondering is er voor militaire colonnes en voorrangsvoertuigen. Voor hen geldt de stopverplichting bij zowel het rode als het gele licht niet.

Zo kennen we ook nog de volgende, minder bekende, lichten:

1. Bruglichten

Als het licht knippert in rood geldt de stopverplichting.

2. Tweekleurige verkeerslichten, rood en geel

Dezelfde betekenis als bij driekleurige verkeerslichten.

3. Overweglichten

Rood knipperlicht betekent: ‘stop’. Wit knipperlicht: er nadert geen trein, snelheid matigen, goed uitkijken en de overweg vrijmaken.

Terug naar de website